Is Marta te temmen?

Koop je producten op een lokale boerenmarkt. Zo logisch en eenvoudig en toch onvindbaar in Antwerpen. Tot de onstuimige MARTA daar in 2015 verandering in bracht. Een wild idee van vier vriendinnen dat nog in volle ontwikkeling is. Exact één jaar na de eerste editie vinden we hen terug op hun nieuwe vaste locatie, aan het Kattendijkdok Oostkaai.

Wie is MARTA?

  • Bezoek deze lokale markt elke eerste zaterdag van de maand aan het Kattendijkdok Oostkaai (tot en met november).
  • Op MARTA vind je producten uit Antwerpen binnen een straal van 50 km. Blijkt een bepaald product onvindbaar? Dan trekken de MARTA-madammen buiten de gekende regio, maar telkens zo dicht mogelijk en met een kritische blik op de kwaliteit.
  • MARTA vertelt ook verhalen. Hier geen platte commerce, maar authentieke boeren die het ontstaan van hun product uit de doeken doen.
  • Dankzij de Closed Circle Collaborations zoekt MARTA ook naar samenwerkingen tussen boeren en eventuele derde partijen. De MARTA-organisatie denkt mee na over mogelijke oplossingen voor bepaalde problemen. Is er bijvoorbeeld een overschot van appelpulp nadat appels geperst zijn tot sap? Droog die dan en verwerk die in granola.
  • Tot slot koppelt MARTA ook events aan haar markt, zoals het ontbijt en het overschottendiner.

MARTA kwam tot stand toen twee jonge gelijkgezinde vzw's Labeur Local en Ondergrond elkaar vonden en de koppen bij mekaar staken. Ze deden ook inspiratie op in het buitenland: de mercados in Spanje en de 'Famers Markets' in de VS, Zuid-Afrika en Londen (om er maar een paar te noemen).

MARTA vormde dan ook een verademing voor de Antwerpenaar. Het werd een dag om naar uit te kijken, dat in 2015 telkens op een andere locatie neerstreek. “We zijn letterlijk door alle Antwerpse buurten gereisd”, vertelt Ellen Pil. “Alles was telkens anders: de verkoop, de bezoekers, de gesprekken. Nu voel je dat bezoekers echt terugkomen voor bepaalde producten. We willen evolueren van een event naar een vaste waarde. Dan dringt een vaste plek zich op.”

De Antwerpse boerenmarkt zet nu maandelijks haar tenten op aan het Kattendijkdok Oostkaai in en rond het hoofdkwartier van Born in Antwerp, een hub voor creatieve Antwerpenaren. “Uit onze Facebook-poll kwam het Kievitplein er als grote winnaar uit. Een ideaal plein, erg urban en nog niet ‘geclaimd’ door een bepaald type Antwerpenaar (lacht). Helaas staat dat eventjes on hold aangezien de NMBS daar nu een stripmuseum bouwt en het plein een werf is”, verklaart Daphne Pascual. “Toen Born in Antwerp bij ons kwam aankloppen, waren we erg vereerd, maar tegelijk ook een beetje bang. We zitten wat afgelegen en mensen moeten ons echt weten te vinden. We willen net een enorm divers publiek aantrekken, niet enkel de foodies. Maar die mix bleek na de tweede editie op de vaste locatie al wel dik in orde te zijn.”

Sensibiliseren, maar niet té serieus

Hoezeer MARTA ook aan een almaar meer prangende vraag beantwoordde, stond het project toch voor verschillende uitdagingen.

“Een maandelijkse markt is niet altijd evident voor de verschillende boeren”, gaat Caroline verder. “Ze moeten kunnen volgen, niet zozeer met hun productie, vooral qua tijdsbesteding. Liefst van al willen we ook dat ze zelf op de markt staan en er geen jobstudent het verhaal doet aan de consument. Voor sommigen is dat echt te zwaar. In zo’n situatie kiezen we dan voor een rotatie, maar ook dat is niet altijd eenvoudig want veel bezoekers komen echt voor hun favoriet kraam.”

“Dat is niet altijd evident voor mensen. Daarom zetten we enorm in op sensibilisering en kennisoverdracht. Zonder met het vingertje te zwaaien”, lacht Ellen. “Aan elk kraam hangt een infofiche met meer informatie over de producent en eventuele samenwerkingen. Daarnaast geven we ook tips en tricks aan boeren zodat ze hun verhaal beter kunnen doen.”

“Dan merk je echt dat mensen vaak de link met het land verloren zijn. Zo vroegen er veel bezoekers waarom er geen appels en peren in mei waren. Tja, dat leer je niet en masse, maar stapsgewijs”, licht Daphne toe.

Stadslab2050 to the rescue

Onder de noemer MARTA gaat vreemd in oktober 2015 ontmoette MARTA verschillende ondernemingen. “Dankzij het grote netwerk van Stadslab2050 was het enorm interessant om ideeën af te toetsen. Je legt snel interessante contacten en je verhaal wordt echt bevestigd”, vertelt Caroline. “Ook zaten de juiste mensen aan tafel”, voegt Daphne toe. “We waren toen nog echt niet zeker van MARTA en konden ons product nog niet goed naar waarde schatten. Dan helpt het wel om alles eens luidop uit te leggen aan de hand van een Powerpoint. (lacht)”

Later koppelde Stadslab2050 de vier aan Vincent, een businesscoach van Oksigenlab. Samen met hem kienden de dames een grondig businessplan uit. “In het begin wilden we héél veel tegelijkertijd doen. Met onze vzw Ondergrond wilden we naast MARTA ook groene plekjes in de stad in kaart brengen, een soort groene gids (LINK). Vincent heeft ons getemd en ons de focus op één ding tegelijk doen leggen”, vertelt Ellen. “Hij heeft wel zijn werk gehad met ons”, lacht Caroline. “We wilden al snel opschalen en MARTA ook naar Limburg brengen onder de naam LINDA.” “Wat we echter niet hadden, was een duidelijke missie en visie”, gaat Daphne verder. “Door dit duidelijk op papier te zetten, kregen we automatisch een soort rust.”

Return om te blijven gaan

Alle vier hebben de oprichters ook een fulltime job. De nodige rust nemen ze met zo’n groot en ambitieus project niet onmiddellijk. Dat beaamt ook Daphne: “Vincent waarschuwde ons echt voor een burn-out. Om dit te blijven doen heb je echt een bepaalde return nodig.” “We hoeven hier niet rijk van te worden, maar dat zo’n organisatie kostendekkend moet zijn, spreekt eigenlijk voor zich. Enkel zo kun je relaxed werken.”

Dankzij Stadslab2050 kreeg de vzw Ondergrond meer structuur en dat werpt ook zijn vruchten af voor andere projecten.

“We zijn enorm gegroeid door die workshops”, vertelt Caroline. “Vincent was streng, maar we hebben dat wel nodig. Als je jezelf serieus wilt nemen, moet je daar ook geld voor durven vragen.  Onze hoofdklanten zijn eigenlijk steden en bedrijven. Wij kunnen echt een verschil maken.”

“Je kunt toch wel stellen dat de begeleiding van Stadslab2050 ons veel zekerder heeft gemaakt”, gaat Daphne verder. “En ook strenger. Focus, dat is het allerbelangrijkste. Als één ding werkt, ga er dan voor.” Maar de MARTA-madammen zijn allesbehalve getemd. Ze zitten nog vol inspiratie en zullen wellicht niet bij één ding blijven. “We willen graag nog groter en diverser worden. Zoeken naar nieuwe producten, blijven vernieuwen en dat allemaal op een kostendekkende manier. Samen met de marktkramers zijn we op zoek naar een goed draaiend model, zoals een coöperatieve, dat blijft werken”, vertelt Caroline. “Op zo’n momenten missen we Vincent wel hoor”, lacht Daphne. “Soms wil je echt nog eens dingen aftoetsen met een buitenstaander.” 

 

 

 

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet
Abonneer je nu!