Vijf partners engageren zich rond het thema eten, we gaan aan tafel met Rurant.

RURANT vzw is het platform voor rurale ontwikkeling in de provincie Antwerpen. Samen met 11 partners zet het zich in voor het behoud en de versterking van het platteland in de provincie Antwerpen. Dit gebeurt vooral door rurale gebiedsontwikkeling te stimuleren en nieuwe vormen van ruraal ondernemerschap te ondersteunen. RURANT is nu op haar beurt partner van Aan tAfel, het thematische spoor over voedsel dat Stadslab2050 dit voorjaar startte. We hadden een gesprek met Greet Aernouts – coördinator van streekgebonden producten bij RURANT.

Greet, waarom zit RURANT mee Aan tAfel?

“Zoals je op onze website kunt lezen, stelt RURANT zich een aantal doelen waaronder het stimuleren van ruraal ondernemerschap en gebiedsgerichte werking. We gaan daarbij altijd op zoek naar de verbindende factoren tussen partners en de economische plus. Tel deze doelstellingen op bij de kennis die we hebben opgebouwd bij het opzetten van participatietrajecten, van samenwerkingsverbanden tussen lokale producenten en de ontwikkeling van een distributiesysteem, dan is het niet meer dan logisch dat we graag mee Aan tAfel kwamen zitten.”

Hoe zien jullie jullie rol?

“We denken dat onze kennis versterkend kan werken voor het Stadslab2050-initiatief. Daarnaast kan onze bijdrage kansen creëren voor plattelandsondernemers in de rand rond de stad (peri-urbane ondernemers) door voeding en stadslandbouw te verbinden met die stad. We zien ons als een stukje coach, een stukje facilitator; misschien is kennismakelaar wel een gepaste term.”

Wat verwacht je van de andere partners?

“We moeten toch wel allemaal een stimulans zijn voor Stadslab2050, niet? Uiteraard verwachten we een win/win. Waar komen de doelstellingen van Stadslab2050 samen met deze van de partners? Hoe worden we er zelf wijzer van? Maar uiteindelijk willen we wel samen de voeding van de stadsbewoner verduurzamen en daar moet elke partner met een open blik zijn steentje toe bijdragen via de inbreng van kennis, ervaring, visie,...”

Zien jullie een evolutie in de houding van consumenten tegenover voeding?

“De grote uitdaging die wij zien, is hoe een groot aantal mensen in een stad op een duurzame en betaalbare manier aan kwalitatief aanvaardbare voeding kan geraken.

We zien daarbij een groeiende groep kiezen voor verse en lokale producten, ook al zijn die iets duurder. Maar er zal nog altijd een grote groep voor puur ‘convenience food’ kiezen, hetzij van het type waarbij de verpakking toelaat om met verse producten te werken, hetzij van het type ‘fast food’ zoals we het nu kennen, de snelle hap met te veel suikers en/of vetten. Hoe kun je op die ‘wensen van mensen’ inspelen met de opbrengst van stadslandbouw en/of van het platteland? Wij zijn ervan overtuigd dat de peri-urbane plattelandsondernemers hier een belangrijke rol in kunnen spelen.”

Hoe kan RURANT hierin sturen?

“Onze rol moet er zondermeer in kunnen bestaan om netwerken van ondernemers op te zetten die aan die uitdagingen een antwoord kunnen bieden. Of het nu gaat over distributie of over verpakking van verse producten. De afstanden zijn weliswaar korter, maar het moet nog altijd gebeuren. RURANT kan daarin coachend of faciliterend werken en haar kennis inzetten.”

Welke resultaten verwacht RURANT van het voedingsspoor Aan tAfel?

“Dat is de moeilijkste! Ver doorgedacht, zouden we de inwoners van een stad bewust moeten kunnen maken van het feit dat er aan voedsel een kost verbonden is, dat gezonde voeding belangrijk is en dat de producent er ook nog van moet kunnen leven. Als je die zaadjes kunt planten, dan hebben we een belangrijke stap gezet.

Wat er ontbreekt om dat te realiseren of welke partners we nog meer rond tafel moeten roepen? Dat zal blijken na de ontmoetingsruimte. Pas dan weten we welke projectideeën het gehaald hebben en kunnen we conclusies trekken.

Maar als we even de huidige partners overlopen, dan kun je niet anders dan vaststellen dat er al een breed palet aan invalshoeken aanwezig is. Colruyt Group is uiteraard niet enkel ‘de supermarkt’ maar staat ook voor logistiek en distributie, grote en kleine winkels en zowel een regulier als een lokaal en bio-aanbod. RURANT bekijkt het vanuit de bedrijfseconomische invalshoek voor rurale ondernemers. VELT staat voor eco-dynamiek en volkstuinieren. Alle Dagen Honger brengt vernieuwende concepten over hoe-met-voeding-bezig-zijn. Met die mix komen we al een eind.

Wat ik vrees is een blinde vlek als het gaat om (de productie en distributie van) voeding en de zorg voor een vergrijzende bevolking. Hier zit dan ook een luik onderwijs/opleiding aan vast bijvoorbeeld koksscholen en diëtistes. Daar zie ik nog wel een rol weggelegd voor de stad Antwerpen.”

Hoe ervaart RURANT de Stadslab2050-aanpak?

“Het opzetten van participatieve trajecten zoals Stadslab2050 doet, daar heeft Rurant ook ervaring mee. Er zitten echter wel verschillen op, ook wat de gebruikte methodieken betreft, zodat het voor ons toch weer vernieuwend is.

Zo start Stadslab2050 elk traject met een grote groep van geïnteresseerden waartoe niet per sé burgers behoren. Zij werken een basisvisie uit voor het traject, organiseren ideeënworkshops en werksessies om ideeën levensvatbaar te maken. De idee-eigenaars worden gestimuleerd om zelf hun project te lanceren. Bij RURANT zouden we dat doen met mensen en/of organisaties die tot de afgebakende doelgroep behoren.

Stadslab2050 gaat dus heel breed maar met een duidelijke visie. Als deelnemer/partner weet je heel goed wat het begin en het einde is. Daar komt bij dat Aan tAfel het vijfde Stadslab-traject is. Je voelt goed dat ze geleerd hebben van de vorige.”

Wat verwacht je van Stadslab2050 en , bij uitbreiding, van de stad Antwerpen?

“Wij denken dat de stad zeker de ideeën, initiatieven, projecten,… die uit dit spoor zullen voortvloeien moet faciliteren. Kleine stimulansen geven. Een financieel duwtje in de rug. Gemeentepersoneel inzetten om mee buurtmoestuintjes te onderhouden. Projectmatig meedenken om ideeën geen stille dood te laten sterven. Dat soort dingen.

Vervolgens zou de stad ook kunnen kijken hoe de partners in deze trajecten aansluiting kunnen vinden met initiatieven die al lopen in Antwerpen. Of ze betrekken om mee oplossingen te bedenken. Een voorbeeld? We hadden het zonet over de vergrijzing en de zorgsector. De stad Antwerpen en de partners zouden samen kunnen nagaan hoe producten uit de stadslandbouw en /of van producenten in de rand van de stad in de zorginstellingen op tafel kunnen komen. Welke barrières moeten dan verdwijnen? Denk maar aan de aanbestedingsregels. Als je daar oplossingen voor vindt, dan is dat een plus voor de gezondheid van de ouderen en een plus voor de rurale ondernemers die een nieuwe afzetmarkt vinden.”

Tot slot. Welke lessen kan RURANT uit Aan tAfel trekken?

“Zoals al gezegd: een andere manier van trajecten opzetten. Maar ook het zicht op innovatieve ontwikkelingen op het vlak van voeding dat je in de loop van het traject krijgt. Hoe doen anderen dit? Hoe lossen zij dat vraagstuk op. Hoe kun je verbindingen leggen? Soms hoef je dan ‘het warm water niet opnieuw uit te vinden’. En zo kunnen wij als RURANT dan weer ‘onze ondernemers/producenten’ informeren over wat consumenten verwachten, hoe partners als Colruyt Group daarop inspelen,…

En misschien is er ook wel een leerpuntje voor Stadslab2050. Stel dat het zelf nog eens verbindingen legt tussen de verschillende thematische sporen. Tussen de initiatieven en ideeën die daar lopen en leven? Dat levert zonder twijfel weer nieuwe inzichten op. Of wat gedacht van voedselbiomassa om de stad te verwarmen? Of voedselafval als grondstof voor textiel?”

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet
Abonneer je nu!