De Bloemstraat staat mooi in de knop

Samen een straat leefbaarder maken met meer groen, een betere waterhuishouding en sterker sociaal contact? In de Borgerhoutse Bloemstraat loopt één van de pilootprojecten van Hier groeit een tuinstraat die in juni opgestart werden in vijf Antwerpse districten. Nele Taminau is wijkcoördinator. Ze vertelt ons tijdens een zondagse straatbrunch – één van de resultaten van het project – waarom het groen in de Bloemstraat er ondanks de hete zomer al stukken frisser bijstaat.  

De Bloemstraat is een korte, rechte en dichtbebouwde straat die er dankzij bloembakken en groen tegen gevels best fleurig bijligt. Een groepje bewoners zit op een zondagmorgen gezellig samen te ontbijten.

Waarom is er een tuinstraat nodig in Borgerhout?

“Dit stadsdeel is dichtbevolkt en heeft weinig groene openbare ruimte”, zegt Nele. “We moeten het hebben van de straten en straathoeken. De Bloemstraat leek ons een geschikte locatie voor een tuinstraat. Het is al een woonerf, al valt de beleving daarvan tegen. Door het autoverkeer spelen kinderen hier niet op straat, maar net omdat het een ‘woonerf’ is, is er geen veilige stoep. Er is wél een speelplein op de hoek met de Borgerhoutsestraat. Dat werd mee opgenomen in het project door er samen met de bewoners grasmatten te leggen. Een wereld van verschil! Je zag er meteen spelende kinderen.”

Kennen de bewoners van de Bloemstraat elkaar al?

 “Hun naaste buren kennen ze meestal wel, maar de bewoners zijn vragende partij om meer buren te leren kennen. Daarom hebben we de zondagsbrunches in het leven geroepen. Die gaan sinds eind juni door. Er komt gemiddeld 20 man op af, met telkens wel weer nieuwe gezichten. Qua etnische achtergrond, leeftijd en gender zit de mix goed. Het maakt van deze straat een ideale proeftuinstraat. De bewoners moeten zelf de aanzet geven om deze straat efficiënter en ecologischer in te richten. Dat lijkt traag maar zeker te lukken, afhankelijk van hoe groot je droomt, natuurlijk. Deze piloot loopt al af na drie maanden. Maar wat er uit de bus komt, wil de stad meenemen bij de geplande heraanleg van de Bloemstraat.”

Hoe tekenen de bewoners concreet hun tuinstraat uit?

“Er was een ‘droommoment’ waarbij ze in kleine groepjes visueel ideeën uitwerkten en uitwisselden. Een leerrijk moment om elkaars wensen te leren kennen. Het uitgangspunt – we willen allemaal een groene straat zonder auto’s – bleek niet zo algemeen als sommige bewoners verwachtten. De juffen van de school hierachter willen kunnen parkeren. Er is zelfs een buurtbewoonster die niet per se méér groen wil. De bewoners kregen toen ook uitleg over de verblauwing en daar vloeiden meteen ideeën uit voort. Het met een metalen hek afgesloten voetbalveld zou een buffer kunnen zijn bij zware regenval om de riolering te ontlasten. Zo kun je in de winter misschien zelfs een schaatspiste creëren. De stad installeert een waterton met een kraantje om regenwater op te vangen voor de planten.”

Daarna was er de design sprint ...

“Die ging eind juni door. Ambtenaren en stadsmedewerkers gingen in dialoog, bewoners waren uitgenodigd om op het einde over het resultaat met elkaar in gesprek te gaan. De design sprint zette de dingen wel in beweging. Het proberen kon beginnen en leidt zijn eigen leven. Zo deed ik een oproep om buurtbewoners te vinden die 3 maanden lang een bloembak wilden adopteren. Ik vond maar één bewoner die zich engageerde. Maar op de startdag op 29 juni toen we de grasmatten uitrolden en bloembakken zetten, zijn er groepjes buren ontstaan die spontaan de hele zomer lang voor ‘hun’ stukje groen gezorgd hebben. We hebben een Whatsapp-groep waarmee ze heel vlot regelen wie wat doet.”

Welke experimenten lopen er nu?

“De helft van de straat is nu parkeervrij. Daar staan de bloembakken. De beplanting kozen de bewoners uit het aanbod van de groendienst. Er kwamen fietsenstallingen: een ingreep die prima werkt. Eén bewoner, Gie, maakt met lokale jongeren houten meubelen voor de zondagsbrunches. Doet hij volledig vrijwillig, alleen het hout koopt hij aan met de steun van het project. Hij is meester bouwkunde en wil de stad overtuigen om bij de heraanleg de mogelijkheid te voorzien om warmtepompen te installeren. Hij heeft een hele kritische blik op het tuinstratenproject. En de juiste keuzes moeten nu – vóór de heraanleg -  gemaakt worden.

Wat blijven nu dé hete hangijzers om een echte tuinstraat te kunnen realiseren?

“De parkeeroverlast in deze straat is het hele jaar door gigantisch. Dat we de straat niet mochten afsluiten voor het verkeer, was een grote teleurstelling voor de bewoners. Pas verkeersvrij kun je ondervinden wat een tuinstraat echt is. Ik had de bewoners daar graag al minstens een maand lang kennis mee laten maken. Wat we nog méér willen dan nu, zoals groenslingers of plantvakken, kan pas na de make-over van de Bloemstraat. Er is ook vraag naar een drinkfontein voor de kinderen. Alles wat watergerelateerd is, moet nog vorm krijgen. We willen graag nóg meer bewoners actief bereiken. Het project is nog niet afgelopen, hè.”

Mats: “Meegeholpen met de bloembakken”

Mats (13) plukken we even van het voetbalplein voor een paar vragen. “Ik woon hier al mijn hele leven”, zegt de tiener. “Sinds het begin van het tuinstraatproject zie ik veel meer groen. Maar de bloembakken worden nu ook niet zo goed onderhouden. Als er nog meer groen komt, hoop ik dat iedereen er nog beter zijn best voor doet. Op het speelplein kom ik heel veel: de nieuwe grasmatten zijn wel leuk. Op het voetbalplein zou ‘s winters een laagje water kunnen komen, zodat we er kunnen schaatsen. Auto’s mogen hier niet te snel rijden of zomaar parkeren. Meer controles kunnen helpen, denk ik. Zelf heb ik met vrienden mee plantjes in de bloembakken gezet. Leuk, ik zit bij de JNM-jeugdbeweging en we zijn veel bezig met de natuur. Meer groen in de straat is goed en ik weet zeker dat ik kan helpen. De zondagsbrunches? Heel oké!”

Driss: “Héle goede straat”

Driss is een oudere man van Marokkaanse afkomst, geboren de Spaanse enclave Melilla. Hij woont al 19 jaar in de Bloemstraat. “Toch heb ik nu al nieuwe mensen leren kennen”, zegt  Driss. “Vroeger kwamen de mensen ’s zondags niet bijeen op straat. Niet slecht dat dat nu wel gebeurt. Ik woon samen met mijn vrouw op nummer 57 maar ze is ziek. Elke zondag maak ik nu thee voor de mensen in de straat. En ik heb plantjes gezet samen met nummer 55. Die mens ken ik al 15 jaar. Maar ik heb nu ook de mensen van nummer 51 leren kennen. Ook goeie mensen. Maar ’s nachts moeten ze het speelplein afsluiten. Dat is beter.”

Gie: “Warmtepompen onder het wegdek”

Gie woont 13 jaar in de Bloemstraat en is lector bouwkunde aan de Hogere Technische School van het Nederlandse Tilburg. “Ik geef les over bio based bouw. Om de klimaatverandering een béétje onder controle krijgen, is een tuinstraat een geweldig middel voor meer bewustwording. Eigen energieproductie via warmtepompen zou de kers op de taart zijn. Als je via je straat schone energie kan opwekken, waarom zou je dat dan niet doen? De heraanleg van de straat is dé gelegenheid om een miniwarmtenetwerk aan te leggen. Nu nog alle bewoners meekrijgen en een deal sluiten met de stad om de kosten per gezin te drukken. Er zijn minstens zoveel woningen nodig om zo’n netwerkje te maken. In enkele maanden kun je dat rond krijgen, maar de administratie moet mee willen. Antwerpen zou zich met zo’n piloot op de kaart van de groene energie kunnen zetten. Ook sociaal heeft onze tuinstraat impact. Via Jeugdcentrum De Branderij leer ik jongeren uit de buurt meubels maken en ik heb heel wat nieuwe buren leren kennen, ook niet-blanke. Daarvoor ben ik hier uiteindelijk komen wonen: ik ben van Poppel (lacht)”

Els: “Ik hoop op een verkeersvrij woonerf” 

Els woont al meer dan tien jaar in de wijk. “Ook al is er veel verloop, er is sowieso veel sociaal contact”, zegt Els. “Alleen de verkeersveiligheid moet echt beter. Je moet kiezen: doorgaand verkeer of een tuinstraat. Bewoners met een auto die goed de situatie begrijpen, vinden we oké. We hebben gebrainstormd over een knip in het midden van de straat, afsluiten mét toegang tot de eigen parkeerplaats … sommige bewoners willen gewoon dat alles bij het oude blijft. Met een gezin kun je inderdaad niet zomaar je auto ergens anders kwijt. De bal ligt volgens mij in het kamp van de stad. De Bloemstraat is een woonerf, maar zelfs wij wisten niet dat je hier maximum 20 km per uur mag rijden. De stad moet dus de puntjes op de i zetten en een veilige situatie creëren. We willen die tuinstraat echt heel graag, maar met zijn allen botsen we steeds maar weer op dat parkeerprobleem. Toch ben ik heel blij dat het project op gang is gekomen. Dat is hét meest geslaagde aspect tot nu toe.”

 

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet