End-of-life: Hoe zwaaien we een oude jurk uit?

Wat gebeurt er nu met oud textiel? Wat is mogelijk? Stadslab2050 lichtte in het kader van het Fashion Flows-traject samen met FFI en Plan C de schakels van de modeketen door: grondstoffen, design, productie, retail, consumptie en end-of-life.

De experts vertrokken telkens van een baseline en een aantal basisstrategieën die we voor elke schakel bedacht hebben. Op Close the Loop vind je een overzicht.

Voor de schakel ‘end-of-life’ leverden volgende experten levendige input:

Het basisprincipe ‘Consider every ending as a new beginning’ gold als vertrekpunt met volgende mogelijke strategieën:

  • biodegrade organic textiles
  • create new life through redesign and upcycling
  • recycle textile
  • organise collection & take-back systems
  • prolong life through reuse

Meer dan genoeg inspiratie zo bleek om de voorziene twee uur te vullen. Het werd een geanimeerde discussie met harde feiten, nieuwe inzichten en fijne plannen. We zetten er enkele op een rijtje in twee opeenvolgende blogposts.

In deze eerste post zetten we de feiten op een rijtje. Kleding en textiel dat ‘end-of-life’ is. Waar praten we over? Wat zijn de cijfers en tendenzen? Maar ook: hoe kun je je oude jurk of jas op een verantwoorde manier kwijt?

De tweede blogpost zal vooral kijken naar de toekomst van oud textiel? Recycleren? Ja, maar hoe? En oogt die toekomst circulair?

32.500 Volkswagens – elk jaar

Om maar meteen de vuile was buiten te hangen (of beter: te zetten): cijfers van OVAM wijzen uit dat in 2014 per Vlaming 7,8 kg textiel in de vuilniszak terechtkwam. A rato van 6,1 mio Vlamingen praten we hier over zo’n 50.000 ton of het equivalent van, om maar eens iets te zeggen, 32.500 Volkswagens– model Passat Variant.

En raar maar waar. Hoewel we elk jaar weer horen dat we keien zijn in de gescheiden ophaling van oud papier en karton, glas en PMD, gaat het met textiel totaal de andere richting uit. In 2001 belandde immers slechts 3,9 kg oud textiel per Vlaming op het vuilnisbelt.

Het is gissen naar exacte oorzaken, maar rond de expertentafel vonden we het toch eerder een kwestie van informatie en sensibilisering dan van mentaliteit. De doorsnee consument denkt nog té vaak dat wat niet meer bruikbaar is, dan ook maar meteen in de afvalzak hoort.

Inleveren maar

Gooien we veel in de vuilnisbak, dan leveren we ook wel wat in. Evenveel zo blijkt.

Jaarlijks halen de gemeenten in Vlaanderen zo’n 50.000 ton oud textiel op. Dat gebeurt via kledingcontainers, huis-aan-huis ophaling en via de Kringwinkels die instaan voor zowat 19% van deze stroom of ongeveer 9.400 ton.

Van het opgehaalde volume is 30% kwalitatief nog goed genoeg om weer via bijvoorbeeld de Kringwinkels verkocht te worden. 7% is afval; ongeschikt voor welk verder gebruik dan ook.

De resterende 63% gaat grotendeels richting export. Naar Afrika of Oost-Europa als de stukken nog enigszins draagbaar zijn. Of naar bijvoorbeeld India om daar ontkleurd en ontrafeld te worden zodat met de gerecycleerde vezels weer nieuwe stof kan geweven worden.

Opmerkelijk: cijfers over hoeveel textiel – in welke vorm dan ook – Vlaanderen in totaliteit importeert of exporteert zijn niet beschikbaar.

Merken en ketens springen mee op de kar

Bovenstaande volumes en percentages zijn doorheen de jaren constanten maar bevatten niet de volumes die kledingmerken en –ketens de jongste jaren zelf inzamelen. Zo kreeg H&M wereldwijd in 2014 zo’n 7.600 ton binnen. H&M België/Luxemburg zamelde sedert de start in 2013 756 ton in.

Wat de H&Ms, Patagonia’s, North Faces, Torfsen en Speedo’s van deze wereld inzamelen oogt nog niet gigantisch veel maar groeit snel. In een volgende blogpost gaan we in op het waarom en op wat er met die oude kledingstukken gebeurt.

Vaststelling is echter opnieuw dat, hoewel de inlevermogelijkheden sterk toenemen, de doorsnee Vlaamse consument dubbel zoveel textiel bij het vuilnis zet dan 15 jaar geleden.

Typerend? H&M ontmoet ondanks alle communicatie-inspanningen nog dagelijks klanten die denken dat je maar 1x/jaar iets kunt inleveren, dat het specifiek H&M-stukken moeten zijn of die het gewoon niet weten. Ook de schroom om een afgedragen slipje of sokken-met-gaten in te leveren, zit er nog sterk in.

Enkele trends

Van de experten kwamen we nog volgende interessante trends te weten.

Zo daalde de kwaliteit van afgedankt textiel de afgelopen 15 jaar zeer sterk. Het feit dat in die periode de import uit het Verre Oosten en dan vooral China sterk toenam en dat de kwaliteit daarvan niet bijzonder hoog is, is daar niet vreemd aan. Als de kwaliteit van een nieuw kledingstuk maar zus en zo is, dan blijft er op het einde van de rit nog minder over.

Een rechtstreeks gevolg daarvan is dat de winstmarge van sorteerders onder druk staat. Niet zelden moeten ze tot 30% van het niet-draagbare gedeelte gewoon storten wat geld kost. Daartegenover staat dat ook voor hen opnieuw dragen, recycleren of upcyclen interessanter wordt waardoor ze er meer moeite voor zullen doen.

Andere vaststelling: de kwaliteitsdaling verschilt van land tot land. Duitsland, Zwitserland en Nederland bieden de beste herdraagbare kledij. België zit in de middenmoot wat zou kunnen betekenen dat de Belgische consument zijn of haar kledingstukken langer draagt.

En ook geopolitiek laat zich voelen. De export van oud textiel daalt naar Afrikaanse landen waar China een vinger in de pap krijgt. Welke import daar toeneemt, laat zich raden…

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet