Europa ontdekt Sint-Andries

Antwerpen is wel wat gewoon, met haar 169 nationaliteiten, maar ook hier zie je niet elke dag Bulgaren, Denen, Zweden, Grieken, Polen, Britten en Nederlanders geboeid rond een regenpijp staan. Toch is dit net wat je de laatste week van oktober in Sint-Andries kon meemaken. De deelnemende steden van het Europese URBACT-project 'Resilient Europe' waren er op bezoek om te ontdekken hoe de stadslaboranten van de Luizenmarkt de wijk klaar proberen te maken tegen klimaatonheil.

Chris Roorda, een van de experten die het Europese project leidt, vindt het al heel bijzonder dat we het in Antwerpen over robuustheid hebben. Zelf vertaalt hij resilience als veerkracht, de eigenschap van een streek, een stad, een buurt om zich te herstellen na een opdoffer, zoals de orkanen die het nieuws deze zomer overheersten of de forse regenval van de voorbije maanden. Die opdoffers verhoogden alvast de aandacht voor de veerkracht van het systeem. Een klimaatrobuust Sint-Andries wil uiteraard ook terugveren, maar lijkt zich eerder schrap te zetten en in te zetten op schokbestendigheid. ‘Laat maar komen’, lijkt het woord uit te stralen, ‘we kunnen wel wat incasseren.’
Die verschillende aanpakken en insteken van de elf steden die aan het project deelnemen, vormen net de kern van de Europese uitdaging. Elk van deze steden zoekt immers een antwoord op de klimaatvragen: hoe maken we ons klaar voor meer en forsere regenbuien, voor stijgingen van het waterpeil in de rivieren, voor periodes van hitte en droogte… “En de Europese Unie betaalt voor uitwisseling”, zegt Roorda, “niet alleen van kennis, maar ook van ervaringen.”

De ervaringen van Sint-Andries

Zo stonden de vertegenwoordigers van elf Europese steden tijdens de herfst van 2017 rond een regenpijp in het Sint-Andrieskwartier. Ze hadden allen al even hun stand van zaken toegelicht, verteld over het verloop van hun diverse experimenten, geluncht bij de lokale Habbekrats en nu gingen ze ter plaatse kijken op een van die concrete werkvelden. Niet onder begeleiding van technici of academische vorsers, maar gegidst door bewoners van de buurt zelf en de mensen van Beweging.net waar het intelligent groendak wordt geïnstalleerd. Dat maakt het experiment van de Antwerpse wijk zo bijzonder: de enorme inbreng van de lokale inwoners zelf.

Zeker, erkent Roorda, “er was heel wat interesse voor de praktische en tijdelijke oplossingen die nog structureel vorm moet krijgen en ook veel waardering voor de groene corridor doorheen de wijk, de Groene Ader, maar de kracht en betrokkenheid van de lokale groep laat nog het meeste indruk na.” De Poolse vertegenwoordigster heeft ook ijverig tips genoteerd: “Ze gaven me het advies om gemeenschapstuinen te starten in Katowice, om zo mensen bijeen te brengen en de oogst te delen. Een mooie manier om aan gemeenschapszin te werken.”

Streven naar levenskwaliteit

De Groene Ader lijkt wel een symbool voor de aanpak van Sint-Andries. Het glijdt door alle thema’s heen, verbindt de wijk en verbindt ook de bewoners. “Alle deelnemers zijn wel bezig met vergroening”, vertelt Chris, “maar hier wordt het doorgetrokken in de volledige inrichting. Denemarken en Griekenland vonden het super. “Wij doen stukjes en beetjes”, merkt de vertegenwoordiger van Malmö op, “zij werken aan de volledige groene ader.”
“Het gaat in Sint-Andries dan ook niet enkel om technische uitdagingen als ‘het bufferen van water’ of ‘maatregelen tegen overstromingen treffen’, het gaat om een diepere kijk op water, groen en levenskwaliteit. De bewoners willen bomen en planten omwille van de buurt zelf”, aldus Roorda.

“Er is ook minder verkeer dan je zou verwachten in het centrum van zo’n stad.” merkt de expert, “Ze streven er naar een autoluw, vergroend stuk land waar voetgangers en fietsers thuis zijn. Sommigen riepen uit dat ze nog nooit zoveel bakfietsen samen hadden gezien.”

De groene verbinding

Van zo’n bijzondere lokale betrokkenheid - de bewoners hadden zelfs een Engelse brochure klaargestoomd - dromen de meeste steden. “In Burgas, Bulgarije, proberen de stadsdiensten seniorengroepen te betrekken door van deur tot deur langs te gaan. Hier moet je de mensen niet ronselen. Er is al een lokale groep die dit ook belangrijk vindt.” Chris Roorda vermoedt dat Antwerpen nu eenmaal al een rijke geschiedenis heeft van wijkinteresse en participatie, en dat dit nu opnieuw ontdekt wordt door de beleidsmakers. Die samenwerking is dan ook een belangrijke pijler voor het welslagen van dit soort projecten, aldus de Nederlandse expert. “Je gaat niet vanuit het domein van de ambtenaar denken, maar veel meer vanuit de wijk. Je vindt betere oplossingen die passen in de lokale context. Holistisch, maar toch plaatsgebonden.”

Meer plaatsgebonden dan een regenpijp wordt het niet, maar als die pijp geënt is op een Groene Ader die op zijn beurt een aanknopingspunt vormt voor een hele buurt om ook andere waarden topics ter sprake te brengen… dan inspireert het meer dan enkele lokale bewoners. Dan inspireert het Europa.

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet