Heeft Stadslab2050 wel zin?

Een lab als Stadslab2050 wil impact hebben, en de evolutie naar een duurzamer Antwerpen positief beïnvloeden en stimuleren. De meetlat waarmee we het succes van het lab willen afmeten is dan ook daar te vinden: brengen we iets teweeg? Versnellen we processen? Inspireren we wel? Laten we positieve sporen na waarop anderen verder bouwen? Zwengelen we aan tot echte verandering? Of modderen we wat aan in de marge zonder dat iemand er acht op slaat behalve de stadslaboranten zelf? Heeft het zin wat we doen?

De zinnige belofte van een lab

Je zou een duurzame toekomst ook op een verlichte, technocratische manier kunnen aanpakken. Je zet er een groep specialisten op en die tekenen de weg uit die wij allen netjes volgen. In een niet eens zo ver verleden zou dit ongetwijfeld goed gewerkt hebben, maar anno 2016 sla je de bal hiermee lelijk mis. Dat pikken we niet meer. De wereld is complexer geworden, we zijn allen mondiger geworden, onze samenleving diverser, de steden groter en we zijn met zijn allen verstrengeld geraakt in economische en ecologische uitdagingen die ons onlosmakelijk met elkaar verbinden.

Een stadslab lijkt dan ook een voor de hand liggende werkvorm. Daarin laat je de overheid, bedrijven, burgers, universiteiten en andere relevante instellingen immers samen werken, zoeken en experimenteren binnenin die complexiteit van het dagelijkse leven. Je laadt de toekomst van de stad niet op de schouders van één van de spelers, maar weeft zo het groeiend netwerk dat als inspirerend en activerend draagvlak moet dienen voor een duurzaam 2050. Het houdt alvast die belofte in, maar het werkt pas als het netwerk ook echt groeit, als de experimenten worden opgepikt en tot inzichten leiden die de experimenten overstijgen, verwerkt worden in de missies van alle stakeholders en in de manier waarop we naar onze stad kijken. En is dat zo? We vermoeden van wel, maar weten …?

“Hoe werken labs? Wanneer hebben ze een impact? Wanneer zijn ze succesvol? Dat zijn geen eenvoudige vragen. Maar het is wel nodig om ze te stellen.” 

Projecten met uitstraling

Dat er projecten werden opgepikt, dat is duidelijk. Het Open Lab | 2016 is er een vier uur durende getuigenis van. Sommige projecten trokken zelfs heel wat aandacht, zoals de kledingbibliotheek, het Post-Couture Collective, MARTA, Airbezen, Urban Precomposter, Park Mee, en zo verder. Sommige projecten werden opgepikt, maar zwoegen nog verder, omdat de complexiteit zich niet plooit in drie jaar, of omdat ze nog maar pas begonnen zijn. Nog andere zijn verwaterd, stilgevallen of in heel andere projecten uitgemond. Hoe dan ook, Stadslab2050 heeft op zijn minst al een flink pakket aan projecten neergezet, die, zij het dan op microniveau, toch al voor verandering hebben gezorgd. Dat alleen is echter niet genoeg. Anders zijn we niet meer dan een veredelde projectenkeet. Nee, de projecten moeten wortel schieten, takken kweken en vruchten dragen … en ze moeten de bodem bijeenhouden.

Vruchtbare bodem

Onze stadslaboranten getuigen er zelf van. Of het nu gaat om universiteiten die energieverlies willen meten, bedrijven die nieuwe producten bedachten, ontwerpers die gelijkgestemden ontmoetten ... Keer op keer horen we bevestigen dat er een community ontstaat die inspireert, die kracht geeft, die motiveert. Ondernemers ontmoeten onderzoekers, burgers en ambtenaren zoeken naar oplossingen samen met instellingen en bedrijven waarvan ze het bestaan nauwelijks kenden. Of toch niet wisten dat die ook met duurzaamheid bezig waren.

In elk van onze thema’s hebben we gezien hoe onverwachte samenwerkingen ontstonden met heerlijke gevolgen. Denk maar aan het krediet voor Verenigingen van Mede-Eigenaars, de Urban Precomposter en het succesvolle Airbezen-netwerk.

Er is dus op zijn minst een basisnet geknoopt voor die projecten, maar zijn we daar blij mee? Is dat netwerk al hecht genoeg om een vruchtbare bodem te vormen? Moet dat netwerk niet nog steviger, denser, groter worden? Groeit het wel genoeg? Groeit het überhaupt?

“Een sterker netwerk maakt een meer vruchtbare voedingsbodem.”

Inzichten die projecten overstijgen

De projecten zelf zijn, hoe geslaagd ze soms ook zijn, gelukkig ook vaak meer dan enkel het experiment op zich. We hoorden al hoe de mensen van de Colruyt Group hun ervaringen hebben gebruikt om hun interne innovatieparcours te versnellen. De OVAM heeft haar aanbevelingen over het sorteren van textiel bijgestuurd. De experimenten lijken dus wel regelmatig tot overstijgende inzichten te leiden waar we verder mee kunnen. Of is het puur toeval? En waren die instellingen anders ook tot die stap gekomen? Heeft Stadslab2050 hier een rol gespeeld? En was die groot genoeg?

Open Lab | 2016 en ook onze nieuwe website zijn oefeningen in extrapolatie en overdraagbaarheid. Kunnen we de lessen, de kennis en de inzichten die we verwerven uit individuele projecten ook doorgeven naar andere projecten? Meenemen naar nieuwe projecten? Gebruiken als opstapje voor andere, grotere en impact-rijkere experimenten?

Zijn we al genoeg bezig met kennis delen, aanstekelijk inspireren en motiverend uitdagen om de lat net iets hoger te leggen? Halen we uit de experimenten wat er in zit?

Langetermijnimpact op papier

Ook hier kunnen we vaststellen dat een aantal spelers die betrokken waren bij Stadslab2050 plannen hebben neergeschreven met een kijk op de toekomst. Vooral de oudere trajecten, zoals mode en energie, lijken al structurele wortels te hebben geschoten. De OVAM heeft een nieuwe reeks uitdagingen geopend; Flanders Fashion Institute maakt uren vrij om zich met duurzame mode bezig te houden; de stad schrijft een energiehelpdesk voor bedrijven in in het Klimaatplan; KBC versterkt haar inspanningen om met producten en incentives duurzame ontwikkelingen te stimuleren en te faciliteren. Stuk voor stuk ingrepen die een uitbreidende impact zullen of kunnen hebben in de volgende jaren, en waar Stadslab2050 mee in aanraking is gekomen.

Maar ook hier vragen we ons wat de rol van het lab echt is geweest? Waren we een noodzakelijke en voldoende voorwaarde? Voldoende vast niet, maar waren we ook noodzakelijk? We geloven graag dat we op zijn minst een stevige dominosteen zijn geweest, maar we kunnen dit zo moeilijk meten.

Reiken naar de Heilige Graal

Nog duisterder wordt het als we het over mindsets hebben. Heeft Stadslab2050 al geleid tot een andere manier van kijken bij mensen, individuen of groepen? Misschien wel. Vast wel, toch? De stadslaboranten die deelnamen aan projecten zijn voortaan zelf toch meer gefocust op de duurzaamheid van trajecten, zou je denken? Of waren ze dat al voordien, en stapten ze daarom mee? Jasmien van het Flanders Fashion Institute was voordien niet bezig met duurzaamheid, vertelt ze zelf, maar weet zelf niet of ze er nu mee bezig is omdat ze in een netwerk beland is vol inspirerende mensen die haar kijk beïnvloed hebben, of omdat ze 30 is geworden.

We denken graag dat we onrechtstreeks toch wel wat mensen hebben geraakt die duurzaamheid voortaan meenemen in hun visie op zaken doen, op energie, mode, voeding, verbouwen … Maar om hoeveel mensen dat dan gaat, en hoe diep of hoe breed dat gaat … Geen idee.

Drie jaar is sowieso een te korte periode om al van een culturele impact te kunnen gewagen, maar zelfs dan moeten we ons durven afvragen of we al genoeg aan die impact hebben gewerkt. Hebben we al genoeg enthousiasme gezaaid om over enkele jaren verwachting en motivatie te kunnen oogsten?

Zin in meer zin

We zien hier een stevige uitdaging voor de volgende fase van Stadslab2050: we willen en moeten nog zwaarder inzetten op die impact van het lab. Op de ‘zin van ons bestaan’ . We moeten nog meer inzetten op het extraheren van lessen uit projecten; meer investeren in kennis- en inzichtsdeling, niet alleen onder medestadslaboranten, maar ook daarbuiten; we moeten ook aanmoedigen opdat anderen ermee aan de slag gaan, en we moeten die inzichten optillen tot deelbare verwondering, zodat steeds meer mensen het heden gaan bekijken door de bril van een duurzame toekomst.

Als we daar in slagen, en we kunnen ook nog eens meten waar wij direct of indirect invloed hebben gehad, dan kunnen we zeggen: ja, Stadslab2050 heeft zin. Veel zin.

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet