Grensverkenners | De boer van vergaderzaal 2B

Het oude beeld van de natuurvreemde stedeling en de wereldvreemde boer heeft zijn beste tijd gehad. Het leek nochtans helder. In de stad werd er geleefd, vergaderd, gedacht en genoten en op het platteland ploegde de boer. De consument en de producent, netjes van elkaar gescheiden. Iets langer dan een eeuw leek het strikt gescheiden te worden, maar nu, zowat anderhalve eeuw na de industriële revolutie, komen we erop terug.

Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft al in de stad. De druk op grond en ruimte neemt toe, de stad snakt naar leefbare structuren en er is steeds meer vraag naar herkenbaar en lokaal geproduceerd voedsel. En die vraag wordt ook beantwoord. Het USDA, het landbouwdepartement van de VS, becijferde dat nu al 15% van alle wereldvoedsel gekweekt wordt in stedelijke gebieden.

Van balkontuintjes tot stadstuinbouw

Nee, we hebben het niet over dat plukje basilicum op je aanrecht. Zelfs niet over je fraaie keukentuin met unieke hydrocultuurkweekset, je aardbeien op de vensterbank, je heerlijke moestuin met verse spinazie en eigen tomaten of die briljante torentuintjes waarmee je een balkon tot groenteparadijs kunt omtoveren.

De evolutie die hier plaats vindt, zou ook een boeiend artikel opleveren. Iedereen kan vandaag tuinieren. Je hoeft echt geen gigantische tuin meer te hebben. Zelfs een klein balkonnetje of een vrije tafel kan al volstaan. Meer nog, zelfs zonlicht is geen must meer, want ook daar is met speciale lampen al een mouw aan gepast.

Toch hebben we het niet hierover, maar over de grootse, professionele landbouwinitiatieven, die ervoor moeten zorgen dat we in onze steden ook in 2050 lokale groenten zullen blijven eten. Stadstuinbouw met een grote S, zeg maar.

Tuinbouwhunker

Stadstuinbouw is niet ingegeven door een modegril. Uiteraard beantwoordt het ook aan een hang naar natuur, betrokkenheid, geworteldheid, en eigenaarschap. Het biedt een unieke beleving waar je natuur en cultuur, groene ruimte en bebouwing weer samen brengt. Groen en natuur in de stad is stressverlagend en verhoogt het psychologisch welbevinden, zeker als je ook zult kunnen meehelpen bij het oogsten, het schoffelen of er gewoon al langs kunt flaneren.

Mooi meegenomen en op zich al redenen genoeg om naar nieuwe vormen van stadslandbouw te zoeken, maar in 2050 zal het ook noodzaak blijken. Als 70% van de wereldbevolking in steden zal wonen, moeten we nu eenmaal op een andere manier gaan nadenken over plaatselijke, duurzame voedselbevoorrading, zodat we lokaal, vers voedsel kunnen produceren.

Groene fabrieken met LED-verlichting

We hoeven het niet altijd ver te zoeken. Hoewel het spoor van de verticale tuinbouw al langer werd verkend in Azië en Noord-Amerika, kreeg het begin 2016 wel een heel boeiende, industriële vorm in ons eigen Vlaanderen. In februari 2016 opende Urban Crops Solutions immers - bij wijze van demonstratie - de grootste geautomatiseerde plantenfabriek van Europa in Beveren-Leie, Waregem.

Met zo’n Plantfactory kun je het hele jaar door, in elke mogelijke ruimte, van kelder tot hangar, duurzaam planten kweken op industriële schaal. Dank zij uitgekiende irrigatiesystemen, klimaatcontrole en vernieuwende LED-technologie kun je de plantjes tot 24 lagen hoog verbouwen of tot 130.000 vierkante meter per eenheid. Met dertig van die torens kun je 126.000 gewassen per dag produceren.

Het systeem, dat werd bedacht door de Belgische student Maarten Vandecruys en werd gerealiseerd door de ondernemer Frederic Bulcean, is volledig geautomatiseerd, en kan tot 180 verschillende soorten gewassen verwerken. Perfect om in te bouwen in een smart city, zeggen ze zelf, zodat je efficiënt lokale groenten kunt aanbieden. Het warme groengevoel missen we misschien wat, maar een gegarandeerde en bovendien duurzame opbrengst is nooit te versmaden.

meer ontdekken

De boer kan het dak op

Het Amerikaanse Gotham Greens zoekt het ook in de hoogte, maar verkent dan weer vooral de daken. Ook zij pakken ecologische duurzaamheid aan met technologische hoogstandjes en 100% schone energie en vertalen dat door groenten en kruiden te telen in dakserres.

De oprichters bouwden hun eerste commercieel rendabele dakboerderij in Brooklyn in 2011. Het was een poging om ook die wijk in New York het jaar door verse, kwalitatieve groenten aan te bieden. Ze noemen zich dakboeren die groene velden zien waar anderen daken zien. Stedelijk verval willen ze tegengaan met bloeiende gewassen, delicate plantjes die met zorg worden geteeld en met hand worden geplukt. Ze geloven in het domino-effect van het dakgroen: vers, plaatselijk verbouwd voedsel geeft hoop en schenkt gemeenschapszin. Een aanstekelijke filosofie, zo blijkt, want sindsdien verrezen er nog drie extra dakserres in New York en Chicago, samen goed voor zo’n 16.000 vierkante meter groentetuin. Batman zal andere daken moeten opzoeken of zijn laarzen moeten aantrekken.

meer ontdekken

Het landschapskantoor is dood. Hier is het landbouwkantoor

In de Japanse afdeling van HR-bedrijf Pasona praat je met je collega niet alleen over het weer, maar ook over de ontkiemende planten in de trappenhal, het vers fruit in de gang en vraag je je af wie dit weekend mag oogsten. Dat was dan ook de bedoeling van de verbouwing van het kantoorgebouw, aldus bedrijfsleider Yoshimi Kono.

Een levend gebouw

Naast de obligate kantoorruimte, het auditorium, cafetaria en vergaderzalen werd een vierde van de 20.000 vierkante meter ruimte voorbehouden om meer dan 200 verschillende planten, vruchten, groenten en rijst te verbouwen die meteen weer verwerkt konden worden in de cafetaria van het gebouw.

Het gebouw kreeg een klimaatregeling mee die de vochtigheidsgraad, temperatuur en luchtcirculatie optimaliseert voor boerderij én kantoor. “Het is geen passiefgebouw”, zegt Kono dan ook, “maar een actief, levend gebouw, waar de planten functioneel zijn én gebruikt worden voor educationele workshop waar zowel de werknemers als werkzoekenden kunnen aan deelnemen.” De bedienden van Pasona worden dan ook aangemoedigd mee te helpen bij het onderhouden en het oogsten van de planten, bijgestaan door tuinbouwspecialisten.

Ze kunnen er moeilijk omheen. De tomatenstruiken hangen boven de conferentietafels, fruitbomen vormen de scheidingswanden voor vergaderzalen en de bonen groeien onder de banken. Het gebouw kreeg een tweede, groene façade met bloemen, sinaasappelbomen en wijnranken.

Als HR-bedrijf is de zaak actief in de landbouwsector en dat wou ze uitstralen. Ze hebben er alvast hun eigen groenten en fruit en stellen nu zelf ook landbouwers tewerk.

meer ontdekken

Weet wat je eet

De Zwitsers-Haagse Urban Farmers gooiden een manifest de wereld in. Dertien geboden, gezellig tegendraads, en de elfde lijkt de kern van hun verhaal te bevatten: ‘Stadslandbouw brengt het voedselproces terug naar de mensen, geeft ze de kans om dit mee te maken en moedigt ze aan eraan deel te nemen.’ Eerder dan de efficiëntie en de opbrengst van Urban Crops Solutions is het hen dan ook meer om die confrontatie te doen. Weg met de vervreemding, mensen moeten weten wat ze eten en voedsel zien groeien.

En dat kan er. Je kunt in de stadsboerderij zelf vergaderen of ontmoetingen organiseren met zicht op een bijzondere productie. Dakboerderij De Schilde in Den Haag is immers een ‘aquaponics’-boerderij, ofte: een mix van viskwekerij en boerderij. Bij aquaponics voed je je planten met water dat de uitwerpselen van vissen, kreeften, en garnalen bevat.

De boerderij, die de grootste stadsboerderij én de grootste commerciële stedelijke voedselproductievoorziening van Europa wil worden, heeft een kas van 1.300m2 en een overdekte viskwekerij van 370m2. Daarin kweken de Haagse dakboeren 50.000 kilo tomaten, sla en micro-groenten en 20.000 kilo Tilapia-vis, uiteraard zonder pesticiden, herbiciden en antibiotica.

Het voedsel is bedoeld voor de directe omgeving. Zowel consumenten als professionele koks kunnen bij hen pakketten bestellen. Om hen te overtuigen worden workshops, tastings, events en kooklessen georganiseerd, zodat je er zowel letterlijk als figuurlijk van de nieuwe boerderij kunt proeven.

→ meer ontdekken

Beleving, duurzaamheid en efficiëntie lijken drie kernwoorden als het om stadslandbouw gaat. Vinden we in Antwerpen manieren om die drie te verbinden?

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet