Vertel, stadslaborant, vertel

Als er niet over wordt gesproken, dan is het niet gebeurd. Kijk maar naar Gustaph Weisskopf. De brave man trok iets na middernacht, op 13 augustus 1901, samen met twee vrienden zijn toestel uit de loods. Ze rolden het in stilte door de straten van Waco, Texas, van Pine Street, langs het weeshuis bij Fairfield Avenue over Ellsworth Street naar een open veld een eind verderop. Daar vouwden ze de vleugels open, controleerden ze de motoren, de wielen, de moeren, de vijzen en trokken ze de propellers aan. Rond twee uur ’s nachts vloog het toestel een eerste keer op voor een testvlucht met zandzakken. Nog eens twee uur later vloog de heer Whitehead - hij verengelste zijn naam - 260 meter ver in zijn “Nummer 21”-vliegtuig, 200 meter verder dan beroemde eerste vlucht van de gebroeders Wright, en vooral… twee jaar eerder.

Verhalen worden overgeleverd

Ah, de moedige verhalen van de broeders Wright! Hoe vaak hebben we die niet gehoord op school? We zagen de foto’s, of zelf de eerste filmpjes met flikkerende beelden en grappige, haperend rennende mannetjes. We kennen Orville en Wilbur bij hun voornaam. Ze stegen op in Kitty Hawke, nabij Kill Devil. Sommige weten zelfs nog dat hun vliegtuig de Flyer heette… Orville en Wilbur hadden foto’s. Ze stuurden persteksten. Ze leenden hun eerste toestel uit aan musea. In het begin schreven ze trouwens vaker over hun vluchten dan ze het lieten zien - enerzijds uit angst te falen voor de ogen van het publiek, anderzijds om de concurrentie geen tips te geven. Hun eerste beschrijvingen waren opsommend en saai, maar toen ze ook boeiende verhalen en aantrekkelijke demonstraties gingen geven, werden ze de helden van elke voorpagina. Whiteheads eerste vlucht stond op de vierde pagina van de plaatselijke krant, met een tekening in plaats van een foto. Hij gaf geen demo’s, maar werkte over in de fabriek, en ’s avonds bedacht hij bescheiden veiligheidssystemen voor treinen, wegenbouwmachines en helicopters. Hij stierf onbekend. Zijn inzichten gingen verloren.

Vertrouw er niet teveel op dat je goed bedoelde inhoud vanzelf een eigen leven gaat leiden. “Het is niet omdat het waar is, dat het ook zal aanslaan,” zegt storytelling-specialist *Stefaan Vandist*, “Het is niet omdat Climate Change een feit is, dat oproepen tot actie per sé wervend is en mensen op de been krijgt. Alleen goed vertelde verhalen worden doorgegeven.”

De tekening in Whiteheads artikel naast de foto van de gebroeders Wright. De eerste lijkt wel uit een boek van Jules Verne gehaald…

De kracht van Storytelling

Het is al vaker gezegd: je moet verhalen vertellen. ‘Maak gebruik van storytelling’, heet het dan. Onze hersenen houden immers van verhalen, we slaan herinneringen op via verhalen, we halen ze ook weer op met verhalen. Je kunt betrekken bij je doelstellingen en je zoektocht door herkenning op te roepen, door ons te laten inleven en ons te laten vereenzelvigen. “Ken je dat gevoel wanneer je op maandagmorgen op de weegschaal staat…?”, vraagt de spreker. We lachen om de herkenning. We knikken. Ja, zo ben ik ook. En voor we erbij stil staan, beginnen we de spreker te vertrouwen, te geloven. We gaan mee. Verhalen slepen ons mee, en doen ons onze scepsis opschorten. We gaan echt luisteren.

Zelfs onderwerpen die ons doorgaans niet boeien, worden opeens fascinerend, als ze met humor, spanning, emotie, ontroering of verrassing worden gebracht. Verhalen vertellend geef je me inzicht, bied je me kapstokken, toon je me causale verbanden en betekenis. Ik snap hoe de dingen ineen steken. Verhalen verhelderen, ook al ben ik geen kenner van het onderwerp.

Meer nog, hoe verder ik als luisteraar van het onderwerp verwijderd ben, hoe groter het belang van verhalen, want je wil me betrekken bij iets dat ik doorgaans links laat liggen. “Grote uitdagingen, zoals circulaire economie, hernieuwbare energie”, beklemtoont Stefaan, “hebben daarom nood aan straffe verhalen.”

Van aandacht naar motivatie

Je wil uiteraard meer dan een aandachtig publiek. Je wil boeien, zeker, maar je wil meer. Je wil dat we je ook gaan steunen, voortduwen, meewerken en daarom wil je… cijfers tonen. Stop. Je bent me kwijt. Wat ga je doen? Cijfers? Grafieken? Nee, net nu heb je verhalen nodig. Echte verhalen. Geen opsomming van chronologische feiten of data, maar spanningsbogen, catharsis, strijd, en conflict. “Je neemt me vlot mee als je me vertelt over de uitdaging, het gevaar dat lonkt, de inzet van de zoektocht, de hindernis en het ellendige gevecht met de omstandigheden die weer niet mee zitten”, aldus Stefaan. De ironie van ons leven is dat leven net dieper en rijker wordt door die strijd tussen hoopvolle verwachting en venijnige realiteit. Die strijd doet ons lijden, maar motiveert en drijft ons ook: weg van het venijn, naar het ideaal van de verwachting. En we zijn steeds opgelucht wanneer een vondst, een vindingrijke ingreep, actie of gedachte de verwachting doet zegevieren. Spanning is energie.

In het publiek leef ik mee, maak ik je zoektocht eigen en voel ik die spanning: ik wil de ontknoping. Spanningsbogen betrekken me bij je uitdaging, en motiveren me tot meedenken en meezoeken.

Uitdagingen, hindernissen en conflict

“Om me te boeien, moet de uitdaging - lees: de kloof tussen verwachting en realiteit - uiteraard groot genoeg zijn”, weet Vandist. “Een verhaal over een rat die eten wil koken in de riolen? Misschien wel schattig, maar niet echt interessant. Een verhaal over een rat die wil koken in een verfijnd, gastronomisch toprestaurant? Nu heb je mijn aandacht. Hoe zal hij dat doen? Hoe geraakt hij er binnen? Wat als ze hem zien? Ik voel de spanning al, en zet me er klaar voor.”

Een handige manier om die hindernissen tastbaar te maken, is door die hindernissen of zelfs concurrerende antwoorden voor te stellen als de vijand, terwijl onze oplossing de held is. Stefaan haalt Elon Musk aan als voorbeeld. Toen die de Tesla Powerwall voorstelde, schetste hij eerst de hoopvolle verwachting: om de fusiekracht van de zon eindelijk voluit te kunnen benutten. Daarna gaf hij aan hoe we dat intussen hebben geprobeerd, en hoe we hebben gefaald om de energie te vangen. De huidige oplossingen geven de valse idee van oplossing, schetste hij, en zijn eigenlijk hindernissen op zich geworden. “Het probleem met bestaande batterijen is dat ze waardeloos zijn. Ze zijn echt verschrikkelijk. Ze zijn duur. Ze zijn onbetrouwbaar. Ze stinken. Ze zijn lelijk, simpelweg slecht, en heel duur.” Waarop de held wordt voorgesteld: de Powerwall. “Een gelijkaardige aanpak zag je ook keer op keer bij *Steve Jobs*, de meester van de verhalende presentatie”, aldus Vandist, “of in tientallen heerlijke TED-talks, zoals die van *Dan Ariely*, *Matt Cutts* of *Catherine Mohr* over haar groene huis.

Er zit muziek in

Steve Jobs had ook oor voor de muzikaliteit van zijn presentaties. Hij gebruikte goed doordachte, melodische, memorabele zinnen, die meteen door de journalisten werden overgenomen: “Bicycles for the mind”, “A thousand songs in your pocket”, “Today Apple is going to reinvent the phone”.

Hij speelde ook met herhaling en verwachting: “One more thing.” Dat verhoogt de intensiteit van een idee, laat mensen anticiperen. Ook Martin Luther King gebruikte dit retorische stijlmiddel: “I have a dream”. Bij elke herhaling hakt het er dieper in. Het helpt ons ook om het verhaal te structureren. Het klassieke gangsterepos The Godfather speelt met herhaling en variatie om de verhaallijn te structureren. De jonge Michael Corleone distantieert zich eerst nog van zijn gangsterfamilie. We zien zijn vader in zijn donkere kantoor dreigementen uiten - “I’ll make him an offer he can’t refuse”, terwijl Michael in de zon over zijn familie vertelt: “My father made him an offer he can’t refuse”. Wanneer anderen later zijn familie bedreigen, raakt hij ook betrokken. “They made us an offer we can’t refuse”, klinkt het dan. Het gaat al over ‘ons’ hier. En nog later neemt hij zelf de touwtjes in handen, en is hij niet langer de onschuldige zoon, maar zelf de bedreiger: “I’ll make him an offer they can’t refuse.” De cirkel is rond. Één zin vertelt in zijn vier variaties het hele verhaal van de jonge Corleone.

Beklijvende verhalen lijken dan ook vaak muziekstukken waarin thema’s herhalen, strijden met tegenstemmen, variëren, ontwikkelen en weer landen…

Hoe schrijf je een spannend verhaal?

Die uitdagingen en conflicten hangen verhalenvertellers doorgaans, bewust of onbewust, aan beproefde structuren zoals het ABDES-stramien: Aanvang-Breuk-Dynamiek-Evenwicht-Slot.

Bij de Aanvang van het verhaal leren we de beginsituatie kennen: waar situeert ons verhaal zich? Is het een sprookje of gaat het over energie, mobiliteit of duurzame woningen?

De Breuk biedt ons de uitdaging. Iemand wil iets. Luke Skywalker wil de prinses redden. Elon Musk wil het batterijvraagstuk oplossen. De stadslaborant wil jeans duurzaam maken. Hier wordt het verlangen uitgesproken. Dit verlangen is geen boodschappenlijstje, maar een fundamentele nood die, eens gelenigd, het verhaal beëindigt.

Het Dynamiek-luik is de kern van je verhaal. De verwachtingen van de hoofdpersoon, de ondernemer, de held, de stadslaborant botsen op een weinig coöperatieve, wrede realiteit. Die realiteit kan bestaan uit budgetproblemen, conflicten met anderen, instellingen, fysieke problemen, natuurlijke hindernissen, of onuitgesproken twijfels, angst, verwarring, vaak nog eens op de spits gedreven door een tikkende klok en een nijpende deadline. 


Een goede verteller beschrijft hoe het is om met die tegengestelde krachten om te gaan, en vraagt om dieper te graven, actie te ondernemen ondanks de risico’s en uiteindelijk de waarheid te onthullen. De toehoorder ontdekt mee met de verteller een nieuwe waarheid wanneer die de hindernissen onderweg overwint of ondergaat.

Bij het Evenwicht wordt het verlangen beantwoord. Ziehier, de iPhone, de Powerwall, de Urban Precomposter, Nieuw Zuid… Een open einde is uiteraard ook mogelijk. Je stopt dan nog voor het evenwicht is bereikt, en stuurt ons met de vraag naar huis. Hoe zal dit aflopen. Hoe kunnen we helpen? We zijn meegenomen in de dynamiek en willen het antwoord helpen zoeken en vooral vinden.

Is er wel een evenwicht bereikt, dan kunnen we in het Slot vergelijken met de aanvangssituatie. Is het nu beter? Zijn we er nu? Om dan misschien al te hinten naar een nieuwe breuk die eraan komt, een nieuwe uitdaging…

Het zit in de details

“Je verhaal maak je tenslotte pas echt aantrekkelijk”, besluit storyteller Vandist, “wanneer je het laat voelen, ruiken, smaken, zien…” Wanneer de Canadese astronaut *Chris Hadfield* decennia na Wright en Hadfield vertelt over zijn ruimtereizen trekt hij alle registers open om ons mee te nemen. “Ik ben een gewone jongen”, begint hij vaak. “Ook ik laat de hond uit, raap zijn stront op, schuur in het weekend op de grill van de barbecue en moet af en toe de schuur opruimen.” We vereenzelvigen ons met hem. Wanneer de raket opstijgt, “zitten we in een raceauto met het gaspedaal helemaal en onophoudelijk ingetrapt.” “De versnelling is zo sterk dat het voelt alsof iemand cement over je heen kapt.” Wanneer hij later vertelt hoe zijn eten in zijn ingewanden rond klotsen omdat er geen zwaartekracht is, voelen we ons ook misselijk worden. En wanneer hij bij de ruimtewandeling vertelt hoe magisch het is “om naar links te kijken en de wereld te zien, en vervolgens naar rechts te kijken en het heelal in te staren”, draait ons hoofd mee, turen we mee en voelen we de magie.

Wil je ons laten meedenken, meeleven en meevoelen met de uitdaging die je hebt opgenomen als stadslaborant? Vertel er ons dan over. Inspireer ons. Schets de verwondering, de hindernissen, de vijand en de held, zoek de thema’s en laat ons ook in de kleine details ontdekken hoe moeilijk en mooi de zoektocht is. Neem ons mee. Zo betrek je niet alleen je directe omgeving, maar hele wijken, een hele stad, een hele bevolking, op weg naar een duurzaam 2050.

Onuitwisbaar

Dat deden de gebroeders Wright ook toen ze eenmaal door hadden dat ze ons niet met cijfers, afstanden en vermogen moesten vervelen. Ze vertelden over hun vader die in de late herfst van 1878 op een avond een speeltuig mee naar huis bracht. “Hij hield het verborgen in zijn handen en voor we konden zien wat het was, gooide hij het in de lucht. Het viel niet op de grond, zoals we verwachtten, maar het vloog de kamer door tot tegen het plafond, waar het een tijdje bleef stuiteren… tot het uiteindelijk naar de grond zakte. Het was een klein speeltje, die wetenschappers ‘helikopter’ noemden, maar die wij, met ijdele minachtig voor de wetenschap, meteen een ‘vleermuis’ doopten. Het was een licht kader van kurk en bamboe, bedekt met papier, dat twee schroeven vormde die verschillende richtingen werden getrokken door elastieken onder spanning. Het delicate speeltje overleefde maar kort in de handen van kleine jongens, maar de herinnering was onuitwisbaar.”

Kortom, wil je impact met je initiatief?

  • Vertel erover.
  • Zorg dat ik als toehoorder de uitdaging en de hindernissen herken. Beschrijf met alle zintuigen, gebruik humor, emotie en verwondering.
  • Maak het spannend door de hindernissen als conflicten of als vijanden te beschrijven, en onszelf in de heldenrol te zetten.
  • Structureer je verhaal met de ABDES-kapstok en herhalende thema’s.
  • Bedenk enkele memorabele zinnen.