"Reizen zonder bagage is de toekomst van de kledingbib."

De oprichtsters van Les ReBelles D’Anvers, blikken terug op het geslaagde kledingbib-experiment en zien nog tientallen mogelijkheden.

Ze is nog nooit zo moe geweest, start Veerle Spaepen het gesprek. Wanneer ik haar spreek, is de pop-up van Les Rebelles D’Anvers net afgelopen, maar zijn de naweeën nog duidelijk voelbaar. Verwonderlijk is dat niet, ze combineerde het uit de grond stampen van een start-up met een pasgeboren baby en een fulltime job. Ze waarschuwt ons dat haar verhaal op dit moment misschien wat negatief gekleurd zal zijn door vermoeidheid. Maar nog geen vijf minuten later praat ze vurig over haar droom over een verbeterd concept van de kledingbibliotheek.

Veerle: “Ondernemen wordt vaak onderschat. Een start-up opzetten is zwaar. Je zit meteen in een echt bedrijf, maar wel een bedrijf met weinig geld, weinig ervaring en een onzeker toekomstperspectief. Emelie (Vervecken, mede-oprichtster) en ik hebben deze maanden goed samengewerkt, maar vooral op het einde was het zwaar. We werkten met vrijwilligers. Supergeëngageerde mensen, dus top. Maar nadeel was dat een vrijwilliger die het niet meer kon combineren heeft afgehaakt en een andere vrijwilliger dit had onderschat ook deels uitviel. Dat kwam samen met een periode dat ik weer moest beginnen werken en op de duur zat ik echt op m’n tandvlees.”

Positieve reactie maar toch vraagtekens

Of de kledingbib een succes was? “Ik vind succes een heel relatief begrip, het hangt ervan af wat je precies wil meten. Van onze klanten hebben we wel veel positieve reacties gekregen en mensen vonden het spijtig dat we ermee ophielden. Op vlak van businessplan kunnen we voorzichtig spreken van een succes. We hadden honderdzestig klanten, terwijl mijn doelstelling honderd was. Het lijkt er ook op dat we break-even zijn gedraaid. Maar hier een volledig loon uithalen wordt nog wat puzzelen.”

“Mijn aanvoelen nu is nu wel dat een puur leasing-model niet haalbaar zal blijven, maar dat het eerder een hybride model ‘leasing en verkoop’ zou moeten zijn. De verkoop van abonnementen brengt immers niet zo veel op als de verkoop van kleding zelf. Maar op zich komt dat goed uit, want kledingstukken die een aantal keer zijn gedragen en gewassen, kunnen niet meer worden verhuurd. Via verkoop maken we plaats in de bib voor nieuwe stukken.”

De hippe twintigers voorbij

“Vooraf dachten we dat we vooral fashion minded twintigers zouden aantrekken met ons concept. Maar we zagen dat er meer professionele vrouwen van 35+ geïnteresseerd waren. Achteraf gezien is dat niet zo gek. In die leeftijdscategorie hebben vrouwen het vaak druk met een professionele carrière en een gezin, waardoor er veel minder tijd overblijft om te shoppen. “

“Op zich was dat een zegen voor onze kledingbib, want zo’n vrouwen dragen zorg voor hun kledij. Het waren ook heel uiteenlopende types, van mensen uit de cultuursector waarvoor het wat extravaganter mocht, tot zakelijke juristen. De meesten hadden een abonnement en kwamen om de twee weken terug.

Een artistieke vrouw uit de cultuursector, die om de hoek woonde, gebruikte de kledingbib als een verlengde van haar kleerkast. Op de duur kende ze de hele collectie. Ze kwam hier soms binnen met de vraag: 'Is die blauwe rok binnen? Nee? Dan kom ik morgen nog wel eens terug', heel leuk. Ze was onze trouwste klant.

Ook juriste was heel enthousiast. Die moest in het voorjaar aanwezig zijn op veel recepties. Normaal gezien moest ze daar steeds kledij voor aankopen, maar dankzij de kledingbib was dat nu niet meer nodig. Zij vond dit bijzonder kostenbesparend.”

“We zullen onze doelgroep wel moeten aanscherpen om een volwaardig businessmodel uit te dokteren. We zullen moeten kiezen op welk type klant we ons focussen. Als je voor de zakelijke vrouw kledij aanbiedt, zal dat een ander type kledij zijn dan voor mensen uit de culturele sector. Je ziet dat boetieks zich ook richten op een doelgroep. Misschien zijn er op termijn wel kledingbibs voor verschillende doelgroepen mogelijk. Hier moeten we goed over nadenken. Ik wil niet doorstarten voordat er een goed leefbaar model ligt. “

Succesnummers en winkeldochters

“Heel verrassend waren enkele heel extravagante stuks van Doriane Van Overeem, zoals bonte broeken en felgekleurde truien, heel populair. Deze werden uitgeleend om eens uit te proberen, omdat mensen dit niet snel zouden kopen in een winkel. Maar ook de heel draagbare kleedjes van Nathalie Vleeschouwer waren een hit.

Ook de mannencollectie ging goed. Maar die was nog heel beperkt. In de toekomst hopen we meer te kunnen aanbieden.”

“Sommige heel eenvoudige stuks werden bijna nooit gekozen. Soms zagen we ook dat presentatie heel belangrijk was. Zo hadden we gehaakte stuks in onze collectie, maar op het schap ziet dat er wat vormeloos uit. Wanneer we foto’s van die kledingstukken op modellen online plaatsten, werden ze wel verhuurd. Mensen kiezen heel impulsief, er moet iets zijn dat hen triggert om het mee te nemen.”

Het effect van een bib

De kledingsbib an sich heeft het gedrag nog niet echt bijgestuurd naar duurzaam consumeren en mode, denkt Veerle. “Ik denk dat daarvoor de pop-up periode te kort was. Drie maanden is te kort om echt gedragsverandering teweeg te brengen. Erik Paredis (Centrum voor Duurzame Ontwikkeling - nvdr) zei over gedragsverandering ooit iets dat me altijd is bijgebleven. Hij gebruikte het voorbeeld van gezonde voeding. Mensen hebben een dagelijkse routine. Het pushen van kennis over gezonde voeding zal op zich niet dé gedragsverandering in gang zetten, maar als je gezond eten op de route van deze mensen kunt aanbieden - een lunchbar met gezonde voeding vlakbij het werk, een supermarkt met biologische producten op de weg naar huis - is de kans op gedragsverandering veel groter.

Voor onze kledingbiblotheek geldt hetzelfde, als die perfect op de route ligt of op z'n minst binnen handbereik van shoppers, zal hun gedrag veranderen.En wanneer we een online luik opzetten zal die invloed ook wel weer vergroten. Op dat vlak hebben we een lange termijn visie."

Maar anderzijds heeft de bib heeft wel een onmiddellijk effect op de garderobe en de stijl van klanten. “De mensen die bij ons kwamen, waren op de duur sneller geneigd om iets buiten hun comfort zone te dragen, en dat heeft een heel leuk neveneffect; je ziet hun zelfvertrouwen en durf echt toenemen.”

Zo herinnert Veerle zich een vrouw die net gescheiden was. “De eerste keer toen ze bij ons kwam, was ze heel sober gekleed. Ze had ook geen tijd of zin om veel te shoppen. Maar na enkele bezoekjes aan de kledingbib zag je haar stijl veranderen, ze begon veel experimentelere stuks te dragen en had er ook zichtbaar plezier in om met haar uiterlijk bezig te zijn. Voor mij was het heel leuk om te zien dat via de kledingbib haar zelfvertrouwen toenam.”

(c) Les Rebelles D'Anvers

Een leerschool voor labels

Niet alleen de klanten, ook de labels had iets te winnen bij de kledingbib. “Op zich is een kracht van de kledingbib dat we over elk stuk in onze collectie aan de labels kunnen laten weten wat de levensduur is, de reactie van de klanten, de prijszetting. Sommige labels hebben gevraagd om op bepaalde zaken te letten en dat hebben we dan ook gedaan. Maar structurele feedback hebben we nog niet gegeven. We plannen zeker nog een round-upgesprek met alle labels. Op zich zit daar een groot potentieel in. Een service naar de labels. En dat interesseert mij op dit moment het meeste.”

Zodra Veerle over de labels begint, klaart ze helemaal op. “Er zijn veel Belgische labels waar veel potentie inzit, daar ben ik 100% zeker van. Ik droom ervan dat de kledingbib dit talent kan versterken door hen een aantal inzichten aan te reiken. We zouden een soort stageplek kunnen worden voor nieuwe ontwerpers. Die zouden hun collectie kunnen uitlenen in de kledingbib en feedback kunnen krijgen over het gebruik van elk stuk: ‘dat slaat niet aan, die stof is niet goed, klanten reageren zus of zo’. We zouden die mensen ook les kunnen geven over businessmodellen, hoe start ik een eigen zaak, marketing, website, webshop. Op die manier kunnen we echt streven naar een win-win voor zowel designer als klanten. De kledingbib mag geen gimmick zijn, maar moet een verschil kunnen maken. Dit platform is echt geschikt om zonder grote kosten kennis te maken met nieuwe dingen, dus we willen weg blijven van de platgereden paden.”

Experimenten en duurzame labels

“Als er experimentele kledij moet getest worden, zou dit ook mee in het verhuursysteem van de kledingbib kunnen, zoals een initiatief zoals Filippa K die experimenteert met een rok zonder chemische coating. Het was een gemiste kans dat ik dit niet wist. Het is veel leuker om voor een abonnement in de kledingbib niet alleen kleding zou kunnen huren, maar ook een soort testpersoon kan zijn voor een ontwerper.”

“De Belgische labels sloegen aan, wat me veel voldoening gaf. Het is ook mijn passie om die ontwerpers naar voor te schuiven, omdat die vaak onder de radar blijven. Om dit duurzaam te houden moeten we wel blijven werken met de stock van de labels.

4% van de kleding van grote designers gaat verloren. Wij willen die stock een plek geven in de kledingbib en op die manier duurzaam zijn. Enkel werken met duurzame collecties is volgens mij niet haalbaar. Dan moeten daar meer labels mee bezig zijn. Maar we moeten het duurzaamheidsverhaal wel durven relativeren. Je kan niet alles oplossen.”

Reizen zonder bagage

Zo ziet Veerle de kledingbib van de toekomst: reizen zonder bagage. Stel dat je in Marrakech ook naar een kledingbib kunt met hetzelfde abonnement als de kledingbib in Antwerpen. Dit is milieuvriendelijk omdat je lichter reist. In een ideaal geval is de kleding plaatselijk gemaakt en aangepast aan het plaatselijk klimaat.  Zo vermijd je ook miskopen.”

Maar ook nu al heeft een kledingbibliotheek haar waarde. “Op korte termijn denk ik dat we een grote meerwaarde kunnen bieden als stageplaats voor beginnende designers, zodat zij hun klanten leren kennen. Hun vaardigheden bijschaven.”


De opening van Les Rebelles d'Anvers - (c) Les Rebelles d'Anvers

Ook een kledingbibliotheek opstarten?

Wil je zelf ook met een kledingbibliotheek beginnen, dan kun je best je oor even te luisteren leggen bij deze pionier.

“Ik had startkapitaal via het projectenfonds, ik had tijd: mijn (zwangerschaps)verlof, ik kon na de pop-up terug naar mijn job en dit lag in de lijn van mijn job. Ik voelde mij heel gesterkt vanuit mijn job bij Plan C om dit te doen. het fijne is dat ik mijn ervaring mee kan nemen naar Plan C, wat een verrijking is vanuit circulaire economie en deelplatformen. Zonder die vier factoren had ik dit experiment niet gedaan. Als we een vervolg willen breien aan dit verhaal, zal ik een oplossing moeten vinden voor elk van deze punten. Zo denk ik dat een extra kracht, liefst iemand die al uit de modewereld komt en al bezig is met circulariteit, onmisbaar is. Op die manier zouden we onze eigen tijdsinvestering kunnen beperken.”

“Je moet als team ook over passie, communicatie en complementariteit beschikken. Ik was goed in de langetermijnvisie, Emelie kan structuur brengen en weet wat we eerst moeten aanpakken en wat daarna. Zij bekijkt het goed van dag tot dag. Ik was bezig met het contact met de labels, zij met PR.”

“Ik was daarnaast ook heel blij met een goed lief, die je met de voeten op de grond houdt en die mee voor de opvang van onze baby kon zorgen. Je moet zeker ontvankelijk zijn voor feedback, bescheiden, je moet durven dromen, en een doener zijn.”

De grootste obstakels ziet Veerle dan weer in de onbekendheid van het model. “We hebben ontzettend veel tijd gestoken in dit concept uit te leggen, met alle labels gesproken. Ik was ook onbekend in die wereld. Als je dan mensen moet overtuigen om naar je te luisteren, je vreemd businessmodel moet uitleggen, daar kruipt heel veel tijd in. Als we zouden gesteund worden door FFI dan zouden we wel meer credibiliteit krijgen. Vertrouwen winnen, gerust stellen.”

Er komt uiteraard nog heel wat meer bij kijken: de onvoorspelbaarheid van klanten, het regelen van locaties, startdata, overtuigen van labels… Dat alles zorgde voor heel wat angst. ”Je moet echt springen. We wilden een community bouwen via workshops en lezingen. Dat is nog klein gebleven, maar ik verwacht wel dat dat zal groeien als we dat wat langer volhouden.”

Werken met vrijwilligers leverde ook heel wat stress. “Enerzijds is er heel veel engagement, de jeugd is super, maar vrijwilligers kunnen afbellen. Als we dit definitief maken, moet het een winkel met vast personeel worden.”

Bib met cava

Al bij al houdt Veerle goede herinneringen aan de kledingbibliotheek. “De opening was leuk. Er was veel volk, er hing een positieve vibe. Toen was ik echt trots op wat ik uit de grond had gestampt.” Ze glimlacht wanneer ze terugblikt naar de successen, de boeiende momenten tussen de stress in. Ja, ook dat was een topmoment, haalt ze aan: “het moment dat ik, Emelie en Lien, onze vaste vrijwilliger, op een bankje voor de winkel cava zaten te drinken.”

Wil je Veerle en Emelie zelf de kleren van het lijf vragen? Dat kan tijdens het Open Lab van 22 november. Daarop stellen we je trots de voortgang van de stadslaboranten voor.


Foto (c) Abstrakt Natasja Verwimp

Ook Emelie Vervecken kijkt trots terug op Les Rebelles D’Anvers. Zij combineerde haar fulltime job met deze innovatieve pop-up.

Emelie: Ik ben heel blij dat we het gedaan hebben. We hebben het op relatief korte termijn klaargespeeld. De eerste keer dat Veerle het idee opperde was op café in april 2015. Het idee van een kledingbibliotheek was naar boven gekomen tijdens een workshop via haar werk (het ‘Fashion Flows’-spoor van Stadslab2050, Flanders Fashion Institute, Plan C en OVAM , nvdr). Exact een jaar later openden we de deuren van Les Rebelles d’Anvers.

Was het een succes?

Ja, zeker als we afgaan op de reacties van de klanten. Die vonden het spijtig dat de pop-up-periode erop zat en vroegen of we terugkwamen. Maar ook de designers willen terug meedoen.

We moeten ons businessplan wel verder verfijnen. De vragen die nu nog in de lucht hangen zijn: wordt het vervolg opnieuw een pop-up of gaan we meteen voor een definitieve zaak? Ook de combinatie van een carrière en Les Rebelles was te zwaar. Dus we moeten een moeilijke keuze maken: zetten we onze eigen carrière on-hold en zetten we volop in op Les Rebelles of wordt onze volgende winkel er één met personeel? Maar ook heel concrete zaken zoals: moeten we de leentermijn van twee weken aanpassen, onderzoeken we.

Wat had je onderschat?

We hebben alles zelf gedaan en dat was ontzettend zwaar. Het gaat dan over contacten met designers, administratie, communicatie. Maar het concept an sich werkte wel. We bereikten een doelpubliek tussen de 30 en 55 jaar, die naar ons kwamen voor kledij voor een feestje, een doop of omdat ze eens iets anders wilden proberen. Ook de mix van designers was de juiste mix.

Wat maakte van jou en Veerle een goed team?

Veerle en ik zijn vriendinnen, maar dat is natuurlijk geen garantie op succes. Uiteindelijk bleek het heel goed te werken tussen ons. We hadden complementaire talenten. Veerle komt uit de duurzaamheidssector, ik weet veel van pers, communicatie en onderhandelen. We erkenden dat ook aan elkaar. Ook dat is heel belangrijk: van elkaar zien wat je goed doet en dat ook aan elkaar vertellen.

Wat was je mooiste moment?

De positieve vibe die er was tijdens de openingsavond en de openingsdag. Daar hadden we samen heel erg naar toegewerkt. We hadden alles zelf georganiseerd en hadden op die moment het gevoel ‘met iemand anders was dit niet gelukt’.

Heb je tips voor startende ondernemers?

Bij ons is het begonnen met een idee. Een antwoord op de vraag ‘Hoe leuk zou het zijn als we een kledingbibliotheek zouden kunnen openen?’ Ik ben er veel over beginnen lezen en ben ook naar bijeenkomsten van ondernemers gegaan. Niet omdat daar de antwoorden altijd te rapen vallen. Maar soms is beseffen dat een bepaalde aanpak niet bij je past ook waardevol. Toen het idee zowel bij mij als bij Veerle bleef hangen, hebben we het gewoon gedaan. Dus als je een goed idee hebt: doe het gewoon. Met heel weinig middelen kan je heel veel doen.

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet
Abonneer je nu!