Zullen we ons klimaatbewuster gedragen met Augmented Reality?

Klimaatbewuster gedrag door Augmented Reality. Copyright: stad Antwerpen.

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet
Abonneer mij

.

We verwachten heel wat van nieuwe technologieën. We weten al dat ze onze wereld vaak overhoop gooien. Ze doen dat niet altijd op de manier die we zouden wensen, maar doorgaans wel grondig. Sommige van die veranderingen zijn structureel en merken we niet meteen, maar andere grijpen in in de manier waarop we naar de wereld kijken. Internet, wifi, mobiele apps hebben ons leven en ons gedrag veranderd. Wat, vragen we ons dan ook af, als we die technologieën zo kunnen kiezen en inzetten dat ze precies die veranderingen teweegbrengen die we nodig hebben? Zouden we erin slagen om onszelf via technologie zo’n duwtje te geven dat we verstandiger en milieuvriendelijker gaan leven?

Realiteit met een bee(s)tje meer

Eén van die nieuwe technologieën waarnaar uitgekeken wordt, is AR alias Augmented Reality. Waar VR of Virtual Reality je naar een andere computer-gegenereerde werkelijkheid brengt, brengt AR die computerdata naar onze realiteit. Deze technologie legt een laag informatie bovenop de werkelijkheid. 

Denk aan Pokemon Go, die onze omgeving heeft bevolkt met virtuele pocket monstertjes. Kijk je door die app dan zie je een tekenfiguurtje in je tuin zitten, of op je zitbank, en die kun je dan weer met ballen vangen en verzamelen. De beestjes worden via data aan GIScoördinaten gekoppeld en zo over de hele wereld uitgestrooid. Om ze te vinden en de data te ontsluiten moet je je dus fysiek verplaatsen en je als een levende cursor door je omgeving bewegen. Het klinkt vergezocht en omslachtig, maar de game kreeg miljoenen kinderen en ook volwassenen weer op straat. De omgeving kreeg er een betekenislaag bij en wandelen werd een spel. AR en gamification zorgden voor een wereldwijde hype. Begrijpelijk dus dat velen zich begonnen af te vragen of je met die AR en die Gamification ook inhoudelijk relevantere dingen kon doen. Tijd voor een Stadslab2050-onderzoek.

 

Copyright: Pokémon Go.

 

Omgeving met kennis van klimaat

Zou je met die AR en gamification mensen op de been kunnen brengen om de effecten van klimaatsverandering aan te pakken, bijvoorbeeld? Dat vroeg Stadslab2050 zich af. De voorbije jaren hebben de stadslaboranten al behoorlijk wat initiatieven ontwikkeld in de wijk Sint-Andries om klimaatadaptatie te bevorderen en misschien zou nieuwe technologie voor een extra boost kunnen zorgen?

Samen met Cegeka en Vito besloot de Stad Antwerpen een dergelijk spel te ontwikkelen dat burgers zou kunnen overtuigen om in te grijpen in hun omgeving. Denk dan aan groendaken plaatsen, geveltuintjes inrichten, ontharden, struiken en bomen zetten en zo verder: de wijk klaarstomen tegen de verwachte hittegolven en stortbuien. Misschien, zo was het uitgangspunt, zou het mensen sneller in actie brengen, als ze via een app konden zien waar het gevaar op overstroming en oververhitting het hoogst is en welk effect welke ingreep zou kunnen hebben. In plaats van cartoonbeestjes zie je dan data en alarmsignalen in de omgeving, en in plaats van ballen gooi je er ingrepen tegenaan. De gevarendata bestaat immers al en ook de kennis over het effect van ingrepen groeit dagelijks. Waarom die niet koppelen aan GIS-coördinaten en dit aanreiken aan de bewoners zodat ze kunnen ingrijpen in hun buurt met kennis van klimaatdata?

 

App van Cegeka, Vito en stad Antwerpen. Copyright: stad Antwerpen.

 

Tussen droom en daad

Het klinkt eenvoudig. Je verbindt de klimaatgegevens over de buurt aan de locatie zelf, je koppelt die gegevens dan weer aan mogelijke ingrepen en laat de mensen die dan combineren via een motiverende app: een soort SimCity waar je je stad verbouwt en opsmukt met allerlei artefacten, maar dan met je eigen, echte omgeving. Wat staat je in de weg? Een snufje wetten en een pak praktische bezwaren, zo blijkt.

De wettelijke drempel betreft vooral privacy. Is het wel oké dat je via een app kunt zien hoe het met de klimaatparaatheid staat van je buren? Dat kun je wel wegwerken door één en ander vaag te houden en de data te abstraheren, maar daarmee verlies je meteen ook een pak van de effectiviteit van zo’n app.

De grootste drempel blijkt echter de praktijk te zijn. AR blijkt helemaal nog niet zo vlot in te zetten als we zouden denken. Buiten, op straat, data kleven op gebouwen is lastig omdat de draagkracht van onze draadloze netwerken nog geen fijnmazige databedekking toelaten. Wil je informatie tot op de vierkante meter precies kunnen zetten, dan moet je veel meer informatie door het netwerk pompen dan wanneer je de info per 100 vierkante meter mag verzamelen. Een 3G- en 4G-netwerk kan dat nauwelijks aan, waardoor we de data nu ‘ongeveer’ kunnen lokaliseren na een fikse laad- en rendertijd. Dat is niet zo’n groot probleem voor wat we er nu mee doen, maar als de app je aanraadt om een geveltuin aan te brengen, heb je wel graag dat het op de juiste gevel is en liefst nog vandaag.

Veel AR-apps lossen dit momenteel op door een soort nep-AR aan te bieden. We lopen als cursors in onze wereld vol data rond, maar projecteren een schaalmodel van onze wijk op de tafel voor ons. Daar kunnen we dan omheen wandelen, door de app glurend, en af en toe wijzigingen aan brengend. Alleen, wat is daar dan de meerwaarde van, gesteld al dat de app de tafel goed weet te vinden en je wijk niet tot aan de vensterbank in het tafelblad verdwijnt? Kun je het dan niet net zo makkelijk op een scherm projecteren? Is het dan wel zoveel rijker dan een bordspel? Het heeft wel een leuke gimmickwaarde om via een telefoon naar een virtueel model op een tafel te kijken, maar is het niet wat veel gedoe voor een tikkeltje meerwaarde? Bovendien blijken heel wat toestellen ook niet voldoende rekenkracht te hebben om zo’n real life rendering voor mekaar te krijgen.

 

De conceptuele groen-tool van de stad Antwerpen. Copyright: stad Antwerpen.

 

Een spel maar dan serieus

Uiteindelijk is er een ‘serious game’ uit de bus gekomen zonder Augmented Reality, een eerder klassiek, informatief computerspel dat de speler uitdaagt om Sint-Andries meer bestand te maken tegen de nakende effecten van de klimaatsverandering. Met een vast budget probeer je snel in te grijpen in de wijk voor een wolkbreuk de straten blank zet. Doe je het goed, dan bescherm je niet alleen de buurt, maar win je ook nog eens centen door de opbrengst van de zonnepanelen, daktuinen en zo verder. Je krijgt te zien welk effect elke ingreep heeft en kunt nagaan wat er nog fout liep.

Het spel heeft het AR-luik laten varen en testspelers vonden het wel interessant en leerrijk, maar verslavend is het spel niet. Niet van die orde dat je ‘s avonds na het eten vrolijk roept: “willen we nog eens Sint-Andries van de zondvloed redden?” Het is eerder een aangename introductie tot klimaatadaptatie geworden, een spel dat je zou kunnen verspreiden ter voorbereiding voor een buurtoverleg, of om het thema in een educatieve omgeving op te frissen met het oog op verdieping achteraf. Naast informeren nodigt het immers vooral uit om in oplossingen te denken. Al spelend krijg je vertrouwen in ingrepen die voorheen misschien niet in je opkwamen. Meer nog, achteraf zal het wellicht een stuk minder vreemd klinken om iemand over daktuinen of wadi’s te horen spreken wanneer het over klimaat gaat. Door het spelkarakter en de bijhorende opschorting van cynisme ga je die opties assimileren en gewoner vinden.

 

Informatie in tabletvorm

Of een spel op zich ook instructie kan vervangen, valt te betwijfelen. Het laat de speler wel contact leggen met de ingewikkelde data, maar doorgaans zijn spellen beter geschikt als smaakmakers. Het spelsysteem vereenvoudigt het eerste contact en de kennismaking, maar zodra je dieper wil gaan graven gaat het spelmechanisme net in de weg zitten. Je wil dan misschien net doorklikken op de werken van zo’n groendak en je niet reppen omdat er weer een bui aan komt.

 

De conceptuele groen-tool van de stad Antwerpen. Copyright: stad Antwerpen.

 

Ook kun je je afvragen of de gebruiker de data in een spel wel zal geloven. Het ziet er immers net te glad en te clean uit. Je klikt op een knopje, er verdwijnen centen van je rekening en - alsjeblieft - daar is weer een plein onthard, een daktuin aangelegd of een muur vol groen geschilderd. Dat gaat wel heel vlotjes, terwijl je de centenpijn niet voelt. Meer nog, na een stortbui groeien er zelfs centen op mijn dak. Ik begrijp dan wel dat dit me erop wil wijzen dat ingrepen ook kunnen renderen, maar er zorgt er ook voor dat ik het allemaal eerder figuurlijk en overdrachtelijk ga beschouwen. Ik beschouw het spel op dat moment dan ook niet langer als een bron van zakelijk informatie. Ik ga hier niet op doorkauwen, dit is een tablet van weetjes en ontmoetingen die ik op de tong laat smelten. Ja, ik word me wel bewuster van de mogelijkheden om onze wijk aan te pakken, maar voor het hoe wil ik elders verder geholpen worden.

 

Van kennis tot gedrag

Zet de applicatie ook aan tot gedragsverandering? Laten we hier voorzichtig op antwoorden dat het een zaadje plant. Kennis is vaak een belangrijk ingrediënt om toekomstig gedrag op te roepen, maar gedragswetenschappelijk onderzoek heeft inmiddels al vaker aangetoond dat het noch een noodzakelijke, noch een voldoende voorwaarde is. We zullen een gedrag vaker stellen omdat anderen het doen, omdat het de norm is, omdat het nu eenmaal uitkomt, omdat ik het makkelijk, aangenaam of statusverhogend vind. En kennis alleen biedt dan weer geen voldoende krachtige energie-boost om me over organisatorische, praktische of motivatiehindernissen te tillen.

Daarvoor wil ik andere hefbomen.

Een computerspel, of het nu op een laptop, een desktop of een tablet gespeeld wordt, kan de burgers uit eenzelfde wijk wel een gelijkaardig referentiekader bieden en zo de basis voor een sociale normstelling vormen, net zoals het ook kan enthousiasmeren om over oplossingen te denken. Het geeft alvast een optimistische antwoord aan de doemscenario’s die op ons afkomen en maakt zo de weg weer vrij voor activering. Maar op zich zal het wellicht niet tot actie aanzetten. Daarvoor isoleert het werken op een scherm me teveel van de werkelijkheid eerder dan dat het er een verhoging aan toevoegt. Zodra ik het spel sluit, stap ik weer die andere realiteit in, en laat ik het spel achter.

 

Wachten op AR dan?

Met ‘echte’ augmented reality zou het misschien wel kunnen dan? Stel dat we de technologische hindernissen voorbij zijn, dat het magische 5G al haar verwachtingen waar maakt en dat we inderdaad fijnmazig data over de fysieke wereld kunnen verspreiden. Stel dat de datasystemen van de stad en diverse organisaties binnen de privacyregels een semantisch netwerk gaan vormen dat zich kan koppelen aan GIS-coördinaten. Stel dat we de telefoon niet langer uit onze broek- of binnenzak hoeven te halen om dat netwerk te raadplegen, maar dat slimme uurwerken en brillen sociaal geaccepteerd zijn en realtime met het fijne netwerk aan gegevens verbonden zijn… Overstijgen we dan wel het kennismakend en inspirerend informatieniveau?

Wel, vooreerst zou het de aangeleverde informatie wel concreter en zo geloofwaardiger maken. Ik kijk om me heen en zie de problemen en mogelijke ingrepen meteen geprojecteerd over de locatie, met de mogelijkheid om de bronnen meteen te raadplegen. Meer nog, ik kan verschillende oplossingen oproepen en meteen op mijn dak projecteren terwijl ik er sta. Ik kan vanuit de AR-toepassing ook modelstruiken binnenhalen van diverse leveranciers met de prijs van het moment. Ik kan leveranciers vergelijken en combineren. Ik zie meteen wat het me zou kosten met of zonder levering, met of zonder installatie, wellicht zelfs met leveringstermijnen, wachttijden en kredietmogelijkheid. Hopelijk is er meteen een optie om na te gaan welke subsidie ik hiervoor krijg en welke andere steun de stad biedt. Ik stel mijn eigen oplossing voor en laat een simulatie lopen terwijl ik erin rondloop. De virtuele regen valt om me heen en ik zie hoe het wordt weggeleid en waar het blijft ophopen. Ik pas aan, verhoog de regenval of vervang het door een verzengende hitte. De simulatie spoelt door en gebruikt alle rekenkracht van mijn mobiele toestellen om zoveel mogelijk parameters mee in beeld te brengen. het vertelt me wellicht ook welke parameters het veronderstelt en welke het ook daadwerkelijk in rekening brengt. Wil ik de resultaten verscherpen dan kan ik de veronderstellingen wellicht ook aanscherpen met extra private data.

Ben ik uiteindelijk tevreden met mijn constructie dan kan ik het delen met mijn vrienden. Die kunnen het thuis op hun tafel projecteren of ze kunnen op mijn dak tussen mijn toekomstige oplossing gaan wandelen en het waarderen met duimpjes, sterren of wat dan ook de smaak van het moment is. Mijn score verhoogt, maar merk ik dat ik heel wat positieve feedback krijg, dan voel ik me vast gemotiveerd om op dat blinkende knopje te drukken dat boven mijn virtuele slakroppen zweeft, en meteen de leveranciers aan het werk zal zetten: “Maak het waar”.

 

Een applicatie van de stad Kopenhagen in samenwerking Klikovand, Novafos, HOFOR, Forsikring & Pension en het Technological institute experimenteerde al met het visualiseren van klimaatingrepen in de publieke ruimte.

 

Make it so

Meer nog, ik kan dit soort oplossingen ook in mijn straat creëren. Wandelen door de wijk heb ik mijn klimaat-focus misschien aangezet. Ik bepaal zo de focus waarmee ik door mijn wereld stap. De AR krijgt de toestemming om me informatie te voeden volgens die focus.

Zo krijg ik een tik bij een pleintje omdat de data daar aangeeft dat dit een mogelijke hittehaard is. Ik vraag de AR om meer info en krijg een simulatie te zien met een thermische overlay. Ook hier kan ik uit een waaier aan mogelijke ingrepen kiezen en kan ik voorstellen om hier een rij bomen te planten misschien. Ik zet die er neer in mijn simulatie, zet er mijn eigen naam bij en publiceer die op de plaats. Op de stadsdienst wordt het als voorstel binnengehaald, inclusief prijs en mogelijk effect. Ik laat mijn oplossing er ook achter zoals ik een post of Facebook zou achterlaten. Misschien alleen voor vrienden, misschien voor iedereen die hier langs komt. En wie langs komt met de klimaatfocus
geactiveerd, krijgt nu een seintje dat hier een voorstel tot ingreep is gepost. Met de vraag of die wil beoordelen. Misschien krijg ik punten als ik veel likes krijg, misschien groeit mijn klimaataanzien? Misschien word ik zo wel ‘groene architecte van de buurt’ en misschien word ik ook wel vermeld en geroemd wanneer een van mijn voorstellen door de stad in realiteit wordt omgezet. De grenzen tussen spel en waarheid zijn steeds vager, net als de grens tussen droom, wens, voorstel, concreet aanbod en uitvoering.

Er zijn veel veronderstellingen aan dit scenario voorafgegaan, maar onmogelijk is het niet, zoals een Deense proef-applicatie van Klikovand aangeeft. Als deze vorm van AR ooit werkelijkheid wordt, kan het wel degelijk gedrag initiëren. Ik word enthousiaster over de mogelijke ingrepen want ik ben heel persoonlijk betrokken, ik geloof het mogelijk effect en de waarde van de ingrepen. Mijn persoonlijke motivatie is geënt in mijn keuzes en mijn gevoel van controle en bovendien weet ik dat het gewaardeerd wordt. De handelingstoegang is steeds maar druk op de knop ver, de kans op gedrag nooit zo dichtbij…

En achteraf, wanneer het werk is uitgevoerd, krijg ik ook nog feedback van mijn klimaatfocus-applicatie. Die vertelt me hoeveel er al gespaard, gered, gewonnen. De data bevestigt mijn keuze. En ook dat deel ik graag aan mijn vrienden, hen inspirerend tot meer van dat.

 

Is het wat, wordt het wat?

We verwachten veel van nieuwe technologieën, en er kan heel veel bij bedacht en verhoopt worden. En dat doen we best ook. Dat het in ons leven zal ingrijpen staat vast, dus kunnen we beter bepalen in welke richting het zal ingrijpen, Nu hebben we al een leuke manier om informatie te introduceren. Willen we meer bereiken, dan moet de technologie en onze samenleving nog wel enkele stapjes verder zetten en liefst in de meest klimaatbewuste richting.