Deepak Mehta: “De toekomst ligt sleutel-op-de-deur klaar.”

Het is zijn geuzennaam geworden. Chief Technology Optimist noemt hij zichzelf. Sommigen vinden zijn kijk op technologie overdreven optimistisch, maar zelf vindt hij het allerminst overdreven. “Alle problemen die we kennen, zijn nu al oplosbaar met de bestaande technologieën,” zegt hij. “Er is alleen een gebrek aan wil en inzicht om ze te gebruiken.”

 

Deepak ‘Deeeep’ Mehta: technologisch consulent, inspirator, imagineer en aanstekelijk curator bij hackatons.be waar briljante creatievelingen, wetenschappers en technologen zich gooien op de uitdagingen van vandaag. Daar brandt zijn vuur het hevigst, merk je. Hij wil en zal het probleemoplossend vermogen van de Belgen verhogen. “Het moet gewoon”, zegt hij begeesterend, maar tegelijk sijpelt er ook een vermoeidheid door. 

Los een probleem op en deel het

Visionair als hij is, gaat het hem niet altijd snel genoeg. Af en toe kun je hem dan ook betrappen op een verzuchting aan het adres van diezelfde doelgroep. “De ingesteldheid is niet goed”, schudt hij dan zijn hoofd. “De mensen denken te snel dat het niet aan ons is om de wereld te veranderen. Er is ons cultureel aangeleerd dat we maar radertjes zijn in een machine. En dus zien we de problemen wel, maar we zien niet in dat we ook zelf de oplossing kunnen en moeten zijn. Daar moeten we vanaf. Het adagium moet worden: ‘Los een probleem op en deel het.’”

Schoenmaat 39,5

Onze toekomst is rijp om geplukt te worden, zo vermoedt Deepak, we moeten ons enkel open en creatief op alle mogelijke vragen durven gooien. “Grote bedrijven lossen slechts 20% van de problemen op. Namelijk die waar duidelijk geld te rapen valt. Dit betekent dat 80% niet wordt aangepakt. En we leggen ons daarbij neer. We vinden het immers ‘leefbaar’.”

“Als schoenmaat 40 net een tikkeltje te groot voor je is, en 39 net te klein, dan leg je je daar bij neer. Er is immers geen maat 39,5. Maar waarom eigenlijk niet? Zouden daar dan echt geen centen in zitten?” Deepak heeft zijn bedenkingen. “We dachten ook lang dat hotels nu eenmaal die onpersoonlijke hotels moesten zijn die we al ons hele leven kennen, en toch heeft Airbnb opeens op een alternatief gewezen. Eerst sprongen de 20% echt ontevreden hotelgebruikers erop, en nu blijken de 80% ‘leefbaar tevreden’ hotelgangers toch ook wel geïnteresseerd. Wat vast stond, blijkt toch te kunnen bewegen.”

Netflix in België

Misschien laten we ons teveel leiden door die winstkansen of overtrokken verwachtingen, denkt Deepak Mehta.Onze angst voor verandering is zo groot dat je wel met heel sterke argumenten moet aankomen willen we iets aanpassen. Hij ziet de toekomst dan ook niet groeien uit de bestaande instituten, want “die zijn al te zeer verankerd in het systeem”. Nee, hij ziet verandering eerder komen uit de digital natives en de vrijdenkers die zich niet neerleggen bij ‘gegevenheden’. Zij laten zich niet door grenzen tegen houden. “Geen Netflix in België? Dan halen we ’t elders. Als er een beter Nederlands boekhoudsysteem is, dan wacht ik niet langer op een Belgisch. Vaak merken bedrijven pas, wanneer er al over de grenzen wordt geshopt, dat ze ook moeten reageren.”

Misschien moeten we de motivatie meer halen uit het plezier van het oplossen zelf? “Als ik een probleem zie”, glundert hij, “dan wil ik het oplossen. In de eerste plaats voor mezelf. Vindt een ander dat leuk? Prima. Zit er een markt in? Prima. Blijkt het disruptief? Boeiend.”

Werken moet niet meer

En die boeiende verandering komt eraan, voelt Deepak. “We zitten op een kruispunt waar we kunnen kiezen tussen goede en mislukte toekomsten”, zegt hij. “Met de komst van artificiële intelligentie en robotica wacht ons een nieuwe shift in de manier waarop we omgaan met economische schaarste. Als die schaarste verandert, dan verandert de maatschappij. Dat was zo bij elke grote revolutie in de geschiedenis, of het nu ging om de overgang naar de landbouw, de industriële revolutie of de digitale revolutie.”

 “We zitten op een kruispunt waar we kunnen kiezen tussen goede en mislukte toekomsten”

Deze keer gaat het om arbeid, ziet hij. Die resource is niet langer beperkt. Meer nog, we hoeven straks wellicht niet eens meer te werken. De gevolgen zijn moeilijk in te schatten.

“Dat verandert de machtsbasis fundamenteel”, vertelt Mehta terwijl hij uitweidt over de politieke verankering in arbeid en hoe het links-rechts-discours teruggrijpt naar werk en macht. “Politici zullen moeilijk kunnen los komen van dat uitgangspunt. Je merkt het heel heftig wanneer het om het basisinkomen gaat. Ook dan blijven ze ‘jobs’ als referentiepunt gebruiken. Het is zo lastig los te laten.”

Bouwen aan de ark

De wijze waarop we dit kruispunt voor onze toekomst zullen nemen, zit volgens de visionair dan ook in de wil en het vermogen om oude tradities los te laten. “Wat ons nog tegenhoudt”, zo zegt hij, “is onze grote angst voor verandering zelf. Enerzijds vinden we ‘niet moeten werken’ een utopie, maar nu we die utopie binnen handbereik hebben, durven we niet. De meesten willen zelfs niet zien dat we op dat kruispunt staan. Het kruispunt stelt ons immers in vraag. Als een robot mijn werk kan doen, ben ik dan wel zinvol bezig? Wat is mijn zin?”

“Als je mensen vandaag vraagt om zich even voor te stellen, zeggen ze eerder “ik ben een ingenieur”, of “lasser” of “bakker” dan “ik ben een creatieve vader”. Dat is begrijpelijk, want nu bepaalt onze job voor een heel groot deel waar we mee bezig zijn. Als dat weg valt, zal de impact immens zijn. Wanneer je als radioloog vervangen wordt door computers die per minuut veel meer foto’s veel beter kunnen analyseren dan jij in een dag, is radioloog zijn dan nog je essentie?”

We hebben daarom de neiging die vraag voor ons uit te schuiven, beseft Deepak. “Wanneer iemand zegt: ‘Het zal regenen, laten we een ark bouwen’, zullen enkelen dat een goed idee vinden. Een tweede groep wacht tot het begint te regenen, en stapt dan in de ark. Maar de derde groep ziet het regenen, kijkt omhoog en trekt zijn paraplu open. ‘Ah, het zal wel overgaan.’”

Versnellende veranderingen

Maar het gaat niet over, denkt hij. De veranderingen zijn al begonnen, en zullen in een steeds sneller tempo blijven komen, en wij zullen moeten volgen. We zullen flexibeler moeten worden. De blokkerende kracht van “zo hebben we dat altijd al gedaan” wordt steeds zwakker.

Deepak vindt dan ook dat we onze jongeren moeten voorbereiden op verandering. “Als onze kinderen groot zijn, zijn er mensen op Mars. 65% van de jobs die ze zullen uitvoeren, bestaan nu nog niet.”

We moeten ze nu dus opleiden voor een onbekende toekomst. “Wat bied je dan wel aan? Jobgerichte scholing is relatief, want je hebt het wellicht toch niet nodig. Vroeger zei de leraar dat we de tafels van buiten moesten leren, want dat je in het dagelijkse leven niet overal een rekenmachine zou mee hebben… Euh, toch wel, blijkbaar.”

Aandacht en competentie

Verandering en flexibiliteit zullen zelf deel uitmaken van die toekomst. Wellicht zul je je niet meer identificeren met je beroep, maar eerder met je skills of met de gerichtheid van je aandacht: waarheen gaat je aandacht? Wat boeit je? Wat geeft je zin? Waar kun je wat betekenen? Attentie-allocatie wordt een uitdaging en een opdracht op zich.

“Dat houdt meteen ook een kans in op meer gelijkheid. Nu focussen we nog vaak op gender, seksuele oriëntatie, afkomst… Nu zijn we nog te veel bezig met wie we zijn en niet met wat we kunnen en graag doen. In de toekomst moeten we ons daarop richten en meer soorten competenties onderscheiden. Het gaat niet meer om jobgerichte skills, maar om competenties die nu vaak niet monetiseerbaar zijn zoals empathie, overtuigingskracht, de vaardigheid om mensen op te beuren of gelukkig te maken, inlevingsvermogen, communicatievaardigheid, het oplossen van ruzies, flexibel denken, luisteren… Niemand heeft geen competenties.”

Steden. Geen naties

Deepak ziet ons in de toekomst in steden leven. “Het concept van landen en nationaliteiten zal totaal achterhaald zijn. De stad en de regio waar je woont, wordt de basis van identificatie. Je voelt je meer Antwerpenaar dan Belg of Europeaan. Dat zal het behapbaarder maken. We praten weer met elkaar vanuit een gelijkaardig referentiekader. We hebben het over dezelfde soort mobiliteit, hetzelfde culturele aanbod, en van daaruit kunnen we met andere regio’s communiceren. Steden zullen complementaire prioriteitensets kiezen, en wij verhuizen naar de set die ons past.”

Die steden zijn dan per definitie ‘multicultureel’, want die begrippen hebben geen betekenis meer. “Dank zij instant vertalers valt de taalbarrière weg”, vermoedt hij, “en hebben we het veel sneller over wat we gemeen hebben.” Deepak beseft uit ervaring dat we naar die multiculturaliteit nog een hele weg te bewandelen hebben, en hij vermoedt dat we daar ook pas geraken wanneer we door krijgen dat we net die multiculturaliteit zélf moeten accepteren.

De nationale classificaties worden nu trouwens al heel fel uitgehold. “In de jaren ’60 leek het allemaal nog helder: de Italiaan, de Duitser, de Brit, de Indiër, de Japanner… Maar nu merken we dat die stereotypen niet meer opgaan. We erkennen dat er veel meer variatie is bij elke nationaliteit en dus ook bij migrantenkinderen. Vroeger bewogen die in twee leefwerelden, en probeerden ze in allebei acceptabel te zijn. Je probeerde een goede Indiër te zijn tussen de Indiërs en een goede Belg tussen de Belgen. Dat verandert. Nu proberen mijn kinderen een goede Belg te zijn voor de Indiërs en een goede Indiër voor de Belgen. De grenzen tussen de leefwerelden vervagen. De domeinen raken steeds minder van elkaar afgesloten.”

Technologisch optimisme

In die steden genieten we dan van onze technologische oplossingen. Ecologischer uiteraard, want in die nieuwe toekomst slagen we erin om onze inzichten over duurzame, gesloten ecosystemen in daden om te zetten. En die inzichten zijn er al, benadrukt de imagineer. “In België wordt cutting edge onderzoek gedaan naar gesloten ecosystemen voor de ruimtevaart. Waarom voeren we dat nu nog niet in in onze steden?” Het door België aangestuurde ESA-project Melissa is al sinds 1989 bezig met dit vraagstuk en heeft al bijzonder boeiende resultaten geboekt.

De MELiSSA cyclus onderzoekt manieren om voedsel, water en zuurstof te produceren op lange bemande ruimtemissies.

En ook wat energie betreft, ziet Deepak het rooskleurig. “Energie is een kortetermijnprobleem. We hebben maar een paar kantelpunten meer nodig. De zon levert meer dan genoeg energie. Alleen is het capteren en doorgeven nog een gedoe. Energie is geen probleem van capaciteit maar van organisatie. We moeten het kunnen vangen, stockeren in batterijparken en uitdelen.” “Nu zijn we nog afhankelijk van energieproductie. We wekken energie op wanneer we het nodig hebben, zodat onze productiesystemen uitgebouwd zijn met het oog op piekmomenten. Dit betekent dat er tussen die pieken in belachelijk veel energiecapaciteit verloren gaat. Als we batterijparken hebben, zullen we zoveel efficiënter met die energie kunnen omgaan.”

Energie is een kortetermijnprobleem. Het is geen probleem van capaciteit maar van organisatie. 

Een postbode per brief

Stel je voor dat je elke keer dat je een brief wil sturen een afzonderlijke postbode zou moeten inschakelen die jouw brief tot aan de ontvanger brengt. Dat slaat toch nergens op? Daar hebben we de post voor verzonnen, met postbussen en een postverdeling. Waarom lukt dat niet met energie?” Omdat die grote batterijen nog niet bestaan? “De oplossingen bestaan al geruime tijd. in 1954 zijn er Thorium-zoutreactoren gebouwd die hun eigen energie opwekken op zeer lokale schaal. Verder is er verregaande onderzoek naar geothermische energie en efficientie optimalisatie via Machine Learning die ons toelaat om ons energie netwerk veel efficienter en gedistribueerder te maken.”

In het verlagen van het energieverbruik ziet hij geen heil. “Het zal niet verminderen,” denkt hij. “Het zal net stijgen. Alleen al de elektrische wagen zal voor een vermenigvuldiging zorgen. Dat klinkt alarmerend, maar de opportuniteiten zijn eigenlijk geweldig. Nu hebben wie vijf energieproducenten en een miljoen consumenten. We moeten evolueren naar miljoenen producenten.”

“Waarom doen we ook niets met beerputten?”, mijmert hij opeens tussendoor, “We betalen om potentiële energie weg te halen. Methaangas, composteringsmateriaal…”

Wonen in een paddenstoel

“We moeten willen dat het slimmer wordt”, zegt hij. “We moeten in de toekomst beter omgaan met materialen.” En dan heeft hij het niet alleen over recycleren of slimmer benutten van gekende materialen. Nee, hij heeft het over nieuwe materialen. “Biologie wordt de volgende sturende technologie. Sommige dingen die we nu maken, zullen we later groeien. Dat zal onze materiële beperking verlichten.Plastic en metalen zijn sterk gelimiteerde resources, maar schimmels zijn overvloedig aanwezig. Misschien slagen we er over enkele decennia in om huizen te maken uit gecontroleerd gegroeide paddenstoelen. Het wordt dan meteen ook makkelijker om je huis te herstellen.”

In het MOMA in Ney York verscheen in 2014 al een gebouw opgetrokken uit gekweekte stenen.

“En misschien slagen we er ook in om proteïnes los te zien van dieren. Waarom zou je koeien vol proppen met energie en water wanneer je proteïnes kunt laten groeien op zonlicht? In een toren op een centraal plein bijvoorbeeld. Heb je proteïnen nodig? Dan wandel je er heen met je mandje, en haal je er een portie uit. Die mogelijkheid ligt binnen handbereik.”

Binnen handbereik

De ideeën die Deepak Mehta aanhaalt, zijn geen onwaarschijnlijke luchtkastelen. De batterijen, de schimmelhuizen, de groeiende proteïnen, de artificiële intelligentie, de robots... zijn in volle ontwikkeling. En sommige oplossingen liggen volgens Deepak ook te wachten op het startsein. “De oplossingen zijn sleutel-op-de-deur klaar”, zegt hij. “De vraag is enkel nog: wie heeft het lef om de sleutel om te draaien en de deur te openen?”

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet