Terugblik | Meanderend op weg naar duurzaam verbouwen

Over duurzaam wonen en verbouwen zijn stapels ideeën te vinden, maar de weg naar realisatie is alvast geen snelweg.

Voor de Sim City-generatie lijkt de realiteit soms frustrerend traag. In het computerspel verbouw je een wijk met een druk op de knop. Je legt ’s morgens pleinen aan, plant tegen de middag bomen, geeft alle huizen ’s middags een duurzame upgrade en nog voor de zon ondergaat, kun je al trots genieten van de prachtige verbeteringen die je hebt aangebracht. Met Sim Antwerpen waren we al in 2050, in het echte Antwerpen is Stadslab2050 pas drie jaar jong. De bakstenen bewegen hier trager.

Dat we ons ook op wonen, bouwen en verbouwen zouden gooien, zat al ingebakken in de fundamenten van het lab. Duurzaamheid gaat vooral om woonbaarheid en leefbaarheid. Als je wil experimenteren met de toekomst van de stad, kun je niet anders dan je ook op de woningen te richten.

Al in het eerste jaar van het lab gooiden we ons dus op dit thema. Duurzaam wonen en bouwen heette het toen nog, maar al snel werd dat omgedoopt tot verbouwen. In een eeuwenoude stad is nu eenmaal niet zoveel ruimte om nieuwe woningen te bouwen. Tenzij in Nieuw-Zuid dan, maar dat is een ander verhaal.

Schaal en impact

Die begrenzing bleek geen belemmering voor de ideeën. Integendeel, op de eerste workshop eind 2013 stroomden de ideeën zo hard dat er een zeef aan te pas kwam. De uitdagingen werden gewogen op hun ecologisch karakter (integratie van natuur, lage voetafdruk, kringloopdenken), hun economische haalbaarheid (betaalbaar voor mensen met lage inkomens, financiering), het sociale aspect (oog voor participatie, versterken van integratie, verhogen van beleving) en randdoelstellingen (stimuleren van gezondheid en duurzaam gedrag, het leerproces zelf).

CC Stadslab2050

Onze thematische partners van het Vlaamse netwerk Transitie duurzaam wonen en bouwen en de privé-actor KBC stelden bovendien voor om in te zetten op projecten met schaal en impact. “Marginale oplossingen en acties zijn er al genoeg. We moeten nu verder bouwen op de verzamelde kennis en inzichten,” heette het. “Het gaan niet langer om één, maar om 250 gebouwen." Met andere woorden, hoe zet je een renovatiegolf op gang in een straat, in een buurt waarbij iedereen enthousiast betrokken geraakt?

De ontnuchterende traagheid van stenen

De ideeën werden projecten en schoten uit de startblokken: duurzaam inbreiden met containers, 250 woningen renoveren, energierenovatie voor personen in kansarmoede, energiecoöperatieven, pocketparks waar we wijken zouden activeren om hun tuinen te delen…

Op de ladder van idee tot resultaat zijn echter niet alle tredes even hoog. Vooral van concept naar uitvoering bleek de afstand groot. Ruimte is inert, ontdekten we. Muren zat om tegenaan te lopen. Huizen zijn centen, woningen zijn belangen omkaderd met juridische regels en normen, mensen zijn verweven levens die toch andere routes voor ogen hebben.

De baksteen zit niet alleen in de maag, hij zit in de huid, in het hoofd en in het hart van de stad. Omgaan met woningen is dan ook bijzonder complex. Waar begin je eerst? Waar zet je de eerste hefboom als alles aan elkaar verbonden is? En hoe maak je genoeg middelen vrij om hier dingen te proberen of uit te testen? Hoe kun je hier snel inspelen op echte noden?

CC Public Domain Pictures

Ongebreideld inbreiden

Het inbreidingsproject ‘Modulair bouwen’ illustreert dit bijzonder treffend. Het project wou meer woonruimte creëren binnen de stad door gebouwen op te toppen met aangename wooncontainers, grote tuinen te gebruiken, of lege bel-etages aan te passen zodat er meer ruimte op maat kan worden vrijgemaakt. Als je met die functionele bril in Antwerpen op zoek gaat naar ondergewaardeerde en nog onvoldoende gebruikte ruimtes, lijken de mogelijkheden voor het rapen te liggen. Je schudt aan de boom en ze vallen eruit. Je hebt dan zin te jubelen, want die extra ruimte is wel degelijk nodig. De volgende jaren zullen wel 100.000 extra Antwerpenaren een stek zoeken.

De trekkers van dit project werden bijzonder enthousiast wanneer ze de opportuniteiten zagen. Inbreidend kun je ruimtes vrijmaken voor kleine woningen, voor studenten, kunstateliers, ambachtswerkers… Er is bijzonder veel winst te boeken, merken ze op in het verslag van hun project om zich vervolgens af te vragen “Waarom kan het dan nu nog niet? Waar botst het idee nog tegenaan?” In datzelfde verslag sommen ze de mogelijke inbreidingsstrategieën op, maar ook de grote hindernissen die daarbij moeten worden overwonnen zoals de nood aan coalities en financiële instrumenten en de cultuuromslag. Hoe laat je eigenaars buiten hun eigen muren denken en samen eigenaarschap van een collectief bouwblok met gemeenschappelijke functies opnemen?

Tot concrete realisaties kwam dit project niet, maar het verslag mondde uit in een krachtig ideeënboek. De eerste denklaag is gelegd. Wie neemt het op en bouwt er nu op verder?

© NewCraft.be

Mentale timelapse

Resultaten als het ideeënboek zijn wel degelijk stappen vooruit. Soms lijkt het alsof lang pas op de plaats is gemaakt, maar als je op de fastforward-knop drukt bij het terugblikken zie je het toch duidelijk vooruit bewegen.

Zo meanderde het energierenovatieproject van Argus en Ecohuis voor mensen in kansarmoede langs verschillende concepten eer het bij een hanteerbare piloot aankwam. En dat meanderen, zo blijkt bij een mentale timelapse, was geen tijdverlies, maar een noodzakelijk aftasten van noden, kansen en vragen van de mensen in kansarmoede zelf.

Het uitgangspunt was hier de nood zelf. “Het nieuwe energiebeleid is schitterend voor het milieu, maar dreigt de sociale kloof te vergroten,” zegt Helga Van der Veken, voormalig directeur van ARGUS, in een interview op deze site, “Wie het zich kan veroorloven renoveert en heeft een lagere energiefactuur. Wie het zich niet kan veroorloven, blijft aangewezen op slecht geïsoleerde woningen en krijgt de hoogste energierekeningen gepresenteerd.” Er werd gezocht naar financieringsvehicles, een manier om 250 woningen tegelijk te renoveren, dan 500 woningen, dan weer 250 en uiteindelijk werd besloten tot een pilootproject van zes tot zeven panden. Het project loopt nu in Wijk Den Dam, waar de eigenaars en huurders van de panden financieel, technisch en juridisch worden ontzorgd om te renoveren, met oog op collectieve voorzieningen en een garantie dat er geen verhoogde huurprijzen komen. Alle angels zijn anno 2016 nog niet verwijderd, maar stapvoets wordt hier wel stelselmatig vooruitgang geboekt.

Meer nog, terwijl dit Straatlab-project traag maar gestaag verder rolt, staan ook de 500 woningen weer op de agenda. “We moeten het groter zien”, vertelt Dirk Van Regenmortel, coördinator van het Antwerpse Ecohuis ons, de schaal-en-impact-leuze indachtig. Dit project gaat zelfs nog verder dan de oorspronkelijke energierenovatie-opzet: “Waarom niet meteen ook nadenken over een gemeenschappelijke fietsstalling, ruimte voor kinderopvang, een buurtcentrum? Je kunt je hele omgeving veranderen, het openbare domein, en zo de kwaliteit van buurt verhogen.”

Hoever ze nu staan? Dat horen we op het Open Lab 2016, op 22 november.

CC: Stadslab2050

Het spoor vertakt

Het 500-woningenproject wijkt al af van de oorspronkelijke insteek, en zo leidde het traject nog wel tot opmerkelijke effecten. Het idee van de 250 woningen kwam in het Klimaatplan terecht, had zo impact op het beleid en ondersteunt op die manier weer het 500-woningenproject.

Mensen die elkaar ontmoetten tijdens de workshops gingen ook samen andere projecten aan. Zo werd het reeds bestaande Community Landtrust-idee, dat woningbezit loskoppelt van grondbezit, op impuls van enkele stadslaboranten ook naar Antwerpen gehaald. Samenlevingsopbouw, Dienstenthuis, CAW Antwerpen en De Ideale Woning hebben hun krachten gebundeld in de cvba-so Collectief Goed om zo een negental woningen aan te bieden aan mensen in armoede. Het principe hiervan is dat een trust de grond koopt, zodat de bewoners enkel nog het huis hoeven te kopen aan betaalbaarder prijzen.

© Collectief Goed

Ook de financieringsvraag vertakte naar een succesvol project. Toen bleek dat collectieve renovatie hier vaak op stootte - je kunt geen renovatiekrediet krijgen als een groep eigenaars - wekte dit de interesse van de KBC, die ook rond de tafel zat. Dit was pas echt hun terrein, toch? Samen met het Ecohuis werkten ze hierop verder en ontwikkelden ze een nieuw product. Met succes. Begin dit jaar werd het eerste renovatiekrediet voor Verenigingen van Mede-Eigenaars uitgeschreven. Een nieuwe verwezenlijking waar ook andere projecten kunnen op verder bouwen.

We experimenteren om te leren

Zo ontdekten we als lab ook dat onze rol breder is dan het opzetten van acties. Het gaat ook om die vertakkingen, om het meanderen. Stadslab2050, zo ontdekten we steeds meer, is een katalysator die beweging onderhoudt en aanzwengelt door mensen te verbinden, kennis te helpen delen en lessen door te geven. 

Tegelijk merken we ook dat we met zijn allen blijven zoeken naar rollen en verhoudingen. Als het Stadslab2050 bedoeld is om bottom-upprojecten te stimuleren en te faciliteren, hoe ver ga je dan in dat ondersteunen? Niet iedereen is gediend met het idee van het lab om net de verantwoordelijkheid bij anderen te leggen. Waar zet je de kracht van de stad in, waar laat je los? Cocreatie en governance bewegen zich in een spanningsveld die je enkel al experimenterend leert hanteren.

Open Lab

Stadslab2050 is dan ook een open lab, zo werd tijdens dit spoor bijzonder duidelijk. Een lab waarin we door elkaar te ontmoeten nieuwe mogelijkheden ontdekken en nieuwe oplossingen ontwerpen. Ja, we meanderen soms, maar door de inzichten die we onderweg sprokkelen uit te wisselen komen we steeds verder, en dichter bij een duurzamer 2050.