Nicole Rijkens-Klomp en de toekomst van Antwerpen

“De toekomst wordt circulair, slim en sociaal.”

Wanneer je de kantoren van toekomstbureau Pantopicon binnenstapt, loop je bijna tegen een manhoge Kuifje-raket aan. Meteen weet je dat je goed zit. Hier, zo zegt het beeld, vertrouwen we erop dat er een klare lijn loopt van warme verbeelding, doelgerichte wetenschap en nieuwe technologie naar een boeiende toekomst.

“Ik geloof dat nieuwe technologie een belangrijke rol zal blijven spelen in de toekomst”, zegt Nicole Rijkens-Klomp al vroeg in ons gesprek. Als mede-oprichtster van Pantopicon en research fellow bij het internationale onderzoekcentrum ICIS (International Centre for Integrated assessment and Sustainable development) aan de Universiteit Maastricht is ze dagelijks met onze toekomst bezig. Ze adviseert beleidvoerders, inspireert doeners van de achtertuin tot Europa, bedenkt onderbouwde strategieën voor alle mogelijke instellingen en is een steunpilaar voor ons eigen Stadslab2050. Onder andere.

Drie pijlers voor een toekomst

“Circulair, smart en sociaal”, vat Nicole de toekomst samen. Smart wijst dan op de technologische hulpmiddelen die onze maatschappij onwillekeurig vorm zullen geven, en circulair en sociaal heeft het over onze gerichtheid op elkaar, op de gemeenschap en op een duurzamere omgang met de wereld, haar materialen en al haar bewoners. Tijdens het gesprek is snel duidelijk dat de drie intens verweven zijn. Technologie alleen geeft ons misschien een te kille, wereldvreemde toekomst; sociaal alleen mist de uitdagingen die het klimaat, de bevolkingsgroei en migratie ons voor de voeten gooien, en louter circulair denken objectiveert misschien te veel, terwijl het vruchten van de wetenschap en sociale vraagstukken laat liggen. Nee, het trio hoort samen.

Circulaire mensen

“‘Circulair’ moet je op zijn breedst zien”, verduidelijkt Nicole meteen. “Het betreft niet alleen het opnieuw inzetten van materialen of energie in het systeem, maar ook sharingsinitiatieven of het circulair inzetten van mensen.” “Nu verbinden we mensen vaak aan één bedrijf. Waarom zou dat zo blijven? Je ziet nu al vaker dat bedrijven werknemers uitwisselen. Dat zie ik in de toekomst nog vaker gebeuren. Misschien wordt het zelfs eerder norm dan uitzondering.”

“Het gaat ook om nieuwe manieren van besturen, waarbij minder rechtlijnig wordt gedacht. Ideeën en initiatieven kunnen van alle kanten komen. Bestuur wordt minder eenrichtingsverkeer, minder dwingend, maar net meer open, meer governance. City Labs, zoals Stadslab2050 experimenteren nu al met zo’n nieuwe vormen. Je laat de burger zelf veel meer aan zet, zorgt veel meer voor ondersteuning en minder voor dwingende leiding. Misschien trekken we dat wel open en wordt de hele stad een experimenteertuin.”

“Duurzaamheid” moet verdwijnen

Uiteraard vergeten ze bij Pantopicon de ‘klassieke’ invulling van circulaire economie niet. We worden er echter steeds beter in, denkt Nicole, zodat het steeds minder een issue wordt. “In Antwerpen zijn we er al mee bezig. Je kunt de signalen nu al lezen. De stad heeft dan ook heel veel troeven. De industrie en het havengebied zijn schitterende voedingsplatforms voor circulaire ingrepen.” Dat zit wel snor, kruist ze haar vingers. Klassieke circulariteit zou een evidentie moeten worden. “Een woord als ‘duurzaamheid’ zou tegen 2050 eigenlijk uit het dagelijks discours moeten verdwenen zijn,” hoopt ze. “Het zou de norm moeten geworden zijn.”

Trek de smart-kaart

www.reburg.com (c) Pantopicon en Plan C

Dat duurzame, circulaire denken heeft technologie nodig, denken ze bovendien bij Pantopicon. Samen met Plan C ontwikkelden ze Reburg, een fictieve stad gericht op leefbaarheid, duurzaamheid en circulair denken. Eén van de gedachtenexperimenten in die circulaire stad betreft ‘entangled realities’, waar een pak functies die momenteel heel veel materialen en energie vergen worden doorverwezen naar een virtuele omgeving. Als we elkaar kunnen ontmoeten, kunnen werken, winkelen, reizen, spelen in de virtuele wereld, zo lees je op reburg.world, dan is er minder nood aan gebouwen, wagens, vliegtuigen, vergaderzalen, enzovoort. Als gedachtenexperiment ziet het er al veelbelovend uit.

“Het is nog moeilijk voor te stellen hoe het precies zal zijn”, geeft de toekomstdeskundige toe. “Nu is het nog pril, en vooral visueel, maar in 2050 staat het vast op punt, en bereikt het ook meerdere zintuigen. Samen met hologrammen krijgen we zo misschien een heel nieuw veld aan belevingen.” Koffiedik kijken, dat wel, maar dat ons leven meer technologisch gericht zal zijn, is onvermijdelijk.

Laat ons de serendipiteit

“Ik hoop dat technologie ons bevrijdt van onzinnige taken, dat het ons via dataverwerking meer inzichten geeft maar ons tegelijk ook vrij laat om te ontdekken.” Haar ogen vernauwen zich terwijl ze mijmerend voor zich uit kijkt. “Het leven mag niet te voorspelbaar worden. We moeten kunnen blijven genieten van toevalligheden en vrij zijn om van ons pad af te wijken. In het Engels hebben ze daar een heerlijk woord voor: serendipity.” Serendipiteit is de kunst van het vinden terwijl je iets heel anders zoekt, de kunst van het open staan waardoor je op heerlijke ontdekkingen botst.

Nieuwe jobs, andere jobs

“Het ligt voor de hand dat de economie zal veranderen door onze technologische vondsten. Ze zullen ongetwijfeld voor een verschuiving zorgen op de arbeidsmarkt. De helft van de beroepen zal vervangen zijn door andere, wellicht ook geconcentreerd rond die nieuwe technologieën. We zullen meer vrije tijd krijgen, waardoor we ons meer met zingeving kunnen bezig houden.” Nicole Rijkens-Klomp denkt hierbij aan het delen van kennis op nieuwe, verijkende manieren of het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden gebaseerd op de nieuwe technologieën. “Denk maar aan de Post-Couture, een huwelijk van mode met de nieuwe lasercutting-technologie, die al een plaats kreeg in Stadslab2050. Zo komen er nieuwe ambachten, nieuwe specialismen. Bij een technologie als 3D-printing zie je zo dat mensen hier heel creatief mee aan de slag zullen gaan en er zin uit zullen putten, terwijl anderen zullen genieten en plukken van de resultaten.”

Post-Couture

Toch ziet ze de gevaren.“We zullen er wel voor moeten waken dat het duurzaam en circulair blijft. Als het te makkelijk wordt, kan het ook onverwachte negatieve bijeffecten hebben. Als je vlot schoenen kunt printen, zullen sommigen dan geen tien paar schoenen printen, die passen en er dan negen weggooien?”

De mens op de rem

Maar misschien loopt het ook daarmee wel los. “Technologie zou al een veel sterkere impact in ons leven kunnen hebben,” merkt de toekomstspecialiste op, “maar we houden het vaak nog op afstand. Het moet immers behapbaar blijven. Mensen bepalen in welke mate en met welke snelheid nieuwe ontwikkelingen van de grond komen. Die menselijke factor is heel moeilijk in te schatten. Soms gaat iets heel snel en dan weer gaan we op de rem staan. Nu zijn we soms nog bang voor die nieuwe technologieën, maar dat trekt wel bij.”

Die menselijke rem ziet ze niet als een storende factor, maar net als een noodzakelijke bijdrage die ons zal helpen om de toekomst naar onze hand te zetten, te kneden en bij te sturen. “We gaan er kritisch mee om en ontdekken zelf wat we wanneer willen. Het verwachte conflict tussen augmented reality en basisrealiteit - wat is echt, wat niet - zal daardoor wel meevallen.”

We doen het samen

Zo komt ze naadloos bij die derde, sociale pijler. Dat remmende mechanisme moet er ook voor zorgen dat de slimme, circulaire stad voor ieder toegankelijk wordt en dat we de technologische ontwikkelingen ook inzetten om mensen meer te verbinden en het empatisch vermogen van de stad te verhogen. “Mensen in kansarmoede moeten in die toekomst ook meer kansen krijgen”, beklemtoont ze. “We weten wel dat nieuwe ontwikkelingen sneller opgepikt worden in Zurenborg dan in Borgerhout, maar we moeten ervoor waken dat iedereen mee kan. We moeten brugfuncties inbouwen zodat we onderweg niemand verliezen.” “Initiatieven als BookMine zijn daarom schitterend. Ze wijzen net op de meerwaarden van iedere deelnemer, en leren ons hoe belangrijk en nodig brugfiguren zijn en blijven.”

De internationale generatie

Nicole heeft het dan ook niet over autochtone of allochtone bevolking. “De stad wordt op zich internationaler en daar richten we ons ook op, op die nieuwe, internationale groep. De new nomads zullen ons stads- en ons wereldbeeld mee bepalen.” We hebben vaak de neiging om met de bril van onze generatie naar de toekomst te kijken, besef ik. Nicole knikt. “We vergeten zo dat de nieuwe lichting beleidsmakers de kinderen van nu zijn, opgroeiend met de mogelijkheden van vandaag.

“Ze zullen er veel beter de vruchten van plukken dan de huidige generatie. Ze zullen minder bang zijn voor de negatieve effecten omdat ze er nu al op inspelen. Veel angstbeelden van vandaag, zoals privacypaniek, zullen in de toekomst wellicht niet meer relevant blijken. We lossen dat wel op, misschien zelfs met de technologie zelf. De nieuwe ontwerpers denken er immers ook al over na.”

Vertrouwen in onzekerheid

Ja, je krijgt er wel zin in, in die toekomst van Nicole Rijkens-Klomp. Toch voegt ze er graag nog een caveat aan toe. “Het is leuk om positief vooruit te kijken, maar de realiteit gebiedt wel om te erkennen dat we onmogelijk alle parameters kunnen inschatten,” beseft ze. “Economische bellen die barsten, onvoorspelbare wereldleiders, aanzwellende vluchtingenstromen, klimaatproblemen sturen ons soms met een zware ruk een andere kant op.”

“Toch moeten we vanuit die onzekerheid niet in een verdedigende kramp schieten, maar net omgekeerd onze vanzelfsprekendheden in vraag durven stellen. We hebben nood aan een experimenterende mentaliteit, met durf en zin voor actie. We moeten niet altijd wachten op subsidies om te durven, maar we moeten ons ondernemerschap laten spreken.” “Ja,” zegt ze met een glimlach -ze weet waarover ze het heeft- “toekomstdenken is loslaten.”