De uitdagingen en mogelijkheden van een daktuin midden in de stad

Daktuin met paadje, wilde grassen en bloemen

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet
Abonneer mij

.

Op het dak van een appartement in de Tabaksvest kijken drie eigenaars uit naar een heerlijke groene verblijfplaats boven de stad.  De Zweedse Victoria Bengtsson en haar collega’s van The foodprint Lab en het Scandinavian Green Roof Institute verenigden samen met de bewoners alle mogelijkheden en uitdagingen in een klimaatrobuust ontwerp. Een gesprek met Victoria neemt je mee langs haar ontwerpproces en de vele vraagstukken, ideeën en oefeningen die daarbij horen.

 

Een stadsplanner met sociale en groene ambities

De Zweedse Victoria Bengtsson is projectleider bij The Foodprint Lab en heeft een voorliefde om eetbare planten in de stad te brengen.  Ze werkt vooral in en met de stad Göteborg in Zweden waar ze pop-up parken uit de grond stampt en nieuwe groene ontmoetingsplekken en oases van rust creëert op parkeerplekken en daken. Maar nooit alleen. Samenwerken met andere experts én de buurtbewoners is haar hoogste goed.

 

De dromen van een daktuin op de Tabaksvest

De expertise en manier van werken van Victoria en haar team pasten helemaal bij de noden van de eigenaars van het appartementsgebouw op de Tabaksvest. Hun wens: Een weelderige groene daktuin, interessant voor de biodiversiteit, met eetbare vruchten, voldoende schaduw en speelruimte, geen extra leidingwater om de hele boel te onderhouden, allemaal op 100 m2. Mission impossible? Wel, in ieder geval niet zomaar snel ingetekend. Zeker als je weet dat het technisch niet haalbaar is om dit dak over de hele oppervlakte te verstevigen, dat je rekening moet houden met de richting van de wind en de stand van de zon en dat de stad nogal wat bouwkundige regels heeft over wat wel en niet mag op een dak. Maar Victoria houdt wel van een uitdaging.

 

Beginnen bij het begin: de eigenaars

Victoria en haar team starten altijd bij de noden van de eigenaars. Victoria: “Onze allereerste stap is steeds een uitgebreid gesprek met de eigenaars over hun dromen en wensen. Maar vooral ook over hun tijd en bereidheid om met hun tuin bezig te zijn. Want dat is de sleutel tot het succes van elk groendak. Wie vooral wil zitten en genieten, kiest voor een andere inrichting en beplanting dan wie verse kruiden en vruchten wil plukken en graag in de tuin werkt. De manier waarop eigenaars hun tuin willen gebruiken, bepaalt het ontwerp. En dat wordt in het ontwerpproces weleens over het hoofd gezien.”

 

“Een goed begrip van hoe eigenaars de tijd in hun tuin willen spenderen, is de sleutel tot het succes.”

 

Wensen en dromen stap voor stap verzoenen met de realiteit

“En dan zijn we vertrokken”, vertelt Victoria met ogen vol vuur. “We zoeken naar de juiste opbouw, denken uit hoe we het regenwater best opvangen en zoeken uit welke beplanting het meest geschikt is. Het is een lange weg van onderzoeken, processen in kaart brengen, op beperkingen en uitdagingen botsen en nieuwe mogelijkheden creëren…”

 

De stand van de zon

Victoria: “Het is in een eerste stadium heel belangrijk om te weten waar de zon staat.  Om dat te achterhalen lieten we de bewoners 4 keer per dag foto’s maken. Een keer om 9 uur, een keer om 12 uur, nog eens om 15 uur en tenslotte om 18 uur.  Aan de hand van hun werkritme concludeerden we vervolgens dat de stand van de zon om 18 uur (tijdens weekdagen) en om 9u (tijdens het weekend) het belangrijkste was om de verblijfzones op af te stemmen. Tijdens die uren wilden we de mogelijkheid creëren om in de zon te zitten, maar ook om de schaduw op te zoeken als dat nodig is. 

 

Op basis van dat zonneschema tekenden we een plan waaruit meteen bleek op welke stukken er minder dan 3 uur zon per dag is. Voor die zones gingen we heel gericht op zoek naar planten die daar goed groeien. Planten die bijna dagelijks onderhoud vragen, zoals eenjarige planten tekenden we in vlak bij de zones waar de bewoners vaak zullen verblijven. En als je graag met verse kruiden kookt, is het ook fijn dat die niet te ver staan. Een plek waar je niet zo vaak komt, is dan weer ideaal voor het houden van kippen of het oogsten van fruit. De wildere planten, die bijna geen onderhoud vragen, tekenden we in op de verste stukken.

Schematische tekening tuin met lichte en schaduwzones

 

“De zonnige en schaduwrijke zones bepalen waar je verblijfzones zal inrichten en waar je welke planten zet.”

 

Aan de slag met de draagkracht van het dak

“Wanneer eigenaars ons vertellen over hun groendakwens is dat bijna altijd een mooi afgesloten houten terras met daarrond een weelderige tuin die geen onderhoud vraagt”, vertelt Victoria. 

Een dakterras met langs de kant wat planten - (c) Frederik Beyens

 

“Maar wat velen niet weten, is dat dat onmogelijk is wanneer de draagkracht van het dak maar 5 cm grond toelaat. Wie wild en weelderig wil, heeft meestal een gronddiepte van 30 cm nodig en dus een draagkracht van 500kg per m². Een draagkracht die de meeste daken niet hebben. Ook het dak van het appartementsgebouw in de tabaksvest heeft maar een draagkracht van 200 kg per m². Dankzij een extra onderstutting kunnen we wel een smalle strook creëren die tot 1000 kg per m2 kan dragen. Voor de andere delen van het dak gingen we op zoek naar andere planten om de wensen en noden van de eigenaars te realiseren. ”

 

“Een daktuin kan zoveel meer zijn dan het nu in vele hoofden is.”

 

“De oplossing van vele (landschaps)architecten voor een dak met een beperkte draagkracht, is vaak een mengeling van vetplanten die weinig grond en weinig onderhoud vragen. Maar het kan ook anders. Er zijn nog zoveel mogelijkheden tussen een weelderige tuin en een bodem vol vetplantjes. En die willen we heel graag aan iedereen laten zien. Je kan ook groendaken maken zonder gras waar je toch op kan lopen, spelen en ravotten. Denk bijvoorbeeld maar aan kruipplanten die je kan gebruiken als grondbedekker en waarop je kan lopen.  Wij willen daken creëren die meer zijn dan een groen uitzicht, je moet overal kunnen zijn. “

 

“Kijk op het strand en tussen de keien wat daar groeit. Die planten kunnen allicht ook overleven op je dak. En dat is meer dan je denkt. Zelfs bomen. ”

 

“Wat weinigen weten is dat ook sommige bomen tussen stenen, in een dunne laag grond kunnen leven. Sommige soorten, zoals dennenbomen bijvoorbeeld, laten hun wortels naar opzij groeien, ideaal voor op een groendak. En dennenbomen hebben dan ook nog eens het voordeel dat ze het hele jaar door groen blijven. Win, win. “

 

Eerst het schema, dan de dromen

Wie droomt van een daktuin of er samen met klanten over wil nadenken, bekijkt volgens Victoria altijd best eerst onderstaand schema.  En aan de dromers geeft Victoria ook nog graag het volgende mee: “Het dak verstevigen met een staalstructuur is duur, maar vaak minder duur dan je denkt.”

Schema soorten vegetatie, substraatdiepte, substraatgewicht, vegetatiegewicht en totale belasting om af te zetten tegen de draagkracht van het dak. Bron: https://greenroof.se/

 

De paradox van het regenwater

Het goede aan een groendak is dat het regenwater absorbeert en traag gebruikt. Op die manier hoeven de straten bij hevige regenval minder te incasseren. Maar wat als je ook nog regenwater wil overhouden? Een paradox die ontwerpers van groendaken niet vreemd is. En ook hier botsten Victoria en haar team op dat vraagstuk. “In dit project vonden we de oplossing in de creatie van de toegang naar de daktuin”, vertelt Victoria. “Een van de eigenaars is architect en stelde voor om de bestaande trappenhal naar boven door te trekken waardoor we een extra dak van 14 m² creëren. Dit maken we niet groen, maar gebruiken we om het nodige regenwater op te vangen. Die oppervlakte is miniem, maar stelt ons wel in staat om 10 000 liter per jaar te verzamelen in een reservoir. Dit is onze buffer voor wanneer de regen die rechtsreeks op de beplanting valt niet voldoende is.”

 

Water stockeren en verdelen

“Een systeem waarbij je planten van bovenaf bevochtigt, is meestal de beste oplossing. Maar dat wil, zeker op een dak, ook zeggen dat veel van het water verdampt en verloren gaat. “

 

“Een andere oplossing waarbij je eigenlijk waterbedden onder je beplantingen aanlegt is de slimste manier om water op een dak te stockeren. Een verticale tank geeft immers te veel gewicht op een plek. Met waterbedden onder je beplanting kan je het water en dus het gewicht beter verspreiden. “

 

“Maar hier kwam een hydrocultuur systeem waarbij het water in buizen onder de planten wordt gepompt als grote winnaar uit de bus. Het meest veilige systeem dat we kennen in Zweden is het savaQ systeem ven TERRIGIO. Door het water in de pijpjes onder de planten te stockeren creëer je geen tot weinig extra gewicht. De plant zuigt enkel water wanneer het nodig is, en je kan die pijpen altijd weer vullen met regenwater uit je reservoir (of huishoudelijk afvalwater). De buizen liggen best 80cm uit elkaar en je houdt een afstand van 40 cm tussen de planten en de buizen. De buizen komen in verschillende maten, afhankelijk van je beplanting en de beschikbare ruimte. “

Verschillende irrigatiesystemen, van linksboven met de klok mee: irrigatie met sprinklers, druppelirrigatie, geen irrigatie en ondergrondse druppelirrigatie. Bron: https://greenroof.se/

 

De underdog: de wind

“Een uitdaging die architecten vaak over het hoofd zien bij een daktuin is de wind. En die is op een dak vaak net heel erg aanwezig”, vertelt Victoria. Rukwinden breken grote, stugge planten zo af. Een inschatting van de wind is dus geen overbodige luxe bij het maken van je plannen. Op die plekken waar veel wind is, zet je lagere planten en van daar bouw je op en ga je omhoog zodat de kleinste planten de wind breken voordat die aan de grotere exemplaren raakt. Ook een gesloten hek, is uit den boze. Wie toch voor een schutting gaat, kiest best voor iets met openingen waar de wind doorheen kan”, besluit Victoria.

 

De belangrijkste tips van The foodprint Lab op een rij:

  • Zorg er altijd eerst voor dat je heel goed weet wat jij (of de eigenaar) wil doen in de daktuin. Wie vooral wil zitten en genieten, kiest voor andere planten dan wie wil koken met verse kruiden, vruchten wil plukken en graag in de tuin bezig is.
  • Maak een schematische tekening van je tuin waarop je de zonnige en schaduwrijke zones aanduidt. Op basis hiervan bepaal je waar je verblijfzones zal inrichten en waar je welke planten zet.
  • Hou, bij het uitkiezen van je planten, altijd rekening met de draagkracht van je dak. Het aantal centimeters grond dat je dak kan dragen, bepaalt welke planten mogelijk zijn. En dat zijn er altijd meer dan je denkt, maar misschien andere.
  • Je zorgt best voor een extra reservoir waarin je overtollig regenwater opvangt bij hevige regen dat je kan aanspreken wanneer het een periode wat droger is. Een extra afdakje zonder beplanting of zonnepanelen kunnen dan handig zijn om dat regenwater op te vangen.
  • Hou rekening met de wind. Hevige rukwinden kunnen grote planten breken. Zorg dat je de wind afzwakt met lagere planten of een hek met gaten.