Jacques Vandermeiren: "Antwerpen kan meespelen in de Champions League van Agglomeraties."

Het diamanten zeilschip van Zaha Hadid lonkt naar de toekomst. Hier, zo lijkt het te zeggen, steken we van wal, op weg naar een nieuwe gouden eeuw voor Antwerpen. Een eeuw die duurzaam, leefbaar en attractief wordt. Niet omdat dat goed bekt, maar omdat het nodig is als je nog wil meespelen in 2050.

Aan het woord is Jacques Vandermeiren, CEO van het Antwerpse Havenbedrijf, ex-topman van energiebedrijf Elia en volbloed sinjoor, geboren, getogen en geworteld in de Sint-Andrieswijk. Zoals dat bij Antwerpenaren hoort, is hij bijzonder trots op zijn stad, maar toch veegt hij die term meteen van de tafel wanneer het over de toekomst van Antwerpen gaat. “Wat is een stad? Waar begint dat? Waar eindigt dat?”, vraagt hij. “Vroeger was het duidelijk. Je had het gebied binnen de muren en verder niks. Nu is een stad moeilijk af te bakenen. Alles is aaneengesloten. Ik verkies daarom de term ‘agglomeratie’.

Vervagende landgrenzen

Die Antwerpse agglomeratie is best wel uitgebreid in de visie van de CEO. “Je kunt het duiden volgens de gemeenschappelijke focus: wat is de leefwereld van de burgers. Om Antwerpen af te bakenen kun je terugvallen op de Schelde. Lokeren en Sint-Niklaas horen niet tot Antwerpen; met Mechelen en Turnhout voel je wel meer banden.” 

Die lokale verbondenheid zal ons ook in de toekomst definiëren, denkt hij. “Landelijke identiteit vervaagt en identiteit rond agglomeraties neemt toe.” Dat wordt de basis voor onze geografische en vervolgens institutionele organisatie. “We willen geen instellingen meer die te ver van de burger staan. Wij voelen meer verbondenheid met lokale politici en ook politici hebben meer hang naar steden en agglomeraties, naar connectie met mensen uit hun omgeving.” 

Hij ziet het gewicht van landen in de toekomst dan ook verschuiven naar agglomeraties. “Je ziet het nu al in informele initatieven als het Parlement van Burgemeesters en de C40, het netwerk van de 40 grootste steden. Die instellingen zijn niet georganiseerd van bovenuit, maar vanuit een marktbehoefte. Dat gaat sowieso langer mee dan artificiële en virtuele structuren.“

Kanshebber in de Champions League der Agglomeraties

Als regio zul je in die toekomst uiteraard willen meetellen. Dat zit wel goed, denkt Jacques Vandermeiren. “Antwerpen heeft de troeven om mee te spelen in die Champions League van Agglomeraties”, zegt hij verwijzend naar haar schaal, de Schelde en haar rijke verleden. “Tijdens de Gouden Eeuw was Antwerpen het centrum van de wereld”, vertelt hij met blinkende ogen. “Dat zie je, dat voel je. Dat laat zijn sporen na bij de mensen die er geboren zijn. Het geeft een mentaliteit van ambitie.”

Die centrale positie heeft Antwerpen dan wel moeten opgeven, maar het heeft nog steeds een “venster op de wereld”. “De Schelde is bepalend geweest voor de geschiedenis. De welvaart kwam daarlangs de stad binnen en dat blijft ook zo. Het zorgt voor een rijke diversiteit en een internationale invloed. Er zijn 136 nationaliteiten in Antwerpen, veel meer dan in New York. Al eeuwen lang reizen mensen en goederen, stoffen, kruiden, diamant... de stad in en uit, met alle invloeden van dien. Dat merk je in het stadsbeeld, de cultuur, de mensen. Je leeft met die rijkdom, je neemt de invloeden sneller op... Het inspireert. Het geeft Antwerpen haar eigenheid.”
“Denk aan fashion,”gooit hij op. “De Zes? Dat had nergens anders gekund.”

Fundamenteel optimistisch

Antwerpen zal het ook makkelijker hebben om die eigenheid te behouden dan pakweg Londen, Parijs of Barcelona, denkt Jacques. “De scope is hier aangenamer. En door de combinatie van die schaal en de instroom van welvaart en inkomsten via de haven kunnen we hier ook meer in tijden van innovatie. Antwerpen kan sneller worden uitgebouwd tot een Smart City.”

De leider van het Havenbedrijf noemt zich dan ook fundamenteel optimistisch. “Er is een fundamentele basis van groei en bloei; de regio is nooit diep in de problemen verzeild. Ze heeft wel slechtere momenten gekend, maar is die altijd weer te boven gekomen. Ik snap het negatieve denken en het pessimisme niet. Antwerpen 2050 wordt aantrekkelijk.”

Mensen maken het verschil

Niet dat je eigenlijk veel keuze hebt. Als je wil meespelen met de andere grote agglomeraties zul je talent moeten aantrekken. “Je wil mensen aantrekken om het verschil te maken. En dat vergt de nodige condities. Je moet de context creëren voor mensen die er willen leven en ondernemen. En”, zo voegt hij er snel aan toe, “fiscaliteit is niet de eerste bekommernis voor die talenten. Het gaat om leefbaarheid, groen, woon- en werkruimte, veiligheid, het behoud van die schaalbaarheid, een plaats waar je je kinderen wil zien opgroeien en je zelf oud kunt worden...”

Haven in beweging

Dat die haven vaak nog de reputatie heeft weinig groen te zijn, begrijpt de CEO van het Havenbedrijf. “De industrie en die schepen hebben lang de kleuren van onze milieugrafieken bepaald. Dat beseffen we en net daarom willen we daar met de haven helpen, begeleiden. En de inhaalbeweging is al bezig. Schepen schakelen over van vuile dieslemotoren naar andere fossiele brandstoffen en hybrides en zelfs naar elektrische motoren.” Naast de ingezette duurzame transitie, stemmen ook andere signalen hem optimistisch..

“De overkapping van de ring is een fantastische uitdaging. We vragen ons nog af hoe we dat gaan betalen, maar zo’n groene gordel in plaats van een autostrade door de stad is een uitgelezen kans. In Valencia zie je het effect al. De stad krijgt er een groene long bij.”

Die hang naar een beter evenwicht tussen bewoning en groene ruimte ziet hij ook bij de stadsuitbreiding in Nieuw-Zuid en de nieuwe innovatieve stadshaven waarbij hij zelf betrokken is. Antwerpen wordt weer aantrekkelijk leefbaar.

In Valencia konden ze een autoweg leggen in een drooggevallen rivierbedding of spoorwegen, maar op vraag van de burgers werd het een park: de Jardin del Turia.

Wonen en werken in de stad

“We gaan weer wonen én werken in de stad”, vermoedt hij. “Dat roept de vergelijking op met vroeger toen je brouwerijen en drukkerijen in de stad vond, zoals in Sint-Andries. Mensen woonden er naast hun werk. Dat is toen uiteen getrokken. We kregen verkavelingen om in te wonen en verkavelingen voor KMO’s om in te werken. Dat je dan mobiliteitsproblemen krijgt, ligt voor de hand.”
“Nu de maakindustrie plaats maakt voor technologische bedrijven en diensten, kunnen we dat omgooien. In de toekomst zullen we werken en wonen meer bijeen kunnen brengen.”

Antwerpen heeft hier met haar schaal weer een grote troef, aldus de visionaire ondernemer. “In Londen moet je ver van het centrum wonen als je wat ruimte wil; in Amsterdam kun je alleen nog klein behuisd wonen. Hier is het leven nog aangenaam in de stad zelf.” 

Deel en beheers

Vandermeiren ziet jongeren en gegoede burgers ook steeds minder kiezen voor een villa buiten de stad. “Die in Brasschaat staan leeg. Mensen willen steeds minder fortuin uitgeven voor een tuin voor hen alleen. We willen wel leven tussen groen, maar dat hoeft niet van mij alleen te zijn. We delen onze tuin. En als we geld over hebben, geven we dat liever aan een stekje op een andere plaats, in een ander land, een andere stad..”

We willen een beheersbaar, kwalitatief leven en geen leven dat je slijt in de file van werk naar huis en omgekeerd. En ook dat probleem zullen we tackelen, weet Jacques. Het mobiliteitsvraagstuk van Antwerpen noemt hij een tijdelijk probleem, dat voorzien had kunnen worden. “Een stad groeit demografisch en dan weet je dat dat dat zijn effect zal hebben op scholen en mobiliteit. Die problemen zijn mee gegroeid met de stad en we hadden ze meteen moeten aanpakken. Het doet er nu niet toe door wiens toedoen dat komt. Nu zijn we wat te laat en moeten we inhalen. Gelukkig is de transitie naar nieuwe mogelijkheden al op gang aan het komen, met waterbussen en zelfrijdende wagens en openbaar vervoer.”

Rocamadour, een Frans stadje dat bevroor in de tijd. Toeristisch interessant, maar verder uitgestorven.

Het Rocamadour-effect

De attractiviteit van een stad wordt niet alleen door haar leef-, woon- en werkbaarheid bepaald, maar ook door de grandeur die ze uitstraalt. Ook daar moet Antwerpen, ondanks haar indrukwekkend patrimonium, ingrepen doen. 

“Je kunt niet blijven teren op het verleden”, zegt de CEO die dat het Rocamadour-effect noemt. Dat mooie Franse stadje is zo vol van haar verleden, dat het vergat te leven in het heden en dus de toekomst kwijt speelde. De jeugd trok er weg en enkel toeristische stalletjes bleven er over. “Je kunt de tijd niet laten stilstaan. Je moet een stempel op de tijd durven zetten, het beeld van de stad durven veranderen, blijvend veranderen. En daarvoor heb je nood aan nieuwe iconen naast de oude, vernieuwing naast traditie.”

Dat hij daarbij naar het Havenhuis zelf wijst, is niet meer dan terecht. Het gebouw dat een oud monument magistraal wist uit te bouwen met een innovatief, duurzaam juweel won sinds zijn opening vorig jaar dan ook al de World Architecture Community Award en is zowel genomineerd voor de Beazley Designs of the Year Award als voor de World Building of the Year-prijs.

Visie trekt aan 

Vandermeiren hoopt dat Antwerpen deze ingeslagen weg verder blijft bewandelen. Zelf ziet hij wel ruimte voor een nieuw operagebouw - “het huidige is al zeer zeer oud” -  en om in de Champions League van Agglomeraties mee te tellen hoopt hij ook op een “echt topvoetbalstadion”. 

Wie toekomstvisie en ambitie toont trekt het talent vanzelf aan, vermoedt hij. “Die talenten willen hun kinderen ook een boeiende toekomst geven. Daarom hebben we ook nood aan aantrekkelijke, innovatieve scholen. We moeten in de rankings staan van beste universiteiten ter wereld.”

Wat bruskeert, bedreigt

De grote bedreiging voor zo’n aantrekkelijk toekomstbeeld ziet Jacques dan weer in onze menselijke aard zelf, in onze weerstand tegen verandering. “Mensen evolueren liefst geleidelijk, zonder schokken. Wat bruskeert, bedreigt.” Dat er ook heel wat nieuwsgierige mensen zijn die naar verandering hunkeren, erkent hij wel, maar de manier waarop we met de weerstand omgaan zal mee bepalen hoe succesvol Antwerpen kan doorgroeien.

“Politiek en media kunnen de weerstand onderhouden en voeden. Die laatste zijn vaak gericht op sensatie en op wat niet goed gaat. Angst maakt behoudsgezind. Als je je niet herkent in de beoogde verandering, ga je hunkeren naar nostalgie, naar de ‘goede oude tijd’… En dat plaveit de weg naar het Rocamadour-effect.

Leiders gezocht

Of we blijven steken in het verleden of ons met de Champions gaan meten, hebben we nu in de hand, aldus de CEO. “We moeten nu al keuzes maken voor de dingen die komen. De dag van gisteren bepaalt welke beslissingen we vandaag nemen voor morgen. Hoe zorgen we er vandaag voor dat onze droomstad in 2050 waarheid wordt?”

“Alles”, zo gaat hij verder, “staat of valt met leiderschap, zeker bij innovatie en disruptie. Een leider moet durven ingaan tegen het Rocamadour-effect, tegen die oriëntatie naar het verleden.”
“Die leiders moeten we vinden tussen de jongeren van nu. Die moeten zich herkennen in de stad en de mogelijkheden zien. Als de meerderheid van de jongeren negatief of pessimistisch is over de toekomst, dan hebben we een probleem.”

“Gelukkig zien we die jeugd al in Antwerpen. Ze zien het potentieel, blijven en trekken ook anderen aan. Steeds meer mensen zien de troeven van Antwerpen en komen.”

Dat ook ongure types potentieel in Antwerpen zien, erkent hij. “Ook dat hoort bij een haven. Het biedt goede dingen toegang tot de regio, maar ook minder gewenste komen binnen, en een grote concentratie mensen biedt een mikpunt voor wie het minder goed bedoelt. We moeten ervoor zorgen dat dat beperkt blijft. Veiligheid is uiteraard een prioriteit.”
“Nee,” schudt hij glimlachend het hoofd, “makkelijk zal het niet zijn.”

Harmonieus evolueren

“We moeten blijven werken aan openheid”, benadrukt hij. “Aan harmonie over de generaties heen - niet alleen ouderen, niet alleen jongeren -, tussen intellectuele niveau’s, tussen anders denkenden, tussen mensen die er anders uit zien. En ja, die harmonie en die openheid komen uiteraard regelmatig onder druk te staan. Dat is altijd zo geweest. Als de samenstelling te snel verandert, ontstaan er spanningen.”

Maar ook hier ziet hij de sleutel bij het creëren van een goede context door het zo aantrekkelijk mogelijk maken van de stad. Met groen, met woon- en werk-plekken, met scholen en attractieve landmark, zodat Antwerpen een topagglomeratie wordt. En dat ziet hij helemaal zitten.

“Antwerpen 2050 wordt een duurzame agglomeratie”, belooft hij. “Met alle P’s. Peace, planet, people, prosperity… Als er één stad is die de troeven en het potentieel heeft, dan is het Antwerpen wel. Maar makkelijk zal het niet worden.”

 

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet