Is het wel beter om te delen?

Delen is het nieuwe hebben, zeggen ze wel eens. Maar is dat wel zo? Spaar je echt het milieu door je boor te delen met je buur? En hoe groot kan die deeleconomie nu eigenlijk worden?

Stadslab2050 buigt zich over de vraag wanneer de deeleconomie nu echt bijdraagt aan een duurzame stad en nodigde daarom op 9 juni Pieter Van de Glind van ShareNL uit om de impact van de deeleconomie toe te lichten. Na de presentatie van Pieter (zie onderaan) verkenden de deelnemers op welke stedelijke uitdagingen de deeleconomie een antwoord zou kunnen bieden.

Duurzaam met negatieve milieu-impact?

ShareNL, het onafhankelijk kennis- en netwerkplatform voor de deeleconomie, onderzocht de impact van de deeleconomie. Ze definieert deeleconomie hierbij als noemer voor economische systemen van decentrale netwerken en marktplaatsen die de waarde van onderbenuute goederen en diensten ontsluiten door vraag en aanbod direct bij elkaar te brengen. Het feit dat onderbenutte goederen ‘gedeeld’ worden, zo denkt ShareNL, leidt tot een milieuopbrengst. Hoe meer de capaciteit onderbenut blijft van duurzame goederen, hoe hoger de milieu-impact. Op zich is delen fundamenteel duurzaam.

Hoe definieer je de deeleconomie? De deeleconomie definieert ShareNL als noemer voor economische systemen van decentrale netwerken en marktplaatsen die de waarde van onderbenuute goederen en diensten ontsluiten door vraag en aanbod direct bij elkaar te brengen.

Toch kan er ook sprake zijn van een negatieve milieu-impact. Als je oude dieselbootjes begint te delen op de Amsterdamse grachten, stijgt de milieu-impact. Soms voldoen de spullen helemaal niet meer aan milieuregels. Soms is ook de impact van transport heel groot, zoals wanneer je kleding over lange afstand begint te delen of het teveel moet wassen als gevolg van het delen.

Tussen willen en doen

Uit onderzoek van ShareNL blijkt ook dat mensen erg graag spullen willen delen. De bereidheid om te delen is hoog. Nochtans vertaalt dit zich nog niet in het gebruik van deelinitiatieven of -platformen. Er is dus nog potentieel. Ritten, auto’s, pakjes op fietsen, parkeerplaatsen, eten, kennis, spullen, geld, verzekeringen, energie, zelfs huisdieren (pawshake - vindt een buur om op je huisdier te passen): voor heel wat markten bestaan er al deelinitiatieven in verschillende ‘formules’. Met elk hun waarde en voor- en nadelen. Zowel als klant als initiatiefnemer van een deelinitiatief, is het goed te weten wat je wil. Moet het vooral efficiënt zijn? Dan is er de formule ‘Peer to Business to Peer’ handig, waarbij er gewerkt wordt met ‘professionele’ tussenafhandeling. Of zijn sociale contacten belangrijk? Dan is Peer to Peer, tussen buren zeg maar, een betere formule…

Tussenvormen en nieuwe werkvormen

ShareNL ziet een aantal tussenvormen ontstaan. Zo heb je een platform als Be-mate waar bestaande hotelketens de Airbnb kamers in hun buurt ‘screenen’ om zo hun klanten een hotelbeleving in een privékamer met kwaliteitsgaranties te kunnen aanbieden. De deeleconomie herdefinieert het bestaande landschap. De discussie werd al vaker uitvoering in de media gevoerd, maar de cijfers en voorbeelden spreken voor zich. Londens grootste ‘black cab’-taxivereniging gaat sluiten onder druk van de deelmobiliteitsplatformen. Airbnb is aanwezig in meer dan 34 000 steden en 190 landen. Heel wat grote privéspelers zetten in op deelplatformen om deze nieuwe dynamiek te volgen. Zo lanceerde Volkswagen zijn eigen deelplatform Gett en investeert Apple in het Chinese rittendeelplatform.

”Er bestaat veel meer dan Über en Airbnb. Ik merk wel dat er voor de deelinitiatieven geen juridische omkadering is. Dat hoeft niet per se complex te zijn, ik vraag me af hoe dat gaat evolueren (deelneemster labcafé).”

De deeleconomie herdefinieert ook de traditionele rollen die we kennen als consument en werknemer. Nieuwe netwerkvormen maken opgang. Deelnemers aan de deeleconomie hebben vaak verschillende jobs en halen uit verschillende ‘bronnen’ inkomsten. Langs de ene kant is dit positief, vaak krijgen ze meer ‘zinvolle’ arbeid uit deze extra jobs. Aan de andere kant komen een heel aantal jobs onder druk: ‘writer for hire’ was zo een sprekend voorbeeld. Ook een aantal ‘concepten’ zoals tijd en ruimte worden in een ander perspectief geplaatst in de deeleconomie. Hoe besteden we ‘tijd’? Wat is ‘publiek’ en wat is ‘privaat’ voor overheden? Wat is het onderscheid tussen ‘zakelijk’ en ‘privé’ voor burger? Wat met bestemmingsplannen en vergunningen als er zo een grote grijze zone ontstaat? Wat met verzekeringen?

Uitdagingen

De deeleconomie kent wel een aantal uitdagingen. Naast bekendheid  worstelt het ook met vertrouwen. Kan je zeker zijn dat het goed (de kamer, de auto, de kennis) die je aangeboden krijgt wel proper of kwaliteitsvol is? En welke rol moet de overheid hierbij spelen. In het publiek, waaronder een aandeel ambtenaren, waren hier ook vragen en ideeën over. Overheden kunnen als belangrijk instrument vergunningen voor deelplatformen ontwikkelen. Zo houden ze de ‘macht’ in handen. Ook ‘bezit’ lokaal in handen houden is belangrijk om niet in de valkuil te vallen dat er teveel macht zit bij een paar grote deeleconomie-ondernemers.
Anderzijds kan de deeleconomie er ook voor zorgen dat een overheid haar middelen (die toch publiek zijn) , dankzij de technologie van deelplatformen, beter en gerichter kan inzetten. Denk aan ruimtes delen. Voor een aantal stedelijke uitdagingen als wonen, energie, gezondheidszorg, afval zou ook in samenwerking met de spelers uit de deeleconomie, naar oplossingen gezocht kunnen worden. Als laatste zijn overheden zijn vaak slecht met data, platformen zijn er dan weer goed mee. Ook hier kan een overheid aan werken.

Als je wil werken rond de deeleconomie is het belangrijk te ‘verbreden’. Je praat best niet enkel over de ‘typische’ spelers zoals Über en Airbnb maar laat de overheid, investeerders en publiek zien dat er veel meer is: lokale initiatieven, (sociale) varianten… Ronde tafels organiseren, verschillende actoren mee aan tafel brengen, is een goed idee om partijen met elkaar te laten praten. Het haalt veel spanning uit de lucht doordat verschillende partijen elkaar ontmoeten. Pieter van de Glind confronteerde ons ook met de vraag “Welke visie heeft Antwerpen zelf (als organisatie) op sharing in de stad?”

Kan je ook offline delen? Is dat een goed idee en hoe ga je hiermee om? Voor ShareNL zijn offline en online complementair. Een combinatie van de twee versterkt de capaciteit van het initiatief: bijvoorbeeld in buurthuis waar gedeeld wordt of samen iets gedaan met webcam online gebruikers fysiek laten volgen. Het is belangrijk om werelden te verbinden! Echt in de buurt werken is de beste schaal om dit te doen.

”Er is een enorm aanbod deelinitiatieven, maar hoe moeten we de kloof naar de allochtone bevolking dichten?"

Experimenteren

Stadslab2050 zou Stadslab2050 niet zijn moesten we niet op zoek gaan naar mogelijke experimenten. Pieter van de Glind schotelde ons er een aantal voor. Zoals het 'Friends with Transit'-programma van Lyft waarbij het tweede grootste autodeelprogramma van de VS zich opwerpt als een partner voor openbaar vervoer. Of wat dacht je van het deelplatform voor leerlingen met een beperking”.

Ook de deelnemers van ons labcafé lieten zich niet onbetuigd. Wat als we het delen in een buurthuis kunnen koppelen aan online delen? Meer In de buurt werken zou passend zijn voor een stad. Zo leerden we dat een straat in Antwerpen is die een WhatsAppgroep gebruikt om taakjes te delen: "Help, ik kan mijn kinderen niet ophalen" of "ik heb een ladder nodig". Online-contact helpt om ook om het offline-contact te verbeteren.
Wat als we nu generaties met elkaar kunnen verbinden? Vijftigplussers delen hun uitgebreide bezittingen met jonge twintigers? Of we delen (bak)-fietsen voor transport van grote goederen. Een alles-o-theek voor de Antwerpse bibliotheek met een A-kaart die nog meer kan? Moeten we bij woningbouw anders gaan indelen met veel meer ruimtes voor gedeelde wasmachines of fietsen...? De dromenmachine van de deelnemers ging aan de slag.

“Met de senioren die tabletles krijgen, kunnen we makkelijk rond sharing werken. We kunnen hen leren om een maaltijd te bestellen of om spullen uit te lenen. Dat is een heel concrete, maar kleine stap”.

Zin om mee te werken?

Vanaf september gaat Stadslab2050 met geïnteresseerde durvers en doeners aan de slag om een aantal experimenten en piloten uit te werken.
Geïnteresseerd? Zin om de handen uit de mouwen te steken? Laat het ons weten!

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet
Abonneer je nu!