Duurzame deeleconomie: de rol van de stad volgens Martijn Arets

Een inleiding op de workshop ‘delende stad’

Eerder al vroegen we ons af: Kan Antwerpen een duurzame deeleconomie worden? Om daarachter te komen verdiept Stadslab2050 zich steeds verder in de deeleconomie, met experimenten die moeten verduidelijken wat de ideale rol van de stad is in de deeleconomie. Eén van de projecten komt er op initiatief van de Antwerp Management School, die haar eigen deelmogelijkheden als stadsactor aftast, en op 14 november samen met Stadslab2050 en enkele andere partners een workshop organiseert over een duurzame deeleconomie. Niemand beter dan een ervaren deelplatform-expert om dat event te begeleiden.

Daarom nodigde Antwerp Management School en Stadslab2050 Martijn Arets uit, ondernemer en onderzoeker bij Universiteit Utrecht en internationaal expert op gebied van online platformen (denk Airbnb of Uber). Hij deelt zijn inzichten over de deeleconomie. In dit interview en gaf een vurige pleidooi op de boeiende workshop en lezing van 14 november. Was je niet aanwezig maar ben je toch benieuwd naar zijn presentatie? Hier kan je ze volledig bekijken. 

 

Om deeleconomie succesvol in te voeren, moeten we ervoor zorgen dat het ook echt een betere oplossing is voor de inwoners van een stad.

 

Martijn, waar komt jouw interesse voor de deeleconomie vandaan? 

Het is voor mij begonnen met een crowdfundingcampagne. In 2011 heb ik een boek geschreven en de vertaling daarvan heb ik gefinancierd via crowdfunding. Ik was de eerste ter wereld die dat deed op basis van aandelen, wat achteraf bekeken een erg omslachtig model was. Ik zag dat crowdfunding als platform enorm veel potentie heeft, ondanks dat er achter de schermen nog niet veel van het model klopte. 

Ik dacht, platformen gaan de komende 15 jaar iedere sector beïnvloeden. Maar niemand was er mee bezig. Omdat ik er zo in geloofde, heb ik besloten om me in platformen te gaan verdiepen. De eerste zes jaar van mijn project heb ik zo’n 400 ondernemers en experts geïnterviewd, om te ontdekken wat er allemaal gebeurt achter de schermen van de platformen. Ik wilde weten waarom platformen bepaalde keuzes maakten, hoe verschillende organisaties ermee omgaan. Maar ik was vooral geboeid door de vraag: hoe gaan we er voor zorgen dat dit model gaat bijdragen aan een meer inclusieve samenleving?

Mijn expertise ligt dus vooral in ‘platformeconomie’, waarvan deeleconomie een onderdeel is. Bij deeleconomie spreken we over het delen van spullen tussen consumenten. Op dit moment worden de meeste spullen enorm inefficiënt gebruikt (denk maar aan de auto die 90% van de tijd gewoon stilstaat in de garage). De deeleconomie wil inspelen op al dat onbenutte potentieel, om de duurzaamheid in een samenleving drastisch te verhogen. 

 

Waar zitten volgens jou de grote voordelen van een deeleconomie in een stad? 

Wat de deeleconomie heel goed doet is het begrip ‘bezit van’ vervangen door ‘toegang tot’. Dat is een belangrijke verschuiving om de inefficiëntie in een stad naar omlaag te halen. Iedereen heeft nu zijn of haar eigen spullen, waardoor de gezamenlijke onbenutte capaciteit van spullen, vervoermiddelen, ruimte… enorm hoog is. 

Hoe dichter bevolkt een stad is, hoe meer pijn dat doet. In een grote stad is er immers maar een beperkte ruimte voor heel wat inwoners, en daarom is het nuttig om te bekijken hoe we die ruimte zo efficiënt mogelijk kunnen benutten. Dat kan bijvoorbeeld door het aantal auto’s te verminderen, waardoor er ook weer parkeerruimte vrijkomt en de leefbaarheid van de stad naar omhoog gaat. 

Maar er zijn nog veel meer mogelijkheden om af te tasten, alleen al rond het thema mobiliteit. Een zelfrijdende auto staat op de agenda als optie, maar ook de deelfietsen of -stepjes die je volop ziet opkomen, in combinatie met een efficiënter ingericht openbaar vervoer, brengen ons al een heel eind verder.

Kortom, wat deeleconomie vooral wil doen is vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen, zodat je een betere benutting krijgt van de capaciteit. Want alleen dan krijg je een echt duurzame stad. Om deeleconomie succesvol in te voeren, moeten we ervoor zorgen dat het ook echt een betere oplossing is voor de inwoners. De stad kan het bijvoorbeeld financieel voordeliger maken om auto’s te delen dan om er zelf één te bezitten. 

Deelplatform-expert Martijn Arets - © Sebastiaan Ter Burg - Flickr

 

Daar is dus een belangrijke rol voor de stad weggelegd. Hoe kan de lokale overheid er concreet voor zorgen dat ‘delen’ een betere oplossing wordt dan ‘hebben’? 

We moeten vertrekken vanuit de vraag: wat voor samenleving willen we? En hoe willen we die concreet gaan inrichten in de stad, met welke instrumenten? Welke keuzes maken we daarvoor? Als je een beeld hebt van het soort samenleving waar je naartoe wil evolueren, dan kan de stad bepaalde platformen gaan faciliteren die beleidsdoelstellingen helpen bereiken. 

Een beleidsdoelstelling van een stad kan bijvoorbeeld zijn om het samenhorigheidsgevoel tussen de inwoners te versterken. Dan kan ze financiële steun geven aan platformen als thuisafgehaald.nl, waarbij mensen hun zelfgemaakte maaltijden aan elkaar gaan aanbieden. Dat creëert een soort van community en het gaat eenzaamheid tegen, wat voor een stad een belangrijke beleidsfactor kan zijn.

Als overheid moet je je dus gaan afvragen: welke platformen dragen bij aan doelstellingen die wij hebben als samenleving? Bijvoorbeeld het terugbrengen van de impact op het milieu, het meer leefbaar maken van een stad op mobiliteitsvlak, sociale cohesie, duurzaamheid… En hoe kunnen we die platformen helpen? Hebben ze vooral geld nodig? Of kennis? Dan beslis je als stad om steun te geven aan zo’n platform, als geldgever, aandeelhouder of op een andere manier. Daarnaast kan de overheid ook met het eigen inkoopbeleid een belangrijke rol spelen en een signaal geven.

 

Hoe ziet een stedelijke deeleconomie er volgens jou uit in de toekomst?

Martijn: In 2030 zullen we niet meer over deeleconomie spreken. Die term wordt omstreden omdat er het woord ‘delen’ in zit, en het wel degelijk gaat over transacties waar een vergoeding tegenover staat. Ik geloof meer in het begrip ‘platformeconomie’, waarbij je zo efficiënt mogelijk gebruik maakt van spullen en arbeid. Langs één kant komt dat de duurzaamheid ten goede en vervult het andere beleidsdoelstellingen van een stad, maar langs de andere kant moeten de platformen er ook iets aan kunnen verdienen.Een platform heeft, zoals iedere business, geld nodig om te bestaan. Er zitten immers mensen achter die het runnen, en die betaald moeten worden voor hun inspanningen.

 

Hoe meer je als platform de sociale kant op gaat, hoe lastiger het wordt om een goed businessmodel te hebben. Precies daar kan de overheid op korte termijn een belangrijke faciliterende rol spelen, om het bestaan van platformen met een sociaal karakter te garanderen. 

 

Daarnaast kunnen we op langere termijn misschien evolueren naar een overheid die zelf ook steeds meer digitaal gaat denken. Je zou veel meer processen binnen de overheid kunnen digitaliseren. In Estland runt de overheid zelf een platform. De Estse overheid is op digitaal vlak 10 keer sneller dan de meeste Europese landen, maar tegelijk ook 10 keer trager dan de meeste startups. Dus heeft de overheid beslist om de startups te gaan faciliteren met API’s, waarmee ze op het overheidssysteem kunnen aankoppelen. Zo kunnen bepaalde diensten en platformen gelinkt worden aan de overheids- of belastingdienst, wat het proces heel wat makkelijker maakt voor alle partijen. Met de juiste inspanningen is het voor de verdere toekomst - wie weet tegen 2050 - een mooi streefdoel. 

 

Bedankt om jouw kennis met ons te delen, Martijn!

 

Tijdens de workshop gaat Martijn Arets samen met andere experts dieper in op enkele vraagstukken rond de duurzame deeleconomie die in dit interview ook al aan bod kwamen:

  • Wat doet de stad met data die ze nodig heeft om de deeleconomie te reguleren?
  • Hoe kan de stad het vertrouwen tussen mensen vergroten, zodat ze gemakkelijker spullen met elkaar delen?
  • Hoe kan de deeleconomie bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van een stad?

 

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet