Grensverkenners | Appartementsgebouwen die tot de verbeelding spreken

Niet alleen in Antwerpen wordt gezocht naar duurzame oplossingen voor de uitdagingen van de toekomst. Op de meest uiteenlopende plaatsen ter wereld bedenken visionaire deskundigen nieuwe antwoorden of proberen ze bekende vondsten op te schalen. Dit levert boeiende experimenten op die we als stadslaboranten graag in de gaten houden. In deze nieuwe serie gaan we op zoek naar die Grensverkenners en gaan we na wat we er voor Antwerpen uit kunnen leren.

Hoe kunnen we de volgende decennia steeds meer mensen huisvesten in onze stad terwijl we het toch leefbaar, duurzaam en sociaal houden? Dat vragen we ons af in ons ‘Duurzaam Wonen’-traject. Er moet gerenoveerd worden, vonden we al, en aan inbreiding worden gedaan: we moeten meer woonruimte halen uit de beperkte, beschikbare ruimte. En waar we toch kunnen uitbreiden, zoals in Nieuw Zuid, moeten we zorgvuldig en vooruitziend te werk gaan. Om dat te bewerkstelligen kijken we bij de buren, op zoek naar originele oplossingen die traditionele woningvormen of werkwijzen in vraag stellen.

Maxi-co-housing in Berlijn

Berlijn is de place to be voor alternatieve om het even wat, en dus ook voor nieuwe vormen van sociale woningen. Ook daar is de ruimte beperkt en de vraag enorm. Ontwikkelaars zetten er het ene project na het andere op, maar ze voldoen vaak niet aan leefbaarheids- of duurzaamheidseisen en blijken vaak weinig sociaal. Ontwikkelaarsprojecten leiden er vaak tot elitaire gebouwen met uitgebreide condo’s. Die zijn gegeerd door de topklasse, maar bieden weinig kansen voor de minder gegoede burger die maar geen huizen vindt in Berlijn.

Op de Ritterstrasse 50 wordt op een boeiende manier geëxperimenteerd met een grootschalig co-housingproject. Niet vier of vijf maar zomaar even negentien huishoudens delen er een volledig appartementsgebouw. De gezinnen stapten in een krediet voor mede-eigenaars, zoals we hier recent ook voorstelden, en gooiden hun spaarcenten samen in één pot voor de aankoop van de grond en het bekostigen van de constructie.

Participatie

R50, zoals het gebouw genoemd wordt, is een van Berlijns meest opvallende Baugruppe-projecten, waar participatieve planning en collectieve beslissingsprocessen tot het uiterste worden onderzocht. De architecten trokken het proces op gang en namen de leiding tijdens de plannings- en design meetings. De architecten verwerkten de input van die bijeenkomsten in schema’s en plannen, met oog voor ieders nood aan individuele ruimte en de mogelijkheden voor gemeenschappelijke ruimtes: hoeveel ruimte willen we voor wie en voor wat? Welke ruimtes kunnen en willen we gemeenschappelijk opzetten?

Met de hulp van de architecten kozen de bewoners voor een open balkon dat alle wooneenheden langs buiten verbindt en een slingerende weg rondom het zes verdiepingen hoge gebouw vormt. Onderin hebben de bewoners een semi-openbare ruimte van twee verdiepingen voorzien. Bovenop het gebouw delen ze een daktuin met een zomerkeuken.

Deze plannen werden ook financieel doorgepraat, want de kost van de gemeenschappelijke ruimtes moet je ook doorrekenen in de hypotheek van elke wooneenheid. Zonder het incalculeren van de gemeenschappelijke ruimtes kwam de prijs voor een appartement op 2.150€ per vierkante meter; mét de gemeenschappelijke ruimtes werd dat 2.350€. Al bij al een koopje in die buurt, waar een appartement snel 2.950€ per vierkante meter kost.

De groep bepaalde een basisstandaard waaraan elke wooneenheid moest voldoen, waarna de architecten de woonruimtes invulden volgens de financiële mogelijkheden en structurele wensen van elke afzonderlijke deelnemer.

Individuele smaak in een gezamenlijk project

Waar ontwikkelaars vaak een gevoel van individuele keuzevrijheid aanbieden - “kies je badkamertegels uit wel twaalf verschillende kleuren!” -, is elke wooneenheid van de R50 het resultaat van onderhandeling en persoonlijke wensen. De appartementen werden op vraag van de bewoners ook niet instapklaar opgeleverd, maar ‘afwerkklaar, zodat ze hun woning nog zelf konden finaliseren naar hun eigen smaak.

Of zo’n groots co-housingproject ook de tijd zal kunnen trotseren, moet nog blijken. Hoe fragiel is het evenwicht tussen gemeenschap en individueel eigenaarschap, vragen we ons af. De originele bewoners onderschrijven nu wel dat alle woningen verbonden zijn en dat je regelmatig langs het slaapkamerraam van je buur langs wandelt, maar wie weet hoe nieuwe huurders na verloop van tijd zullen reageren?

Al bij al een bijzonder boeiend experiment in delend wonen, lijkt ons, dat met haar innovatieve strategie voor het bouwen van nieuwe woonsten een interessant alternatief voor de projectgestuurde aanpak.

meer ontdekken

Bouw eens een wijk bovenop de overheid

Plaats tekort voor een nieuw gebouw? Dan zet je het toch bovenop een ander? Nee, we hebben het niet over een paar appartementjes, maar over een volledig appartementsgebouw. Dat deed de befaamde architect Koolhaas alvast in Rotterdam. Het Timmerhuis, een wolk van staal en glas volgens de architect, een hoopje pixels of een blokkendoos volgens anderen, werd opgetrokken bovenop een bestaande overheidsgebouw en bevat zowel woningen als handelspanden.

Volgens de architect zou het een van de meest duurzame gebouwen van Nederland zijn. Het biedt de bewoners open buitenruimte op groene daken, waterbesparende installaties, warmtekoudeopslagsystemen, triple glas en zelfs vleermuiskasten. In de servicekosten van de appartementen is bovendien ook een deel van de prijs van vier deelauto’s opgenomen. Bovenop het gebouw zijn 27 zonnepanelen geplaatst die stroom leveren aan de accu’s van die elektrische auto’s.

Bij Stadslab2050 keken we al uit naar mogelijkheden om meer woningen te creëren binnenin de stad, onder andere door te bouwen bovenop de bestaande gebouwen, maar zo groots hadden we het nog niet durven benoemen. Kan dit ook in Antwerpen, vragen we ons meteen af.

Rotterdam bleek er alvast klaar voor. Al voor de opening waren de 84 appartementen, op eentje na, verkocht aan mensen van diverse komaf en leeftijd. Ze zien het er overigens niet als een bizarre anomalie, maar vinden blijkbaar dat het ‘subtiel inpast in het stedelijk weefsel’.

Het is nog te vroeg om een score aan het Timmerhuis te geven. Het geheel moet zich nog bewijzen. Zullen mensen de openbare wandelroutes of trappen wel gebruiken? Zal de golvende gevel shoppers aantrekken? Of zal het toch doods blijken wanneer iedereen uit werken is?

meer ontdekken

Dorpen in de lucht

Grote appartementsgebouwen hebben de kwalijke reputatie mensen in te slikken. Je wordt een nummer in een doos, gestapeld voor het algemeen gemak, zo vrezen we, geïsoleerd in anoniem grijs dat copy-paste wordt herhaald van gelijkvloers tot de wolken. In Singapore kennen ze dat als geen ander. Zelfs de gebouwen lijken doorslagjes van elkaar, vooral die voor minder gegoede burgers.

Toen de woningdienst van Singapore onlangs nieuwe gebouwen moest optrekken, wilde die nagaan of dat niet anders kon. Ook betaalbare woningen moeten toch een toekomst hebben?

Ze verkenden dit vraagstuk in Skyville@Dawson. Skyville had ook een anonieme grijze toren kunnen worden, maar hier is een poging ondernomen om het leefbaar en menselijk te houden door het gebouw op te delen in kleinere leefgemeenschappen. Skyville bevat twaalf ‘dorpen’ elk met tachtig woningen, gemeenschappelijke woonkamers en een eigen luchttuin. De ontwerpers willen elk dorp bovendien ook vullen met een mix van generaties. Ze voorzien familievriendelijke ruimtes waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten en bijstaan, terwijl toch wordt gewaakt over het evenwicht tussen privacy en gemeenschap.

Ook voor de woningen zelf is een poging ondernomen om de vermoeiende herhaling te vermijden. De woonlagen zijn niet ingebed in beperkende zuilen of draagvlakken, zodat de woningen kunnen variëren in grootte en vorm. De 960 wooneenheden zijn ondergebracht in drie zonnepaneelovergoten torens die natuurlijk worden geventileerd door genereuze luchtkokers. De bewoners kunnen bovendien genieten van een dakpark op de zevenveertigste verdieping, waar ook een 400 meter lang joggingtraject is aangelegd.

Een idee voor Nieuw Zuid?

meer ontdekken

Passief wonen tussen verticale tuinen

Ook in Heidelberg Village, Duitsland, willen ze appartementsgebouwen met dorpsgevoel, maar ze legden de duurzaamheidslat nog een tik hoger. De Bahnstadt Campus, waar de Village wordt opgetrokken, moet immers het grootste passiefwoningencomplex ter wereld worden.

De architecten accentueren graag dat de ramen hier wel open zullen mogen. Ze gruwen van passiefwoningen waar de regels zo verstikkend zijn dat wonen meer een opgave dan een plezier wordt.

Toch zou Heidelberg Village, dat dit jaar wordt opgeleverd, het meest energieneutrale ‘dorp’ ter wereld moeten zijn. Verticale tuinen zorgen niet alleen voor een fraai uiterlijk maar moeten ook isolatie bieden om warmte te behouden in de winter en voor afkoeling te zorgen in de zomer. De tuinen bieden zuurstof, zuiveren de lucht terwijl klimop de horizontale partijen verbindt tot aan het dakpark met bomen.

Waar geen ramen of planten zitten, zitten zonnepalen voor extra energie, en schaduw in de zomer. Geen detail wordt onbenut om de duurzaamheid te verhogen. Zelfs de muurverf wordt ingeschakeld. Die bevat titanium die moet helpen om smog om te zetten in onschuldige nitraten en zuurstof.

Hoogtechnologisch duurzaam, kortom, maar dan wel mikkend op een plattelandsgevoel. Sociale woningen hoeven er niet uit te zien als “blokkendozen voor de armen”, vinden ook de architecten. Het mag best luxueus, stijlvol, modern en sexy ogen als je de sociale samenstelling maar blijft bewaken. De Frey-architecten hebben het over “sociale duurzaamheid”: een gebouw moet ecologisch, betaalbaar, vernieuwend, winstgevend en integrerend zijn. De Village zet zwaar in op sociale integratie. De bewoners moeten elkaar ontmoeten in de tuinen, op het dak, in de cafetaria en de bakkerij op de benedenverdieping. Jongeren kennen de ouderen, de mensen met een handicap, de alleenstaanden. Dit werd door de ontwerpers al getest in Pro Scholare in Freiburg, waar ze die mix bewerkstelligden via incentives. Zo gaven ze korting aan jongeren die tijd maken voor ouderen, alleenstaande moeders of mensen met handicap. Er is overigens ook een thuisverzorgingsdienst ingepast in de Heidelberg Village, maar die mag de sociale verzorgfunctie niet overnemen.

En al wordt het gebouw pas later dit jaar opgeleverd, nu al bouwen ze aan dat gemeenschapsgevoel. Elke week worden de toekomstige bewoners al uitgenodigd op een gemeenschappelijke soepmaaltijd, zodat ze elkaar en de mensen die hun huis bouwen al beter leren kennen.

meer ontdekken

De microhuisjes van Carmel Place

Niet iedereen is echter bang van de monotonie van identieke copy-paste woningen. Sommigen zien een woning louter een plaats om te eten en te slapen waar je liefst zo weinig mogelijk voor betaalt. Groot hoeft het niet te zijn, als het maar praktisch, duurzaam en betaalbaar is.

In Manhattan, waar de vierkante meters schaars en duur zijn, worden voor die groep kopers microappartementsgebouwen neergezet, zoals Carmel Place: modulaire constructies die in een mum van tijd verrijzen met een minimum aan omgevingshinder, voor een vierde van de prijs van andere Manhattan-appartementen. Je woont er in appartementen die als containers opeen zijn gestapeld.

Ook hier werd wel aan het gemeenschapsgevoel gedacht. Zo zijn er gemeenschappelijke woon- en wasruimtes, is een fitness op de gelijkvloers voor de bewoners en een gedeelde daktuin met terras.

We beginnen er niet spontaan van te jubelen, want het gebrek aan flexibiliteit en aanpasbaarheid doet wel vragen rijzen over de duurzaamheid op lange termijn. Het is heel erg gericht op die ene levensstijl. Maar wie weet, misschien is dit wel een stijl die we in 2050 steeds meer zullen aantreffen?

meer ontdekken

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet