Visionaire appartementsbewoners gezocht

“We geven niet op”, zegt Sven Wuyts van studiebureau Factor4. De eerste poging om de mede-eigenaars van een appartementsgebouw te overtuigen van een integraal energiebeheerscontract is mislukt. Het was nochtans een stevige poging. Gedurende meerdere maanden en verschillende vergaderingen hebben ze hun voorstel toegelicht, offertes gemaakt, uitleg gegeven, getrokken en gepleit, maar het wou niet baten. “Het concept is echt onbekend,” zegt Sven, “en echt onbekend is ook echt onbemind.

 

Alle druk op de ketel 

Wie meedraait in Stadslab2050 of bezig is met duurzaamheid en innovatie kent het concept vast wel: als we gebouwen energiezuiniger willen maken, moeten we geen ketels verkopen, maar warm water. Wanneer verenigingen van mede-eigenaars merken dat de energiefactuur de pan uit swingt, kijken die doorgaans met gefronste wenkbrauwen naar de ketel. Die doet het niet meer goed, vermoeden ze, en dus halen ze, zoals ook anderen dat al decennia lang doen, een installateur in huis. Vaak kan die nog wat aanpassen, maar net zo vaak stelt de installateur in kwestie een betere, nieuwere energiezuiniger ketel voor die, indien goed afgesteld, tot 30% procent zuiniger zou zijn. Er worden prijzen vergeleken, ketels op de weegschaal gelegd en na enkele maanden centen tellen komt de nieuwe ketel in huis. Klaar is kees.

Alleen, kees is helemaal niet klaar. De nieuwe ketel is dan misschien wel beter, maar wat met de isolatie, het onderhoud, het bijsturen en afstellen tot de perfecte instellingen? Zal een nieuwe ketel wel echt 30% renderen als ze niet nauwgezet wordt opgevolgd en de randvoorwaarden niet worden bekeken? Wellicht niet, maar dat zal de installateur worst wezen. Diens taak is immers volbracht: hij of zij moest een middel aanleveren, geen eindresultaat. Alle druk zit op de ketel, niet op de installateur. Als die ketel in orde was bij levering en ze is goed aangesloten, was ook de installateur in orde. Of het verder ook goed blijft draaien maakt niets uit. Het verdienmodel van een klassieke installateur zegt niets over performantie op lange termijn. De centen volgen uit onderhoud en verkoop, niet uit besparingsresultaten. Meer nog, zo’n verdienmodel biedt geen incentive om de ketel zo optimaal mogelijk te laten renderen. Integendeel: hoe rapper kapot, hoe beter, want dan pas gaat de kassa van de installateur weer rinkelen. Niet dat een installateur daarop rekent, maar een falende ketel is alvast niet in zijn of haar nadeel.

 

 

De heruitvinding van het water 

“Aanbesteding op prijs zorgt voor die problemen,” beaamt Sven Wuyts. “Je bent dan geneigd om te kiezen voor winst op korte termijn eerder dan effect op lange termijn. Hun oplossing draait het probleem op zijn kop: een falende of inefficiënte ketel moet ook in het nadeel zijn van diegene die hem geplaatst heeft.” Dat kan via een ESCO-bedrijf, een Energy Services Company (zie het schema hieronder van Plan C). Die verkoopt het resultaat, gegarandeerd warm water, en neemt de kosten van onderhoud, ketels, regeling en randapparatuur op zich. Hoe beter hij dat doet, hoe meer winst. Daar geniet je als bedrijf van, als klant en als wereld, want het systeem stimuleert iedereen om steeds naar nieuwe, zuinigere en dus milieuvriendelijke oplossingen te zoeken. Lukt het de ESCO niet, dan draait die immers op voor de kosten. Het warm water werd nooit zo aangenaam heruitgevonden.

CC Plan C

Dit concept vergt uiteraard een langetermijnaanpak, en dat stellen ze dan ook voor bij Factor4: een integraal beheerscontract voor tien jaar, een all-informule met een gegarandeerd warmwaterrendement en een gegarandeerde prijs, ofte Energy Performance Contracting (EPC). Binnen Stadslab2050 kon Factor4 het concept, in samenwerking met EY, al loslaten op Antwerpse scholengroepen en de diamantwijk, waar het enthousiasme alvast groot blijkt. Als derde doelgroep kwamen de appartementsgebouwen naar boven tijdens de Stadslab-workshops. Hoeveel energie zou er daar niet kunnen worden bespaard? De droom was groot, de drempel bleek navenant.

 

 

Wat we niet weten…

Visionaire vernieuwers lopen vaak tegen die muur aan: ze lopen te ver voor, en voor veel burgers is het moeilijk bijbenen. Samen met Ecohuis en een bevriende syndicus ging Factor4 op zoek naar appartementsgebouwen om zo’n EPC uit te proberen. Ze scanden de gebouwen volgens aantal wooneenheden, energieverbruik, de toestand van de verwarmingsketel en selecteerden zo een mogelijk geschikt appartementsgebouw. “We hebben er ons project voorgesteld”, vertelt Sven Wuyts, “en kregen meteen wel enthousiaste reacties. In het begin was er zeker wel interesse. ‘Vermindering van verbruik’, dat klinkt ook wel goed.” Het project leek goed van start te gaan, net als bij de scholen en de diamantwijk… en toen blokkeerde het. “Zo’n groep mede-eigenaars heeft een heel andere dynamiek”, mijmert Sven. “De stemming kan heel snel omslaan. Iedereen lijkt mee, en opeens zeg iemand: ‘ik weet ergens anders waar we goedkoper een nieuwe ketel kunnen vinden’ en voor je het weet, ben je alle aanhang kwijt.”
Vergaderingen lang probeerden Factor4 en Ecohuis nog weerwerk te bieden, maar “het concept is heel moeilijk over te brengen. De mensen vinden het moeilijk om zo’n EPC te vergelijken met wat er op de markt is. Een nieuwe ketel installeren is ook besparen, zeggen ze.”

 

De projectgroep botste op de grote onbekendheid van de nieuwe denkwijze. Onbekend wekt wantrouwen. Waar kunnen we dat zien? Is dat wel zo? Zijn er voorbeelden? Waarom krijgen we maar één offerte? Een contract van tien jaar? Onze syndicus mag dat niet zo maar, en waarom zouden we dat doen: dan hangen we toch vast? Hoe kunnen we jullie vertrouwen? “We wilden zelfs mee financieren, maar dat vonden ze helemaal verwarrend. Het klonk te mooi om waar te zijn.” Daar zat vast een angel aan. Nee, dan hadden ze meer vertrouwen in de bekende installateur. “Als die ’30% besparing’ zegt, klinkt dat net zo goed als ‘garantie’.” Bovendien is ook de stookolie te goedkoop momenteel. “Als energieprijzen laag zijn, zijn er minder financiële incentives. Niet iedereen ligt wakker van het milieu en CO2-uitstoot, nietwaar.”

 

 

Een gebouw vol early adopters 

“Maar we geven niet op”, herhaalt Sven. “We hebben veel geluisterd en veel geleerd. Wij weten dat we hulp nodig hebben. Ondersteuning van de overheid om het concept bekend te maken, om de mensen er klaar voor te maken. Wij kunnen dat niet in ons eentje. Dat is ook onze branche niet. Wij zijn ingenieurs, geen verkopers. Als het bekender zal zijn, komen er misschien meer aanbieders, en zo meer vertrouwen… ” Hij pauzeert even en ziet toch nog een tweede spoor naast de broodnodige wervende communicatie: een voortrekker, een spits. “Als we één appartementsgebouw mee krijgen, kunnen we ons bewijzen”, zegt hij, “en dan krijgen we zeker andere mee. Eén groep die mee wil. Een groep early adopters, en graag een gebouw vol. Dan zijn we vertrokken.”

 

We zoeken graag mee naar dat visionaire appartementsgebouw, naar die vereniging van mede-eigenaars met vijftig, liefst meer appartementen, die geld willen verdienen aan hun energieverbruik, voortrekkers willen zijn voor een duurzamer Antwerpen, spitsen voor een toekomst waarin je geen ketels, maar warm water koopt. Wie meldt zich aan?

 

 

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet
Abonneer je nu!