Tuinstraat in Deurne palmt een groen stukje luchthaven in

Samen een straat leefbaarder maken met meer groen, een betere waterhuishouding en sterker sociaal contact? In de Jan Olieslagersstraat in Deurne loopt één van de pilootprojecten van Hier groeit een tuinstraat die in juni opgestart werden in vijf Antwerpse districten. We treffen buurtbewoners Karen Koolen en Ward Totté er op een zaterdags evaluatiemoment. Pieter-Jan Bruynseels (ontwerper van de tuinstraat in Deurne) en Dorien Loots (Team Wijkoverleg Deurne) schuiven mee aan op de mobiele praattafel midden in de straat, die hopelijk binnenkort als ‘tuinstraatontmoetingsplek’ in Van Dale wordt opgenomen. Een groepsgesprek.

De Jan Olieslagersstraat is een korte, doodlopende straat met een vijftigtal woningen. Vlakbij ligt de luchthaven van Deurne. Het einde van de straat paalt rechtstreeks aan de loodsen van het vliegveld. Door de aangrenzende luchthaven die de straat aan één kant afsluit, is er geen sluipverkeer. De grote verharde vlakte die het tarmac is, zorgt bij hevige regenval potentieel voor wateroverlast voor de bewoners. Groen en rustig is het wél, in wat naast een tuinstraat ook een woonerf zal worden.

Hoe ziet de sociale mix eruit in de straat? Is er veel bewonersinteractie en betrokkenheid bij de tuinstraat?

Ward: “In twintig jaar heb ik de straat stevig zien evolueren. Het leuke is dat er nu al veel kinderen op straat spelen. In de Jan Olieslagersstraat wonen er zeker een dertigtal. Onze eigen kinderen zijn elf en dertien.”

Karen: Ik woon hier nu vijf jaar. Mijn kinderen zijn twee en vier. Er zijn kinderen van alle leeftijden, wat mij betreft hebben we een goeie mix hier in de straat.”

Ward: “Door het tuinstraatproject hebben we nu al veel meer contact met de buren. Dat vind ik op zich al geweldig.”

Karen: “Je loopt elkaar nog wat sneller tegen het lijf. Tijdens burendag is er altijd wel een vast groepje bewoners dat met elkaar aan de praat raakt, maar veel gebeurde er nooit. De tuinstraat heeft het zaadje dat toen geplant werd, echt helpen ontkiemen. Buren die al contact met elkaar hadden, doe nu actief mee met de tuinstraat.”

Ward: “De mensen die je hier ziet, zijn allemaal eigenaar. Huurders zijn moeilijker te betrekken. Van zodra de tuinstraat vorm krijgt, komt daar misschien verandering in.”

Dorien: “Ik merk inderdaad dat het altijd dezelfde mensen zijn die naar de evaluatiemomenten en de workshops komen. Nieuwe gezichten zie je nauwelijks.”

Pieter-Jan: “Sommigen interesseert het duidelijk niet, anderen kijken de kat uit de boom en dan heb je er die meteen mee op de kar springen. Bij elk evaluatiemoment vragen we alle bewoners of ze betrokken willen worden én ook op langere termijn blijven. Ik denk dat een derde van de straat wel mee is in het verhaal. Tien à twaalf mensen nemen ook telkens deel aan de gesprekken over de ontwerpen.”

 

Hoe werden de bewoners concreet betrokken bij het tuinstraatproject?

Karen: “Ik hoorde van iemand dat er in de Gazet Van Antwerpen stond dat wij een tuinstraat zouden worden. Pas later kregen we de aankondiging van de stad Antwerpen in de bus. Ik heb het dus uit de krant (lacht).”

Pieter-Jan: “De stad heeft vrij snel de pilootprojecten gelanceerd. Deurne heeft daar mee op ingetekend, deze straat werd geselecteerd en daarop organiseerden we een eerste infomoment in de school.”

Ward: “Klopt, in november 2017 ging dat door in het basisschooltje vlakbij. Er waren twee van die infomomenten. Vervolgens kwam de designsprint: toen hebben de ontwerpteams van de Jan Olieslagersstraat de prototypes voorgesteld van de experimenten die in aanmerking kwamen. Daar was ik als één van de weinige bewoners bij. Je kon je voorkeur uitspreken voor één ontwerp uit verschillende modellen van een bepaald idee.”

Pieter-Jan: “(verduidelijkt) De designsprint was vooral gericht op stadsmedewerkers en ontwerpers. De laatste en vierde dag zijn er dan enkele bewoners bijgekomen om input en feedback geven.”

Hoe gaat de tuinstraat er concreet uitzien?

Pieter-Jan: “Uit de vierdaagse designsprint in juni kwam alvast het idee voor een picknick- en praattafel, ontmoetingsplek, speelruimte én groenscherm in één – en helemaal op wieltjes! – definitief uit de bus. Zoals je ziet, is die mobiele constructie er ook gekomen. Een interessant experiment om tot nieuwe ruimtelijke oplossingen en mogelijkheden te komen. Het is een ontmoetingspunt dat je stimuleert om je buren op te zoeken. De tuinstraat moet een leefbare plek zijn die sociale interactie aanmoedigt. Groen en blauw zullen daar mee voor zorgen. Mensen die blij zijn over wat er in hun straat verandert, zullen ook meer betrokken zijn bij wat er allemaal gaat veranderen.”

“Het is de bedoeling dat we een paar echt grote bomen gaan voorzien. De auto’s worden geclusterd in parking pockets waardoor die visueel minder ruimte zullen innemen. Op het vlak van waterbeheer zijn we in gesprek met Aquafin. We willen iedereen met een regenpijp aan de straatkant inschakelen om regenwater op te vangen. We gaan ook verder praten met de luchthaven om daar regenwater af te leiden en te bufferen in de straat, in een centrale goot waarnaast het fietspad komt. Water uit de goot wordt dan afgetakt naar eigen regentonnen en plantvakken waar het kan infiltreren. De heraanleg van de straat is voorzien voor najaar 2019. Dan koppelen we ook stukje van het vliegveld aan de tuinstraat: het hek schuift een paar tientallen meters op, waardoor er een klein stuk braakliggend terrein bijkomt. Daar kunnen we heel wat mee doen. ”

“Daarna zouden er twee mobiele constructies een vaste stek krijgen in de straat. Omdat we alle parkeerplaatsen moeten compenseren, betekent dit dat we met heel veel restruimte zitten. Daar komen voorzieningen als banken, fietsenstallingen… maar daar mag je je groenzone niet aan opofferen. Anders hou je alleen nog wat schaamgroen over.”

Wat zijn de twijfelgevallen, valkuilen en breekpunten?

Dorien: “We bevragen nu volop wat de bewoners vinden van de constructies. Wat zijn de suggesties en de bezorgdheden? De straat wordt sowieso een woonerf. Voetgangers en fietsers krijgen voorrang op auto’s, die hier enkel te gast zijn. Maar bij alles wat we aanpakken in deze straat, moeten we wel rekening houden met het vliegveld. Zorgen dat er altijd ruimte is voor een brandweerwagen of een grote vrachtwagen. Zwaar materiaal moet vlot door de straat kunnen om het terrein te bereiken.”

Pieter-Jan: “De bewoners wilden absoluut de parkeerplaatsen behouden: een breekpunt. Als oplossing kiezen we voor ‘geclusterd haaks’ parkeren. De mobiele constructies zijn een nieuwigheidje voor de stad. Hoe we dat verder en elders willen uitrollen, moeten we bekijken. Hoe maken we die constructies zo creatief, speels en innovatief mogelijk? En willen de bewoners dat allemaal wel?”

Karen: “Ja hoor, de picknicktafel alleen al stimuleert meer burencontacten. Er zou een  versie komen in stalen frame en de rest voeren we uit in hout of kunststof. Het idee van een mobiele boom vind ik wel grappig. De parkeerplaatsen waren echt wel hét breekpunt, hoewel ikzelf al mijn verplaatsingen met de fiets doe.”

Ward: “Als bewoner kon je kiezen uit verschillende ontwerpen en materialen. Dat proces is nog steeds aan de gang. Iedereen is het er verder wel over eens dat je moet verblauwen. Maar wat daarbij vooral leeft, is de bezorgdheid of al dat extra water nog wel afgevoerd raakt. We willen geen ondergelopen kelders, toch? De luchthaven is een groot verhard oppervlak, dus er stroomt véél water richting straat.”

Hoe sterk zijn de afspraken tussen de bewoners en is er een mindshift in de maak?

Karen: “Wie nu al betrokken is bij het project, neemt spontaan een rol op. Om de plantjes water te geven bijvoorbeeld. Echt afspraken bestaan daar nog niet over.”

Pieter-Jan. “Dat wordt wel essentieel, want een tuinstraat overleeft niet zonder engagement. De samenwerking met de stad is enkel complementair. De bewoners moeten het zelf doen.”

Ward: “Ik vind het sterk dat veel mensen er nu al over denken om hun auto weg te doen. Een interessant neveneffect van het tuinstraatproject. Mijn eigen auto staat al twee weken in een andere straat: wat zegt dat over mijn autogebruik (lacht)? Ik zou ook graag zonnepanelen op mijn dak leggen. Volgens mij zal het tuinstraatproject meerwaarde opleveren voor onze huizen. Er zijn zelfs mensen die hier een huis gekocht hebben, toen bekend werd dat dit een tuinstraat wordt. Dit lijkt me dus allemaal heel interessant om de stad aantrekkelijker te maken.”

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet