Terugblik | Het geprezen energietraject mikt op structurele verandering

In de aanloop van Open Lab2016 blikken we wekelijks terug naar een van onze Stadslab2050-thema’s.

Antwerpen wil klimaatneutraal zijn in 2050. Omdat dit onder andere in houdt dat de C02-uitstoot omlaag moet, wordt een emissie-inventaris bijgehouden. En net deze inventaris lag aan de basis van ons energie-thema. De bevoegde ambtenaar voor het Antwerpse Klimaatplan Johan De Herdt stelde immers vast dat er vooral C02-winst te rapen valt bij de handel, diensten en de horeca. De tertiaire sector, zeg maar. Burgers zelf worden al langs alle kanten gepord tot actie en hebben dankzij campagnes en steun van de Vlaamse overheid, het Ecohuis en andere spelers al heel wat vooruitgang geboekt. Bij de tertiaire sector daarentegen beweegt niet zoveel. “Dit vraagt om een traject”, opperde Johan en Stadslab2050 was het hier roerend mee eens. En dus werken we sinds 2014 aan projecten en maatregelen voor die sector.

Hanteerbare focus, stevig team

Heel Antwerpen aanpakken in één soepele beweging was teveel gevraagd. Dat beseften we zelf ook. Dus besloten we te focussen op die kinetische kern van Antwerpen, het hart van de stad, waar handel, diensten en horeca aanstekelijke levensenergie door de straten pompen.

Omwille van de eigen aard van de vraag - energie- en emissiereductie bij de tertiaire sector - stapten ook een aantal extra partners aan boord: Eandis, die als distributienetbeheerder dezelfde doelstelling onderschrijft; Smart Grid Flanders, die met aangesloten bedrijven en platformen de energienetwerken van de toekomst verkent; en Unizo, die ook de kortetermijnwinst voor zelfstandige ondernemers wel inziet: minder uitstoot wijst op minder verbruik en lagere uitgaven. Een stevig team, kortom, dat aangevuld met tientallen gemotiveerde stadslaboranten krachtig van wal stak.

 Stadslab2050

Slimme mensen leveren smart ideeën

In april en mei 2014 verzamelden vijfenveertig stakeholders zomaar eventjes veertien ideeën die varieerden van organisatorische innovatie (zoals Energy Performance Contracting) over sociale innovatie (waarbij consumenten mee betrokken worden) tot technologische innovatie. Zo kwamen de Smart Box en de Smart Grid op tafel.

De Smartbox van Smartlog is een slim stukje technologie dat airco’s in winkels in de gaten houdt en bijstuurt. Er wordt immers nogal wat energie weggeblazen door airco’s, waarbij een koude luchtstroom van de ene airco in de ergste gevallen nog wordt ‘gecompenseerd’ door een warmtestoot van een ander. Een Smartbox moet dat tegengaan. Het vergelijkt de winkels die op hetzelfde systeem zijn aangesloten, geeft anomalieën aan en laat toe om heel snel en verfijnd in te grijpen of airco’s op doelgerichter aan of af te zetten.
Het product bestond trouwens al vóór het in Stadslab2050 werd voorgesteld. Het vond er echter wel snel vruchtbare bodem en werd intussen dan ook al in meerdere winkels geïmplementeerd. Die winkeliers hebben nu alvast een lagere ecologische voetafdruk en dito factuur.

Of wat te denken van een Smart Grid? Bij die systemen stroomt energie in twee richtingen. Heb je een grote opbrengst van je zonnepanelen, dan lever je energie aan het lokale net, heb je er tekort, dan neem je af wat je nodig hebt. De grens tussen energieproducent en -consument vervaagt dan. Bovendien veranderen onze energie noden ook afhankelijk van het tijdstip van de dag, en de dag van de week. Wanneer moet de energie naar winkels, wanneer naar wonen of naar werk? Een slim netwerk zou de complementariteit van verschillende gebruikers in kaart kunnen brengen en die zinnig zuinig kunnen combineren. Dit is uiteraard niet meteen iets dat je zomaar even in een experiment giet.

Smart meten hoort daar ook bij. Onze instrumenten worden steeds gevoeliger, zodat we warmteverlies beter in beeld kunnen brengen. En omdat ook consumenten met smartphones en andere slimme toestellen rondlopen zou je ook hen kunnen inzetten om de meest energiezuinige horecazaken of winkels te belonen bijvoorbeeld. Dit idee werd trouwens nooit uitgevoerd. De metingen zijn echter wel gebeurd. Alleen blijkt de vertaalslag van kennis naar ingrepen toch minder eenvoudig dan gehoopt. De academici waren echter opgetogen over de samenwerking met de ondernemers die hen inspireerden om op zoek te gaan naar nieuwe ideeën, experimenten en vernieuwende oplossingen.

Beeld UA

Werken aan, in en voor de winkel

Dat de werkelijkheid complexer is dan heerlijk heldere concepten, ervoeren de projecttrekkers ook die zich op winkels richtten.
Neem nu de energie-pop-upstore. Het uitgangspunt was daar dat winkeliers niet duurzaam renoveren omdat ze hun zaak dan te lang moeten sluiten. Als je dat sluitingsprobleem zou oplossen door hen intussen een pop-upstore te bieden, zouden ze dus wel renoveren. Alleen… het uitgangspunt bleek niet te kloppen. Die sluiting schrikt niet af, wel de onzekerheid of die investering ook zou renderen… Nee, dan liever subsidie en advies, ontdekten de trekkers van Eandis in dit project. En die inzichten steunen dan weer een ander project, namelijk dat van de Helpdesk (zie verder). Zo gaan inzichten niet verloren.

Dat warmte wel makkelijk verloren gaat, kunnen we de volgende maanden weer merken in onze winkelstraten, waar de deuren zelfs bij de laagste temperaturen open blijven staan. Om de klanten te verleiden binnen te komen. Maar is dat echt de enige manier? Kunnen we de winkeliers niet tonen dat je hun klanten toch de winkel in krijgt als de deur dicht is? Dat vroeg het project ‘Klant binnen, verlies buiten’ zich af. Om dat te weten te komen zetten Eandis, het Vlaams Energie Agentschap, Unizo en de stad een experiment waarover we helaas nog niks mogen schrijven. Het experiment loopt immers nog.

De stadslaboranten van Colruyt gingen intussen na of ze een Low Impact Store konden opzetten. In eerste instantie wilden ze een nieuwe supermarkt in de Lange Elzenstraat hiervoor als testcase opzetten. Die winkel willen ze trouwens nog steeds zo duurzaam mogelijk opzetten, maar de idee om zich op één spotlight-winkel te focussen hebben ze verlaten. Waarom zou je de nieuwste inzichten alleen op één zaak toepassen immers? Je kunt beter elke winkel aanpakken wanneer je er een ingreep of een verandering doorvoert, toch? Zo proberen ze nu stelselmatig, vernieuwing na vernieuwing, zoveel mogelijk winkels opschuiven richting klimaatvriendelijke zaak.

Hoe meer, hoe minder

Tegelijk werden ook een aantal projecten opgestart die hele groepen of straten tegelijk willen activeren. Op grote schaal werken levert immers meer op, en kost minder in uitvoering omdat je de kosten kunt spreiden, maar vraagt meer organisatie.
Projecten om zaken te laten overstappen naar LED-verlichting of om een straat in zijn geheel om te turnen tot duurzame winkelstraat zitten dan ook nog in de organisatiefase.

Dat geldt overigens ook voor de ESCO-projecten. Bij die projecten garandeert een Energy Service Company niet zozeer de werking van boilers, ketels, verlichting of wat dan ook, maar wel ‘warm water’ of ‘licht’. Je verzekert de gebruiker dat die, tegen een vaste afnameprijs, altijd warm water of licht zal hebben. Zo heeft de aanbieder zelf er opeens alle belang bij dat de ketel of andere installatie zo zuinig en zo duurzaam mogelijk wordt. De zorgen liggen niet meer bij de gebruiker maar bij diegene die er daadwerkelijk iets kan aan doen.

Zo werden er projecten gestart in scholen, de diamantwijk en in appartementsgebouwen maar hoewel er zeker al interesse was, is het nog te vroeg om al resultaten te verwachten. De diamantsector is het idee zeer genegen, maar heeft nog vragen bij het rendement, terwijl het moeilijk blijft om verenigingen van mede-eigenaars mee te krijgen in het hele verhaal. Je moet immers veel mensen een volledig nieuw concept uitleggen, waarvan ze nog weinig tastbare voorbeelden kunnen bekijken, terwijl er weinig aanbieders op de markt zijn. Innoverende concepten vragen nu eenmaal innoverende klanten die er niet tegenop zien om de voorloper te zijn.

Het onderwijs struikelde dan weer over subsidiëringsproblemen. De vele structuren die hiertoe zijn opgezet houden geen rekening met het systeem van Energy Performance Contracting en laten dergelijke constructies momenteel niet toe. De bevoegdheden voor de renovatie van een schoolgebouw zijn bovendien versnipperd. Om dit te laten werken moeten alle beleidsniveau’s (schooldirectie, scholengroep, centrale koepel en Vlaams beleid) bij een pilot. Onhaalbaar? Nee, echt niet, maar er is wel tijd nodig. Het project is er nu alvast in geslaagd om het voorstel op de politieke agenda te zetten.

De omwentelingen achter de schermen

We hebben de neiging om trajecten en thema’s te beoordelen aan de hand van hun fotogenieke verwezenlijkingen. Een nieuwe waterput in de Sahara krijgt een groter applaus dan een akkoord dat duizenden inwoners meer levenszekerheid biedt. Het eerste is tastbaar, het tweede lijkt een onzichtbare pennentrek achter de schermen. En zijn het net die pennentrekken die structurele aanpassingen verzekeren, die we nodig hebben om onze doelstellingen in 2050 te halen.
De fragmentaire realisaties onderweg zijn goed, zijn mooi en zijn belangrijk want ze bewijzen de stappen vooruit in aanwijsbare resultaten, maar de grote veranderingen spelen zich af op de manier waarop we ons organiseren, waarop we over energie denken, subsidies aanreiken… Zo diep zit onze CO2-uitstoot verankerd, en die ankers moeten losgewrikt. Dat ondervonden we alvast tijdens dit Stadslab2050-traject.

Een van de meest belovende trajecten is dan ook eentje dat zich wortelt in het Klimaatplan en vooral structurele wortels aan het schieten is: dat van de helpdesk. Hoe het zal heten ontdekken we later wel, maar de vorm wordt stilaan duidelijker. Zie het als een Ecohuis voor ondernemingen, een integrale frontdesk die de versnippering in energieadvies moet tegengaan, en die de kleine ondernemer kan ontzorgen bij de administratieve en logistieke aspecten van een duurzame renovatie.
Wie weet komen alle bovenstaande ideeën en projecten hier wel samen, en krijgen we met deze centrale organisatie een structuur die als vliegwiel kan fungeren om de energierenovatie aan te slingeren en te versnellen.

Ontdek het prijsbeest

De jury van de Belfius/Knack Smart City-Award heeft alvast een goed oog in dit traject, want begin december 2015 mocht ‘Stadslab2050 - Energie voor het Antwerpse hart’ deze prijs in ontvangst nemen.

Wil je zelf ook meer over het dit spoor ontdekken? Schrijf je dan meteen in voor het Open Lab2016, op 22 november 2016, waar meerdere projecten uit dit spoor worden voorgesteld en besproken.

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet