end-of-life of een nieuw begin?

Stadslab2050 lichtte in het kader van het Fashion Flows-traject samen met FFI en Plan C de schakels van de modeketen door. We deden dat via zes expertenpanels. Eén panel voor elke schakel: grondstoffen, design, productie, retail, consumptie en end-of-life.

De experts vertrokken telkens van een baseline en een aantal basisstrategieën die we voor elke schakel bedacht hebben. Op Close the Loop vind je een overzicht.

Voor de schakel ‘end-of-life’ zetten volgende experten hun bestje beentje voor:

  • Tine Van Rumst – stafmedewerker beleid Kommosie op het moment van het panelgesprek
  • Gaetane Decloedt – sales engineer bij Valvan Baling Systems
  • Sylvie Van Acker – Sustainability Manager bij H&M België/Luxemburg

Het basisprincipe ‘Consider every ending as a new beginning’ gold als vertrekpunt met volgende mogelijke strategieën:

  • biodegrade organic textiles
  • create new life through redesign and upcycling
  • recycle textile
  • organise collection & take-back systems
  • prolong life through reuse

In de eerste blogpost leerden we dat alle Vlamingen samen jaarlijks evenveel textiel in hun vuilniszak stoppen als inleveren: zo’n 50.000 ton. Opmerkelijk: het volume dat we weggooien verdubbelde sinds 2001…

De tweede blogpost verduidelijkte wat er gebeurt met het textiel dat je inlevert. Heel wat, leerden we van de experts.

Deze derde en laatste blogpost over dit End-of-Life expertenpanel gaat de experimentele toer op. Stadslab2050 noemt zich immers een stedelijk laboratorium. Wat zouden we dus (nog) kunnen uitproberen om kleding in de end-of-life fase (makkelijker) weer in de keten te brengen?

Een Fibersort-proefopstelling – waarom niet in Antwerpen?

In de vorige blogpost kwam de Fibersort al aan bod. Het is een sorteerinstallatie die niet-herdraagbare kleding op een lopende band scant om het vezel te herkennen waaruit het kledingstuk bestaat.

Perslucht blaast het geïdentificeerde kledingstuk van de lopende band op het moment dat het de juiste ‘verzamelbak’ passeert. De zoektocht naar de ideale Fibersort – het project verkeert nog in de testfase - past binnen een project van Circle Economy.

Een proefopstelling in Antwerpen? Het idee lag bij manier van spreken al na twee seconden op de expertentafel.

Immers: de Kringwinkel sorteert op jaarbasis zo’n 9.400 ton textiel dat binnenkomt via ophaling, kledingcontainers of inlevering. Daarvan is ongeveer 30% herbruikbaar. De reststroom gaat naar opkopers. Nochtans zijn ‘de handen’ er – lees: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die bij de Kringwinkel aan de slag kunnen. Als de restfractie via betrouwbare sortering een waardevolle nieuwe grondstof zou worden, opent dat perspectieven.

Zoals zo vaak staat tussen droom en daad ook hier weer een financiële realiteit. Valvan Baling raamt de kost van een proefopstelling, die per shift zo’n 6,5 ton textiel zou aankunnen, op 200.000 €. Een stevige investering maar dat er voor die uitstroom weer nieuwe bestemmingen moeten gevonden worden, maakt een Fibersort-pilotplant nog interessanter.

Boeiend toch mochten een aantal partners samen die kar kunnen trekken?

De Local Change Award – het broertje van…

Niemand minder dan kroonprinses Victoria van Zweden maakte op 10 februari de vijf winnaars van de H&M Global Change Award 2015 bekend (en vooral: hoe ze volgens de resultaten van een online stemronde de ronde som van 1 mio USD onder elkaar mochten verdelen).

Van Sylvie Van Acker – duurzaamheidsverantwoordelijke H&M België/Luxemburg – leerden we aan de expertentafel dat H&M bijzonder veel belang hecht aan deze Award. Het rekent echt op innovatieve doorbraken en dan vooral als het gaat over het hergebruik van vezels. Als de modesector het ‘take-make-waste’-model niet doorbreekt, stevent hij immers met rasse schreden af op een tekort aan natuurlijke grondstoffen zoals katoen of olie (polyester). De grote jongens zoals H&M, C&A, Inditex,… beseffen dat zeer goed getuige de rist aan ‘duurzaamheidsinitiatieven’ die ze de voorbije tijd lanceerden.

Wat belet ons om een lokale, bijvoorbeeld Antwerpse, variant van de Award te organiseren, vroeg ze zich af.  Een Local Change Award als het ware.

Ze zou hier dan zeker de (lokale) overheid bij betrekken om er samen een stevige communicatiecampagne tegenaan te gooien die niet enkel oproept tot nieuwe ideeën maar ook sensibiliseert. Tot het inleveren van oude kleding bijvoorbeeld (ook die sok-met-dat-gat, het versleten slipje of die verkleurde tapijt) of tot beter onderhoud (zie verder). Misschien kan hier wel iets in samenwerking met Born in Antwerp?

PS: Meedingen voor de Global Change Award 2016 kan vanaf 1 september 2016.

Onderhoud? Een kwestie van opvoeden

Onze experten – ook H&M – waren het erover eens dat retailers de verantwoordelijkheid hebben om hun klanten te informeren over het onderhoud van hun kledingstukken, hoe ze er duurzamer mee kunnen omgaan, waar ze versleten stukken kwijt kunnen,…

Zie je van overheidswege echter veel sensibiliseringscampagnes rond voeding, mobiliteit, afval scheiden,… dan zie of hoor je niets over mode.

Het ‘Clevercare-label’, dat H&M ism Genetex lanceerde, vult deze lacune enigszins op. Het stuurt klanten naar de Clevercare-website die tips bevat om duurzamer met kleding om te gaan: je hoeft kleding niet constant te wassen, te strijken, de droogkast te gebruiken,… Het label staat ter beschikking van de hele sector. Dus ook JBC, C&A,… mogen het gebruiken.

Rond de tafel werd het idee geopperd om samen met essenscia, de sectorfederatie van de chemische industrie, sensibiliseringscampagnes op te zetten. Ook daar zie je immers veel gelijkaardige initiatieven.

Ophalen voor gevorderden

Het was zowat de rode draad doorheen het expertenpanel End-of-Life: een stuk textiel – of het nu een kledingstuk is, een schotelvod of een legeruniform – beëindigt zijn leven nog té vaak op het vuilnisbelt. Erger nog: met 7,9 kg steekt de doorsnee Vlaming jaarlijks dubbel zoveel in zijn vuilniszak als 15 jaar geleden.

Die trend doen keren met sensibilisering als enige ‘wapen’ lukt niet. Meer innovatieve manieren van ophalen of inleveren kunnen het arsenaal uitbreiden. The Empty Shop en het Nederlandse Packmee zijn alvast inspirerende voorbeelden.

Het ‘probleem’ is echter breder dan de 7,9 kg. Dat getal kennen we. Wat echter niemand weet in Vlaanderen en bij uitbreiding in België, is waar afgedankt(e) uniformen, werkkledij, veiligheidskleding, hotel- en zorgtextiel,… terechtkomen en over hoeveel (stuks, gewicht,…) we praten.

We komen er binnen Fashion Flows zeker nog op terug hoe we dit onbekend terrein in kaart zouden kunnen brengen. Wat er dan zoal mogelijk wordt? Kijk even op Pinterest hoe Atelier Doek oude receptie-uniformen van Radisson Blu Antwerpen upcyclede tot schorten voor de obers.

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet