Revolutionaire ideeën voor duurzamere mode

Mode houdt van nieuw. Elk seizoen nieuw, als het even kan. Dat is tegelijk haar vloek én haar zegen. Het is een vloek, omdat ze er onwaarschijnlijk veel grondstoffen aan een razendsnel tempo doorheen jaagt. “Er worden steeds meer kleren gemaakt,” waarschuwt Jasmien Wynants van het Flanders Fashion Institute, project manager bij Flanders DC, “maar straks is er geen katoen meer genoeg om alles te maken.” De levenscyclus van een kledingstuk is kort, en de impact van haar productie en distributie is onevenredig zwaar. Er moet wat gebeuren. De manier waarop we kledij ontwerpen, produceren, vervoeren, kopen, gebruiken en recycleren moet krachtig overhoop worden gegooid.

En daar loert meteen de zegen. Net omdat deze sector gewoon is snel te schakelen en verandering omhelst, springen de revolutionaire ideeën die de Antwerpse en de mondiale mode duurzamer kunnen maken als frisse paddenstoelen uit de grond.

Antwerpen door een zonnige bril

In Antwerpen zelf werden de voorbije jaren al meerdere initiatieven ontwikkeld om de mode de duurzame kant op te sturen. Sommige ervan, zoals de kledingbibliotheek van Les Rebelles d’Anvers en lasergesneden, handgeknoopte collectie van het Post-Couture Collective werden trouwens ondersteund door dit eigenste stadslab, en kregen heel wat aandacht in binnen- en buitenland.

Recent ook startte Antwerpenaar Tom Duhoux met HNST, de productie van de meest duurzame jeans ter wereld.

“Binnenkort zal w.r.yuma ook van zich laten horen,” voorspelt Jasmien. Deze ontwerpers presenteren binnenkort een zonnebrillencollectie, die volledig uit afval is vervaardigd. “De brillen zijn nog niet op de markt”, zeiden ze in februari op Facebook “maar de koning van Belgique en zijn Mathilde hebben er al een eentje.”

De zwarte plastic is afkomstig van gerecycleerde dashboards van Nederlandse wagens en het transparante plastic was in een vorig leven een petfles. Zelfs de inkt op de armen is gerecycleerd en komt van afgedankte koelkasten. Het geheel is afgewerkt met algen, gerecycleerde visnetten, koffie en bier. Geen lijmen, coatings of giftige verf dus.

Ingenieur Sebastiaan de Neubourg bedacht de bril en het 3D-printproces en zorgt ervoor dat alles uiteindelijk ook weer makkelijk uiteen kan worden gehaald voor een nieuwe gebruikscyclus. Hij ziet de bril vooral als een conversation starter. “Ik hoop dat wie de bril draagt”, vertelt hij in De Standaard, “ambassadeur wordt van de circulaire economie. Afval bestaat niet, je afgedankte autodashboard wordt in een volgend leven een zonnebril.”

Snelle solden of een langer leven voor je jurk?

De verantwoordelijkheid voor het omturnen van de modewereld ligt voor een deel bij de grondstofleveranciers, de producenten en de ontwerpers, maar ook bij de winkels en de consumenten, verduidelijkt de consulente van Flanders DC. En ook daar zijn in Antwerpen al stappen gezet. “Een winkel als Graanmarkt 13 verraste deze zomer bijvoorbeeld doordat ze aangaf niet te zullen solderen”, vertelt ze. De winkel die al focust op duurzaamheid en slow fashion, besloot om de winkelrekken tijdens het eerste weekend van de zomersolden te vullen met tweedehandsspullen van klanten. De zaak wil zo aandacht vragen voor de levensduur van kledingstukken. “Een mooi kledingstuk verliest zijn waarde niet met ouder worden,” lichtten ze toe in De Standaard.

Proper, echt proper

De consument kan ook nog op een heel andere manier duurzaam met zijn kleren omgaan. Wanneer die ze wast, namelijk. Onze afwasmiddelen bevatten immers nogal wat vervuilende stoffen. “Ook hier duiken al voorstellen op”, zegt Jasmien. “Seepje is zo’n producent die op zoek gaat naar duurzame wasproducten.” Zij kwamen op de proppen met de schil van de Sapindus mukorossi-vrucht. “Wanneer de schil van die Nepalse vrucht water raakt, maakt hij een natuurlijke vorm van zeep aan”, vertelt de website van de producent. Ze zouden veel minder vervuilend zijn en geschikt voor alle soorten stoffen.

Toch volstaat het kiezen van een andere zeep niet. Wanneer je synthetische kledij wast, blijken per wasbeurt miljoenen microvezels vrij te komen. Daarom raadt fabrikant Patagonia voor het wassen van hun fleecevesten van gerecycleerde petflessen de Duitse Guppy Friend aan. Deze waszak moet als een filter voorkomen dat microvezels in het afvalwater terechtkomen en zo naar zee stromen. De scepsis rond de zak is echter nog niet van de baan. Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation vraagt alvast om onafhankelijk onderzoek. Werkt het wel echt? En wat moet je dan met de vezels die in de zak zitten? Verschuif je het probleem hier niet van fabrikant naar consument?

Het hemd dat nooit vies wordt

Misschien moeten de fabrikanten ervoor zorgen dat je veel minder moet wassen. Jasmien Wynants kent alvast een producent die dat spoor bewandelt. “Labfresh maakt hemden die wit blijven, welke vloeistof je er ook tegenaan gooit.” Het bedrijf maakt zich zelfs sterkt dat het ook zweet tegenhoudt. “Het temperatuurverschil tussen je lichaam en de omgeving zorgt ervoor dat het zweet verdampt doorheen de stof, zodat je lichaam en het hemd nagenoeg droog blijven.”

De kledingstukken van dit bedrijf zijn gemaakt van versterkt katoen dat technologisch is bewerkt om vloeistoffen en bacteriën af te stoten. Maar, geeft Jasmien toe, dan duikt het katoenprobleem weer op. Er is er niet genoeg van, er is 7000 liter water nodig voor het katoen van één jeansbroek en het recycleren is problematisch.

Geef van katoen

Enter Ioncell-F, laureaat van de Global Change Award, een initiatief van fast fashion-boegbeeld H&M. Deze Finse vinding zou ontdekt hebben hoe je afvalkatoen volledig en zonder kwaliteitsverlies kunt herwerken tot een nieuwe stevige stof. Na zeven jaar onderzoek slaagde het team van Michael Hummel en Marjaana Tanttu erin om oud katoen te laten versmelten met ionische vloeistof tot een kleverige substantie die, na verdere verwerking, kan worden gesponnen tot nieuwe, duurzame vezels. Hoewel de nieuwe stof, Ioncell-F, heel zacht aanvoelt, is ze heel wat sterker en steviger dan doorsnee katoen en linnen. Bovendien kan Ioncell-F in een ‘closed loop’ worden vervaardigd. Er komen geen schadelijke stoffen vrij, het vergt geen extra water en ook geen nieuwe grondstoffen, want het ontstaat uit onze katoenafvalberg. Oude kleren kunnen eindelijk duurzaam tot nieuwe worden verwerkt.

Het nadeel is dat het voorlopig… nog niet te verkrijgen is. Omwille van het complexe proces wordt het momenteel enkel onder laboratoriumomstandigheden in kleine hoeveelheden geproduceerd en tot dusver is er nog geen fabrikant opgestaan die het systeem wil opschalen.

De koeienmestcollectie en andere afval-stoffen

Er rollen overigens nog andere boeiende, nieuwe stoffen uit de laboratoria. Wat dacht je van een sinaasappeljurk, laarzen uit druivenleer, een algenbroek of een koeienmesttopje? Elk seizoen weer bieden onderzoekers nieuwe grondstoffen aan. Zo won het druivenleer-idee vorig jaar de Global Change Award. Uit de velletjes en steeltjes die achterblijven bij de wijnproductie willen de ontwerpers een verfijnd, plantaardig leder maken. Beter voor dieren, uiteraard, en geen nood aan olie, zoals bij synthetisch leder.

Het Italiaanse Orange Fiber-team keek niet naar wijn maar naar sinaasappelsap, dat ook jaarlijks 700.000 ton aan afval meesleept. Zij wisten draad te winnen uit de sinaasappelschillenschillen en weven daar nu hun eerste shirts en sjaals mee.

De Nederlander Tjeerd Veenhoven haalde de prijs dan weer binnen met zijn algentextiel. Algen groeien zowat overal ter wereld, in zeeën, meren en rivieren, en vragen niet om vers water: een grondstof die erom vraagt ontgonnen te worden. Tjeerd is hiermee trouwens niet aan zijn proefstuk toe. Zijn studio ontwierp eerder ook al leder uit palmbladeren en pigmenten uit tulpen.

De Vlaamse ontwerpster-bio-ingenieur Katrien Herdewyn slaagde er dan weer in om elegante schoenen vocht- en vuilafstotend te maken met nanotechnologie. Eleg-nano, zeg maar.

Maar de meest tot de verbeelding sprekende van deze materialen uit onverwachte bronnen is wel de koeienmest-collectie ofte Manure Couture van de Nederlandse BioArt Laboratories. Kunstenaar, ondernemer, wetenschapper en uitvinder Jalila Essaïdi had voorheen al spinnenzijde en geckolijm onderzocht, maar haar innovatieve techniek om mest om te zetten naar afbreekbare plastic, papier en kledingstof slaat alles. Ze onttrok cellulose uit het droge materiaal van de mest, zuren voor celluloseacetaat uit de vochtige mest en combineerde die om er viscosevezels uit te trekken. Het nieuwe materiaal noemt ze Mestic, en dat was tevens ook de naam van de modeshow die ze vorig jaar opzette. Geen bruine, geurende walmen vulden de zaal, maar verrassend frisse, hagelwitte jurkjes. Het wordt nog een tijd wachten eer de mestcollectie in de winkel hangt, maar intussen weten we wel dat het kan.

Kweek je eigen kleren

Je kunt nog een stap verder gaan en je stoffen laten groeien in bad. We hebben al vaker gehoord over biefstukken die gekweekt worden in labo’s, maar ook met kledingstoffen wordt zo geëxperimenteerd. Suzanne Lee kweekt haar BioCouture bijvoorbeeld uit bacteriën, gist en zwammen. Op het Wearable Futures-congres 2013 toonde de modeontwerpster jassen en schoenen gekweekt uit biomateriaal aan een verbluft publiek, maar ze droomt nog verder. “Ik zou een toekomstig insect willen zeggen: ‘Spin een draad voor me, in die richting. Maak het waterafstotend, en terwijl je toch bezig bent, vorm het rond deze 3D-vorm.’”, vertelt ze aan designmagazine Dezeen.

In datzelfde magazine vertelt onderzoeker-ontwerper Shamees Aden overigens ook over haar 3Dgeprinte loopschoenen uit synthetisch biologisch materiaal, die zichzelf ’s nachts repareren. Schoenen versleten? Nachtje over slapen, en ze zijn zo goed als nieuw.

Ook het kleuren van de kleren kan trouwens tegenwoordig steeds duurzamer. Zo zorgt DyeCoo voor waterloos kleuren en verft Natsai Audrey Chieza onze stoffen voortaan met straalzwammen, een bacterie die je gewoon in de tuin vindt.

We hoeven het trouwens niet altijd zo ver te zoeken. “In België is Winnie Poncelet van ReaGent met bio-technologische research bezig”, zegt Jasmien Wynants en ze voegt er meteen een oproep aan toe: “Hij is er al in geslaagd om stoffen te kweken, maar hij is nog op zoek naar ontwerpers die hem kunnen helpen om er kledij mee te maken.”

Op zoek naar een deelplatform

Je hoopt uiteraard dat jonge ontwerpers voluit op deze nieuwe materialen zullen duiken, maar zo eenvoudig is het niet, betreurt Jasmien van het FFI. “Die duurzame basismaterialen zijn moeilijk te vinden”, zegt ze, “en bovendien veel duurder. Dat maakt het bijzonder moeilijk voor starters, want de producenten vragen minimale afnames.”

Hier ziet ze wel een kans liggen voor een Stadslab2050-project of ander dergelijk initiatief. “Misschien kunnen de ontwerpers zich bundelen en nadenken over groepsaankopen? Of over een platform om stoffen uit te wisselen?”

Zin om mee te denken, te ontwerpen met de stoffen van Winnie Poncelet, te zoeken naar nieuwe toepassingen of de krachten te bundelen om zo te werken aan de duurzame toekomst van de Antwerpse mode? Aarzel niet contact op te nemen met Stadslab2050.

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet