Moeten we echt weer ‘het systeem veranderen’?

“One’s got to change the system, or one changes nothing”, zei George Orwell al in 1936. “We are going to have to change the system”, beaamde Maarten Luther King drie decennia later en daarna hoorden we het ook verkondigen door John Lennon, Yoko Ono, Jodie Foster zowat elke activist sinds de sixties en zelfs Nintendo64. Het gevaar is dus reëel dat de oproep eerder verveelt dan inspireert. “They sentenced me to twenty years of boredom for trying to change the system from within”, zong Leonard Cohen in 1988 enigszins uitgeblust. En toch hoor je de oproep de laatste tijd weer steeds vaker. In het museum Boijmans Van Beuningen bijvoorbeeld kun je nog tot eind januari een gelijknamige tentoonstelling gaan bewonderen. En in ons Stadslab2050 willen we ook het systeem aanpakken. Nu ja, systemen. Meervoud.

Systeemverandering modern style

‘Het systeem veranderen’ is de liedjesteksten al een tijdje ontgroeid. De voorbije decennia waren systemen het onderwerp van heel wat theoretisch onderzoek dat vooral analyseerde maar zelden tot actie leidde. Terwijl de inzichten groeiden, bleven we die complexe, ecologische samenhang toch behandelen alsof het losse onderdelen waren en geen eenheid van energie, water, bodem, land, bos, lucht en levende wezens. We begrepen systemen beter, maar deden er niks mee.
Nu, anno 2017, willen we de theorie voorbij. Nu een aantal grotere wereldvraagstukken onmiskenbaar op onze deur bonzen, willen we antwoorden en concrete oplossingen. We willen niet enkel kijken naar systemen en begrijpen. We willen ingrijpen, met kennis van zaken.

Museum Boijmans Van Beuningen -  The Ocean Cleanup, 2013-present Design for Offshore-installation Courtesy The Ocean Cleanup - foto: Erwin Zwart

Wat is een systeem?

We hebben het niet meer over ‘het systeem’, maar over ’systemen’: sets van dingen - mensen, cellen, molecules, wat dan ook - die zo met elkaar verbonden zijn dat na verloop van tijd een eigen gedragspatroon hebben ontwikkeld. Sets van elementen die zo verbonden dat verandering in één element of in de relatie tussen elementen ook veranderingen in andere elementen teweeg brengt, en waarbij het geheel eigenschappen en gedragingen vertoont die de afzonderlijke elementen overstijgen. Denk aan ecosystemen, voedingssystemen, onderwijssystemen, steden… Ook je huiskamer is een systeem. Wil je er de temperatuur omhoog, dan zet je misschien de thermostaat een tandje hoger, wat een serie reacties op gang brengt waardoor het water in de radiator langzaam opwarmt en uiteindelijk ook de temperatuur in de kamer stijgt. Als de deuren en de ramen echter blijven openstaan, volstaat het vast niet om aan de thermostaat te draaien. Dan zijn meer ingrepen nodig.

Systemen kunnen klein of groot zijn, van een gezin tot de economie, gestuurd worden door menselijk gedrag of door de natuur, net een samenspel van beide bevatten… Ze hebben altijd meerdere onderling verbonden componenten, zowel tastbare als ontastbare, zoals mensen, grondstoffen, diensten, maar ook relaties, waarden en percepties, die complexe kluwens van oorzaken en gevolgen kennen en zo vaak ook even complexe, schijnbaar onontwarbare, wicked problemen veroorzaken. Zo’n probleem zien we trouwens niet als een toevallig of jammerlijk ‘bij-effect’, maar als het logisch gevolg van de samenstelling en het gedrag van het systeem. Klimaatsverandering, ozongaten, loonkloven, afvaleilanden in de oceaan zijn geen bij-effecten van onze economische groei, maar voorspelbare gevolgen van een economisch systeem dat die voorspellingen ofwel niet goed maakt, ofwel niet ernstig neemt, ofwel niet inziet hoe ze zichzelf moet herorganiseren.

Wicked problemen en silo’s

Elke samenleving worstelt met meerdere van die problemen, kluwens of 'wicked' problemen, van klimaatverandering, armoede, genderongelijkheid tot mobiliteit- en voedingsvraagstukken. Hoewel we intussen best wel weten dat wicked problemen ingebed zitten in het volledige samenspel van bijvoorbeeld consumenten, producenten, handel, marketing, sociale druk en regulerende overheid hebben we toch nog steeds de neiging om slechts één of hooguit enkele aspecten geïsoleerd aan te pakken. Afzonderlijke agentschappen, departementen en organisaties specialiseren zich in energie, volksgezondheid, landgebruik, economie, milieu, mobiliteit en verfijnen hun regelgeving, technologie en beleid alsof die onderdelen los van elkaar bestaan. Zo probeert de ene afdeling wagengebruik af te raden om milieuredenen terwijl een andere bedrijfswagens stimuleert om economische redenen. Het resultaat is zelden productief, maar doorgaans duur, vaak riskant, soms rampzalig, maar sowieso ironisch.

Silo's - Wikimedia Commons

Deze silo-aanpak is begrijpelijk. Het is overzichtelijk, heeft de schijn van daadkracht en blust vaak ook een brandje met kortetermijn-effect. Op langere termijn en op wereldschaal heeft het echter vaak heel wat minder invloed.
Wicked problemen zijn net wicked omdat ze complex zijn en om complexe oplossingen vragen die rekening houden met verbanden, patronen en structuren die zich over meerdere domeinen en meerdere bevoegdheden en legislaturen uitspreiden. Ze vragen ook om samenwerking en bundeling van inzichten omdat we in ons eentje, met onze beperkte kijk, nooit een voldoende zicht op die complexiteit kunnen krijgen. Systeemdenken helpt ons om die complexiteit toch te vatten, al zal die nooit in één tweet of een nette slogan samengevat kunnen worden. En dat is moeilijk te verkopen in deze tijd van hapklare soundbites…

De complexiteit van een stad

Ook een stad als Antwerpen vormt een kluwen waarbij de aanpak van één vraagstuk niet meteen ook alle andere oplost. Ook hier vormen alle elementen samen een organisch geheel. Tewerkstelling beïnvloedt mobiliteit, bepaalt ruimtelijke ordening, beïnvloedt klimaatadaptatie, bepaalt levenskwaliteit, werkt in op sociale spanningen of cohesie, stelt veiligheidsvragen, beïnvloedt economische situatie, bepaalt tewerkstelling enzoverder in een schier onoverzichtelijk samenspel. Dat samenspel zien is dan ook de uitdaging.

Makkelijk is het niet. Een duurzame stad moet immers zowel haar sociale, economische en ecologische subsystemen op elkaar weten af te stemmen, hoewel die andere wetmatigheden en snelheden lijken te werken. Technologie gaat razendsnel, sociale interactie lijkt in stoten en golven te bewegen en de natuur reageert met vertraging maar wel steeds doordringend en onverbiddelijk. Inzicht in het samenspel van alle elementen kan ons helpen om effecten in te schatten en te anticiperen en sleutels en hefbomen te vinden om naar een duurzamer Antwerpen te evolueren.

Hefbomen om wissels mee besturen - Wikimedia Commons - Maggie Stephens

Sleutels en hefbomen

Het zal al duidelijk zijn dat we niet op zoek zijn naar die ene gouden sleutel, die ene heilige graal die alle vraagstukken als bij toverslag zal oplossen. Meer nog, net omdat die systemen zo complex zijn en voortdurend bewegen, zullen sommige sleutels en hefbomen andere, ongewenste of helemaal geen gevolgen teweeg brengen. Een veranderd systeem is niet per definitie een beter systeem. Het belooft een boeiende zoektocht te worden.

Waar zet je je hefboom? Wie weet, misschien blijkt net wel één dominosteen alles in beweging te brengen, zoals toen een muis computers bevattelijk maakte (hoewel ook daar achteraf weer meer stenen bij betrokken bleken). In de Academy of Systems Change onderscheiden ze twaalf soorten kantelpunten, die steeds effectiever zouden zijn naarmate je hoger in de lijst klimt:

  1. Constanten, parameters, nummers, zoals subsidies of belastingen. Volgens de Academy hebben hefbomen op deze kantelpunten het minste effect. Ze veranderen zelden gedrag en hebben weinig effect op lange termijn.
  2. De grootte van de buffers. Denk aan weides die je onder water kunt zetten bij overstromingen of zware regenval. Ze zullen het probleem een tijd lang verzachten en de hinder vertragen, maar hun absorptievermogen is beperkt en vaak moeilijk op te trekken.
  3. Structuren, zoals het wegennet, de infrastructuur van een stad, de bevolkingspiramide. Een structuur is vaak gegroeid en ingesleten en het is vaak moeilijk, onbetaalbaar of heel gevoelig om dit veranderen.
  4. Uitstel-oplossingen. Onze houding tegenover onze kerncentrales is een prima voorbeeld. We stellen beslissingen uit waardoor de centrales steeds worden opgelapt, waardoor de nood aan langetermijnoplossing van de baan is en een systeemverandering weer wordt uitgesteld.
  5. Kracht van negatieve feedbackloops. Beter bekend als het boomerang-effect. Hoe harder we de negatieve gevolgen van ons systeem in ons eigen gezicht terugkrijgen, hoe groter de kans dat we er ook iets gaan aan doen. Het principe van ‘de vervuiler betaalt’ is hierop gebaseerd.
  6. Groeihonger door schijnbaar positieve feedbackloops. Soms lijken de gevolgen positief, waardoor we er steeds meer van willen, maar ondermijnt net dat steeds meer willen ons eigen systeem. Dit zien we gebeuren wanneer we onze eigen grondstoffen uitputten. Of wanneer een vijver teveel voedsel krijgt en zichzelf gaat verstikken.
  7. Structuur van de informatiestroom. Welke informatie bereikt ons meest? We krijgen bij onze inkopen meer te horen over de weldaden en voordelen van de producten dan de negatieve kanten. Wat als we bij elk product ook meteen zouden zien welke vervuiling, uitbuiting of gezondheidsrisico’s eraan verbonden zijn?
  8. Regels van het systeem, zoals incentives en straffen.
  9. De mogelijkheid om je systeem te herorganiseren en structureren, of: hoe adaptief is je systeem? Kun je snel nieuwe regels opzetten, of is het systeem weerbarstig? Hoe vlot kun je het roer omgooien?
  10. Het doel van het systeem: wat hebben we voor ogen? Als het meer in je buurt ‘maar een meer’ is, zal slechts een enkele haan kraaien bij vervuiling, maar als je besluit om er een recreatiegebied van te maken, wordt de zorg meteen heel anders.
  11. De zienswijze of het paradigma van waaruit we naar de wereld kijken. Waarom vertrokken de ontdekkingsreizigers uit het westen en niet uit het oosten, hoewel ook in Azië alle middelen voorhanden waren? Omdat ze er een ander wereldbeeld op na hielden, vermoeden we. Je kijk op dieren, op de natuur en op de verhouding van de mens tot dier en natuur bepaalt mee hoe we handelen. Dat paradigma aanpassen is onwaarschijnlijk moeilijk en botst op heel veel weerstand, gesteld al dat je zou weten wat nu echt het ‘goede’ paradigma zou zijn.
  12. Flexibiliteit om andere paradigma’s aan te nemen. Misschien wil je het probleem in de laatste zin voor zijn: stel dat we ons op een meta-niveau zouden kunnen openstellen voor meerdere paradigma’s… Lukt de ene niet, dan pakken we een ander. Dat lijkt nog eens een utopie… Maar hoe krijg je dat voor mekaar?

Stadslaboranten in actie - CC Stadslab2050

Systeemverandering vraagt om samenwerking

De zoektocht naar het betere systeem en de wegen erheen is volop bezig. We weten het niet. Toch zijn intussen al meerdere strategieën voorgesteld, zoals de zes strategieën van Anna Birney, de zeven lessen van Ecoliteracy of vele andere. Ze verschillen vaak in de manier waarop ze voorstellen groeperen of accenten leggen, maar alle hebben ze gemeen dat ze

  • vragen om experiment: je weet pas wat je krijgt, wanneer je het daadwerkelijk probeert;
  • ruimte vragen om de verandering wortel te laten schieten en te laten groeien: je kunt niet alles controleren, en wie weet, misschien groeit een schijnbare blindganger toch uit tot een klapper van jewelste;
  • op zoek gaan naar opportuniteiten, aanknopingspunten of kantelpunten: af en toe worden systemen instabiel. Dit zijn momenten waar je vlotter tot experimenteren kunt overgaan;
  • en vooral mensen betrekken. Je kunt niet enkel de producent, de fabrikant, de handelaar, de marketeer, de inkoper of de gebruiker engageren: ze moeten allemaal mee in de boot.

Systeemverandering doe je met de deelnemers van het systeem zelf, of - om het met Leonard Cohen en Jodie Foster te zeggen: from within. Zoniet, dan morrel je maar wat in de marge. Dat willen we niet bij Stadslab2050. We willen zoeken hoe we grondig aanpassingen kunnen doorvoeren, door met alle betrokkenen samen te experimenteren. Daarom noemen we ons allemaal stadslaboranten, daarom werken we met overheid, instellingen, bedrijven en burgers, daarom onderzoeken we zowel naar concrete aanknopingspunten als naar het systeem zelf. We volgen George Orwell wel in die zin dat we systemen willen ombuigen, maar hoe we kunnen zien of we effect hebben gehad? Of het iets of niets is geweest? En, als er wat verandert, welk aandeel het onze is geweest…? We mikken op een grote ommekeer, maar trekken ons op aan de kleine pasjes. We hebben nu eenmaal geen meetlat om de grote veranderingen meteen te meten. Dat vergt vertrouwen en een sprong in het duister. We wegen de veranderingen van morgen immers toch steeds op de schaal van vandaag…

Voor dit artikel haalden we de mosterd o.a. hier:

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet