Mag het een graadje minder warm?

Beleid maak je niet met de natte vinger. Nee, zo denken we in Antwerpen, je onderzoekt de opties en tekent je ingrepen uit op basis van de resultaten. Die hang naar onderzoek en experiment is een van de pijlers van Stadslab2050, maar je vindt ze uiteraard ook elders in de stad. In het Klimaatplan bijvoorbeeld.

Johan De Herdt, projectmanager klimaat & duurzame stad bij de Stad Antwerpen, wil de CO2-emissies gefundeerd te lijf gaan. “We hebben een evidence based policy,” zegt hij. “We gaan niet zomaar de temperatuur in de kantoren verlagen en de mensen dan zeggen dat het allemaal niet zoveel uitmaakt. Nee, we testen het eerst.”

Niet toevallig de standaard

Op zoek naar manieren om de uitstoot van de stad te verminderen, stootten Johan en zijn team op de gedragsinzichten van Sunstein en Thaler.  Mensen rationeel uitleggen dat ze de verwarming best iets lager zetten, volstaat niet, aldus deze onderzoekers. Je speelt beter in op onze automatische manier van handelen en geeft beter slimme duwtjes om ons het gewenste gedrag te laten stellen.

Een van die slimme duwtjes is het veranderen van de standaardinstelling van een apparaat. Stel je een printer standaard - of default - op dubbelzijdig printen in, dan gaan we gewoon vanzelf minder papier verbruiken. “Je maakt het de gebruiker makkelijk”, legt De Herdt uit. “Je ontneemt hem de last om keuzes te maken. Pas als die nieuwe standaard echt hinderlijk is, doen we de moeite om in te grijpen. Je wil dus onderzoeken hoe ver je de standaard kunt opschuiven voor het hinderlijk wordt.”

Zo gingen ze bij de OESO na wat het effect is als je de standaardinstelling van de thermostaat verandert. Vanaf welke temperatuurdaling gaan mensen toch in tegen die veranderde standaardinstelling? Verder dan twee graden moet je niet gaan, ontdekten ze bij de OESO. “Al bij twee graden gaan mensen de standaard weer terugdraaien en maken ze elke winst weer ongedaan. Maar”, zo vond Johan, “één graad zou al een schitterend milieuresultaat opleveren. Zo kon ik er misschien op een eenvoudige manier al een paar ton CO2 af pietsen.” Tijd voor een eigen experiment.

Experimenteren in stilte

Het experiment is intussen al opgezet én uitgevoerd. In de winter van 2017-2018 hebben Johan De Herdt en Guido Floes, consulent techniek, in Den Bell aan de knoppen gedraaid. In november en december stond de thermostaat naar oude gewoonte op 22° Celsius, in januari op 21,5° en in februari op 21°. Guido had de voorbije jaren al gestreefd naar een strengere temperatuurbeheersing en kon zo heel fijn afstemmen. “De gevoelstemperatuur heeft ook te maken met tocht en luchtvochtigheid,” legt hij uit. “Wil je de luchtvochtigheid onder controle houden moet je ook de temperatuur onder controle houden.”

Omwille van specifieke opbouw van Den Bell - met zeven blokken en vijf onderstations - werd iedereen overigens tegelijk aan dezelfde temperaturen onderworpen, met uitzondering van één bouwdeel waar tocht een spelbreker zou zijn op de bovenste verdieping. Dat was oorspronkelijk niet de opzet maar achteraf beschouwd is Johan daar wel blij mee. “2500 mensen hebben de verandering ondervonden en al dan niet gereageerd. Dat maakt dat je de resultaten niet zomaar van tafel kunt vegen of kunt aanvechten dat het er in jouw afdeling toch net iets anders aan toe gaat.”

Dat reageren werd meteen ook aangewezen als meetinstrument: het effect van de verandering lazen ze af aan het aantal temperatuurklachten dat de dienst beheer binnenkrijgt. Om die reden besloten ze ook om de 2500 gebruikers van Den Bell niet op de hoogte te brengen. “We wilden de resultaten niet beïnvloeden’, zegt De Herdt. “Alleen al de idee dat de temperatuur iets lager zal staan, zou al klachten kunnen genereren.” En zo verlaagde de temperatuur in alle stilte.

Half vol, half leeg, halve graad

De resultaten zijn dan ook niet te ontkennen. Toen de temperatuur in januari een halve graad daalde, zorgde dat allerminst voor beroering. Meer nog, er bleken zelfs minder klachten dan anders binnen te komen. Dat laatste kun je aan het toeval wijten, maar wat even onmiskenbaar was, was de felle stijging toen er nog een half graadje af ging. In februari steeg het aantal schriftelijke klachten, maar ook het aantal mondelinge klachten meteen. Hadden de 2500 Bell-medewerkers zich in januari helemaal niet gestoord aan de lagere temperatuur, een maand later en een halve graad lager kantelde het evenwicht. Dat kantelpunt tussen default en comfort zit hier dus tussen de halve en de volle graad.

De thermostaat kan in Den Bell een halve graad lager, zonder storend verlies aan comfort. “En met besparing van zowat 11 ton CO2 per jaar! Als we dit extrapoleren en temperatuur in de districthuizen ook op 21,5° zetten levert dit zelfs 33 ton CO2-reductie op per jaar.“ Het managementteam keurde halverwege juni dan ook goed om van 21,5° Celsius, waarop nauwelijks werd gereageerd, de nieuwe standaard te maken.

Of Johan De Herdt nu een blij man is? “Ik had stiekem toch op meer gehoopt”, geeft hij toe. “De literatuur laat uitschijnen dat er wel een volle graad in zat, maar dat hebben we niet gehaald.” “Alle beetjes helpen”, vindt Guido dan weer, en hij is er ook blij mee dat er nu een vast cijfer is opgekleed. “Hopelijk kunnen we er in alle stadsgebouwen naar streven om dit zo strikt mogelijk onder controle te houden.”

Het onderzoek geeft ook aan dat je de resultaten van een ander experiment niet zomaar klakkeloos kunt overnemen. “Je moet de experimenten lokaliseren”, bevestigt De Herdt. “Elk onderzoek ligt in een andere context. In de OESO wilden ze de kracht van defaults nagaan, wij willen makkelijk CO2 reduceren.”

Samen Klimaatactief

Voor de projectmanager klimaat stopt het hier uiteraard niet. Hij hoopt dat de experimenten van de stad ook anderen aanzet om na te gaan waar ze milieuwinst kunnen boeken. “Misschien slagen andere instellingen of kantoorgebouwen er wel in om meer dan één graad winst te boeken”, zegt hij. “Elke graad minder kan tot 6% kostenbesparing en CO2-reductie opleveren.”

Wie dat proef op de som wil nemen, zo voegt hij er nog aan toe, kan best ook eens zijn licht opsteken bij Samen Klimaatactief. Daar zijn ook tips te krijgen over het meten van het comfort van de gebruikers bij het verlagen van die standaardtemperatuur. “Ik hoop dat we anderen kunnen inspireren om de test te wagen”, besluit Johan De Herdt in een ware Stadslab2050-houding.  

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet