De 'Low Impact Store': de supermarkt van de toekomst

Het kan. Een supermarkt die amper energie verspilt. Colruyt onderzoekt de beste methodes om een zo min mogelijke impact op het milieu uit te oefenen. De 1ste studiefase is volop aan de gang en het filiaal in de Lange Elzenstraat wordt gebruikt als voorbeeld. Tijd om de balans op te maken.

Sil Timmermans werkt als ingenieur bij de directie Technics & Immo binnen Colruyt Group, Filip Van Landeghem staat aan het hoofd van Immo en Expansie dat ook onderdeel uitmaakt van T&I.

“Een low impact-winkel ontwikkelen raakt zowel het domein van technieken als dat van gebouwen. Een sterke interne samenwerking is daarbij cruciaal." Stellen ze beide.  

Een laboratorium voor duurzame technieken

Vanwaar het idee voor een low impact-winkel?

 

Filip: “Duurzaamheid zit ingebakken in het DNA van Colruyt. We zijn er al jaren mee bezig en die pioniersrol vervullen we erg bewust. De 1ste winkel in deze stijl is Green Line en richtten we in 2008 op in Namen. Duurzaamheid maakt letterlijk een onderdeel uit van de missie van Colruyt. Dit is niet zomaar een marketing-gimmick. De winkel in de Lange Elzenstraat vormt hierbij een testcase, een laboratorium zeg maar, voor een nieuwe reeks winkels.”

“Duurzaamheid is geen marketing-gimmick.”

Sil: “We hopen met dit project veel te leren, nieuwe technologieën te leren kennen en zelfs te ontwikkelen. Het is een constante evolutie, en dat maakt het waanzinnig boeiend.”

Filip: “Oorspronkelijk heette dit project ‘zero waste, zero energy’. Tijdens de studie hebben we meer factoren geïntegreerd zoals ook mobiliteit en bouwmaterialen; de titel dekte daardoor de lading niet meer.”

De Low Impact-winkel uit de doeken gedaan

Het project richt zich op 5 pijlers en doelstellingen:

  1. 0% stadswatergebruik
  2. 0% gasverbruik
  3. 50% van de elektriciteit is lokaal groen opgewekt
  4. 100% hergebruikte, gerecycleerde of hernieuwbare constructiematerialen
  5. Verdubbeling van het aandeel fietsers

Dit is gebaseerd op 3 principes:

  1. Reduceren van energie: wat je niet verbruikt, blijft het groenst.
  2. Hoe meer je hergebruikt, hoe minder nieuwe energie er nodig is.
  3. Als je dan toch nieuwe energie nodig hebt, maak die dan hernieuwbaar.

Sil: “We hebben gekende zaken gecombineerd met nieuwe studies. Om waterverspilling tegen te gaan, zouden we vacuüm toiletten installeren, een model dat al jaren bekend is op vliegtuigen. Om het aantal fietsers te verdubbelen, werken we samen met de richting Projectontwikkeling van de Universiteit Antwerpen. De studenten creëerden onder meer kartonnen fietszakken en een fietswinkelkar. Toffe ideeën die haalbaar zijn.”

Kartonenn fietszakken en een fietswinkelkar

Filip: “Vandaar ook de naamwijziging. Deze testcase gaat veel verder dan het tegengaan van verspilling, het betrekt ook de mobiliteit in het stadsleven. Deze situatie leent zich er ook toe om de buurt te integreren. In eerste instantie zullen we een interactie aangaan op technologisch vlak.”

Sil: “Het drinkwater dat we produceren uit regenwater en de warmte die we recupereren uit koelcellen ligt hoog genoeg zodat we hier perfect kunnen leveren aan extra woningen in de omgeving. Daarom willen we ook aanpalende huizen en appartementen bijbouwen die van deze faciliteiten gebruik kunnen maken. Let wel, bij een andere winkel hoeft dit niet op dezelfde manier te gebeuren.”

Filip: “Uiteraard heeft zo’n initiatief extra gevolgen. Niet enkel logistiek, maar ook juridisch. Je mag immers niet zomaar gas- of waterleverancier worden. En er moet een terugvalsysteem zijn. Daardoor zijn partnersamenwerkingen met gas- en waterleveranciers primordiaal.”

Partnerships zorgen voor gedeelde verantwoordelijkheid

 “Samenwerkingen met de stad en partners verhogen de slaagkansen.”

Welke rol heeft Stadslab 2050 gespeeld bij de ontwikkeling van dit idee?

Filip: “Het idee bestond al, maar Stadslab2050 was de accelerator. Zij stelden ons voor om het project in Antwerpen uit te voeren en hebben de nodige contacten gelegd met het stadsbestuur. Net zoals in Namen is een goed en transparant overleg met de stad van wezenlijk belang.”

Sil: “Daarnaast hebben ze ons ook in contact gebracht met interessante partners en leveranciers. Tijdens de ontmoetingsruimte ‘Energie voor het Antwerpse hart’ hebben we een zaadje geplant dat vandaag uitgegroeid is tot een volwaardig project. Dankzij Stadslab 2050 hebben we ook meer aandacht en visibiliteit. Daardoor krijgen we meer respons en komen er meer wisselwerkingen tot stand.”

Wat zijn de reacties op het idee?

Filip: “Iedereen is laaiend enthousiast. Dit is een ideale testcase om je als bedrijf mee te associëren. Er kan niet enkel geëxperimenteerd worden, je krijgt ook een enorme zichtbaarheid. We moeten daar niet naïef in zijn. Colruyt heeft een groot bereik bij de consument en dat maakt zo’n initiatief des te interessanter bij grote bedrijven.”

Sil: “We leren ook zelf bijzonder veel uit die verschillende samenwerkingen met onder meer Stradus Infra, Philips en de landbouwuniversiteit van Wageningen in Nederland. Dankzij deze open dialoog en het delen van elkaars expertise krijg je ook een gedeelde verantwoordelijkheid. Alle partijen willen dat het vooruit gaat. Tegen het einde van dit jaar willen we onze bouwaanvraag indienen.”

Het kluwen van regels en wetten

 “Deze omvangrijke mix aan ideeën is nooit gezien.”

Wat zijn de grote uitdagingen?

Filip: “Er zijn bijzonder veel regels binnen de stad en de verschillende partijen, maar ook de technologie heeft haar beperkingen. De uitdaging is om onze ideeën te laten stroken met alle verschillende vereisten. We hebben fantastische ingrediënten, nu moeten we er een lekkere cocktail van maken.”

Sil: “Dat dit idee niet evident is, merk je ook aan het gebrek ervan in het buitenland. Je vindt bepaalde delen uit de studiefase terug bij Tesco in Groot-Brittannië of in Mpreis in Oostenrijk, maar deze omvangrijke mix is nieuw. Deze uitdaging gaat niemand onmiddellijk aan en dat is ook de kracht van het idee.”

Wat kan jullie nog helpen?

Sil: “Sensibilisering blijft belangrijk. Mensen worden zich meer en meer bewust van het belang van groene energie en de nood aan een beperkte impact op het klimaat. Maar het weten en er concreet iets aan doen, is toch nog iets anders.”

Filip: “Stadslab2050 zou nog bekender moeten worden zodat de bevolking beter begrijpt waarom bepaalde zaken nodig zijn.”

Sil: “De kracht van nieuwe technologieën hoeft ook niet abstract te zijn. Een mooi voorbeeld is de elektriciteit die we kunnen opwekken met waterplanten. Via elektroden geven 100 m2 planten genoeg stroom om een wifi-signaal uit te sturen. Dat is misschien op het 1ste gezicht ludiek en niet meteen realistisch, maar het geeft wel aan dat er nog veel klimaatvriendelijke technologieën te ontdekken zijn.”

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet
Abonneer je nu!